Bindweefsel 54

0054

Ziekte van Wegener: één van de vele gezichten van vasculitis

Verschillende vormen van vasculitis

Vasculitis betekent ‘vaatontsteking’.
Naargelang de grootte van de aangetaste bloedvaten en afhankelijk van het onderliggende mechanisme van ontsteking wordt deze grote groep van aandoeningen ingedeeld in kleinere subgroepen. Eén van de groepen is de ANCA-geassocieerde vasculitis (ANCA = antineutrofiele cytoplasmatische antistoffen, antistoffen tegen eiwitten in bepaalde afweercellen, nl. neutrofielen). Binnen deze groep vallen de ziekte van Wegener, Churg-Strauss en de microscopische poly-angiitis. De verschillende soorten vasculitis in deze groepen hebben vaak overlappende symptomen en ze zijn niet altijd gemakkelijk uit mekaar te halen.
Graag gaan we hier dieper in op de ziekte van Wegener (Z. v. Wegener).

Epidemiologie

Bevolkingsonderzoek in Engeland leerde dat er ongeveer 8,5 patiënten met de Z. v. Wegener zijn per miljoen inwoners. Meestal wordt de diagnose gesteld bij mensen tussen 50 en 60 jaar. Er komen ook jongere mensen voor en ouderen; dit is echter niet typisch.

Classificatie

Tot op heden worden er nog oudere classificatiecriteria gebruikt om de diagnose te ondersteunen. Men moet twee of meer kenmerken vertonen uit de lijst:

  • ontstekingen in de bovenste luchtwegen;
  • afwijkingen op een longfoto die passen bij de ziekte;
  • afwijkend urineonderzoek met rode bloedcellen en cilinders van rode bloedcellen;
  • biopt van een slagader of weefsel rond een slagader met kenmerkend ‘granuloom’vorming daarin. Granulomen zijn karakteristieke ophopingen van ontstekingscellen.

De ANCA-test staat hier niet in vermeld en dit is dan ook meteen één van de kritieken op deze criteria. Belangrijk is de symptomen tijdig te herkennen en daarbij te denken aan een vorm van vasculitis. Testen zoals ANCA kunnen de diagnose ondersteunen, maar 5-10% van de patiënten heeft een negatieve ANCA-test! Omgekeerd wil een positieve ANCA-test ook niet altijd zeggen dat men de ziekte van Wegener heeft.

Diagnostiek

  • Lichamelijk onderzoek: vanzelfsprekend is bij eender welke systeemziekte het lichamelijk onderzoek zeer belangrijk om afwijkingen op te sporen.
  • Bloedonderzoek: er zijn weinig specifieke afwijkingen in het bloed te zien. Ontsteking is meetbaar, zeker ten tijde van een opvlamming. Nierfunctiestoornissen, leverenzymstoornissen en afwijkingen in het aantal bloedcellen kunnen ook optreden in het kader van de Z. v. Wegener. Al deze afwijkingen kunnen echter ook voorkomen bij vele andere ziekten.
  • ANCA: zoals hoger genoemd, bestaan er specifiekere antilichamen (antistoffen) die men kan testen in het bloed. Belangrijk is dat een positieve test bij afwezigheid van symptomen geen enkele waarde heeft. De ANCA wordt verder gespecifieerd in een c-ANCA (in het celvocht) en een p-ANCA, (rond de celkern) naargelang het patroon van afwijkingen dat men onder een speciale lichtmicroscoop ziet. Het is de c-ANCA die geassocieerd wordt met de Z. v. Wegener. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 54 blz. 5). Naast het patroon wordt er met een labotechniek ook gekeken naar de eiwitstructuur. Hierin onderscheiden we proteïnase 3 (PR3) en myeloperoxidase (MPO). Bij de Z. v. Wegener is het PR3 dat meest voorkomt.
  • Beeldvorming: een gewone röntgenfoto van de longen is zeker op zijn plaats bij de diagnostiek naar de Z. v. Wegener. Zodra de diagnose rond is, of als er op de voorgrond staande symptomen zijn, dan wordt er vlugger dan bij andere aandoeningen een CT-scan van de longen aangevraagd om afwijkingen beter te kunnen vaststellen.

Pathologisch onderzoek: hiermee wordt bedoeld dat er een stukje weefsel (biopt) wordt afgenomen uit een aangetast orgaan. Bij het vermoeden van de Z. v. Wegener zal de reumatoloog vaak overgaan tot een neusslijmvliesbiopt omdat dit gemakkelijk te benaderen is, er weinig complicaties aan verbonden zijn en dit bij de meeste patiënten afwijkingen laat zien, ook al zijn er niet direct symptomen van ontstekingen. Een biopt, als het afwijkend is, vormt een hoeksteen in de diagnose.
Andere meer specifieke biopten kunnen afgenomen worden naargelang de symptomen: bv. een nierbiopt als er sprake is van een afwijkend microscopisch urineonderzoek.

Symptomen in het KNO gebied en de luchtwegen

De Z. v. Wegener gaat bij meer dan 90% van de patiënten gepaard met ontstekingen in de bovenste luchtwegen (keel, neus en oor). Patiënten hebben dan last van een pijnlijke neus, neusloop, neusbloedingen en bruine of bloederige korsten in de neus. Als de ziekte vergevorderd is, kan een perforatie optreden in het neustussenschot zodat dit zelfs inzakt. Men krijgt de typische zadelneusmisvorming, kenmerkend voor de ziekte van Wegener. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 54 blz. 5)

In de keel kunnen er, in het strottenhoofd, vernauwingen ontstaan met heesheid, piepende ademhaling of kriebelhoest tot gevolg. De lagere luchtwegen, de longen, kunnen aangedaan raken met gebieden van ontsteking die vaak foutief als een ‘gewone’ longontsteking worden benoemd. Door de ontstekingen van de kleine bloedvaten in de longen, kunnen er in een vergevorderde ziekte bloedingen ontstaan. Patiënten geven dan bloed op bij het hoesten.
Ook gehoorverlies kan bij de ziekte van Wegener optreden. Dit kan doordat er een verstopping optreedt in de gehoorgang door bijvoorbeeld ontsteking. Het kan echter ook zijn dat er ontsteking in het binnenoor optreedt.
Het exacte mechanisme van dit laatste is nog niet goed bekend.

Nierproblemen bij de ziekte van Wegener

Naast luchtwegproblemen ontwikkelt 75% van de patiënten ook nierproblemen. Hierin ontstaat er ook ontsteking van de bloedvaten met daardoor nierfunctieverlies, het zogenaamd nierfalen of nierinsufficiëntie. Screenend* onderzoek van de urine is dan aan te raden om tijdig vast te stellen of er sprake is van microscopisch bloed- en/of eiwitverlies. De ontsteking zelf kan in een nierbiopt worden vastgesteld waarbij er meerdere patronen van ontsteking kunnen voorkomen.

(* Screening betekent onderzoek doen om iets vroegtijdig op te sporen, zoals borstkankeronderzoek bij vrouwen bv. waar alle vrouwen boven de 50 worden onderzocht.)

Andere orgaanaantasting bij de ziekte van Wegener

  • Ogen: ontstekingen van de oogleden, het oogwit en in de voorste oogkamer. Bij de ziekte van Wegener kunnen er ook pseudo-tumoren ontstaan in de oogkassen waardoor de ogen naar buiten uitpuilen met dubbelzien en zelfs blindheid als mogelijk gevolg.
  • Gewrichten: meestal niet echt ontstekingen van gewrichten, maar eerder pijnlijke gewrichten. Dit komt bij ongeveer 60% van de patiënten voor. Als er echt sprake is van artritis worden patiënten in het begin van de ziekte veelal fout gediagnosticeerd met reumatoïde artritis omdat de reumafactor zeer vaak verhoogd is bij patiënten met de Z. v. Wegener.
  • Zenuwen: zenuwaantasting komt niet zo heel vaak voor. Zowel de zenuwbanen die zorgen voor beweging, als de zenuwbanen die zorgen voor de gewaarwording van pijn, warmte, gevoel enz. … kunnen worden aangetast. Het centrale zenuwstelsel kan ook worden aangetast, maar dat is zeldzaam.
  • Huid: er kan huidontsteking voorkomen, met voorkeur op de onderbenen, maar het kan op meerdere plaatsen. Het gaat dan om ulcera (zweren) zelfs tot necrose (afsterven) van de huid. Verder kunnen net zoals bij andere bindweefselziekten pijnlijke onderhuidse knobbels optreden.
  • Overige: vasculitis kan zich op vele plaatsen uiten, andere voorbeelden zijn: hart, maag- darmstelsel en in het beenmerg of het bloed. Dit zijn echter de meer uitzonderlijke lokalisaties bij patiënten met de ziekte van Wegener.

Behandeling

Voor men de behandeling start, wordt een inschatting gemaakt van de ziekteactiviteit. Dit kan door gebruik te maken van een ziekteactiviteitsschaal. Voor Wegener is er bijvoorbeeld de ‘Birmingham Vasculitis Activity Score (BVAS). Alle patiënten bij wie de ziekte actief is, verdienen een agressieve behandeling omdat een niet-behandelde Z. v. Wegener een heel grote kans op overlijden kent, tot 90% na twee jaar. Behandeling kan de prognose zeer sterk verbeteren.

Principe van therapie

  1. Remissie-inductie (Aanvalstherapie)
    Als de ziekte (zeer) actief is, zal men proberen dit volledig te onderdrukken. De toestand waarin de ziekte onder controle is, heet remissie. Complete remissie betekent dat er totaal geen ziekteactiviteit meer is (BVAS = 0). Met de huidige medicatie (zie verder) treedt er bij 85-90% remissie op, met in 75% complete remissie. Remissie treedt op tussen de twee tot zes maanden, afhankelijk van patiënt tot patiënt.
  2. Onderhoudstherapie: zodra er sprake is van remissie, al dan niet compleet, zal men trachten de ziekteactiviteit blijvend onderdrukt te houden. Hiertoe gebruikt men middelen met minder (ernstige) bijwerkingen dan bij de remissie-inductie. De duur van de onderhoudsbehandeling is afhankelijk van patiënt tot patiënt. Meestal houdt men de onderhoudstherapie minstens een jaar tot anderhalf jaar aan en probeert men dan af te bouwen.
  3. Corticoïden: zowel bij de remissie-inductie als bij de onderhoudstherapie zijn corticoïden zeer belangrijk omdat het succes van beide hiermee duidelijk wordt verhoogd.
  4. Bijkomende medicatie: aangezien de middelen die gebruikt worden het afweersysteem onderdrukken, zal men ter preventie van infecties antibiotica toevoegen. Bij corticoïden geeft men preventief calcium en andere middelen die osteoporose voorkomen. Ook voegt men maagbeschermers toe om het schadelijke effect van alle medicatie op de maagwand te verminderen.

Gebruikte middelen

1. Remissie-inductie:

  • Het meest en langst gebruikte middel is cyclofosfamide (Endoxan®). Er bestaan verschillende vormen, de ene niet echt beter of slechter dan de andere: het kan maandelijks via infuus gegeven worden of continu in tabletvorm. Bij beide schema’s worden corticoïden toegevoegd. Bij cyclofosfamide worden er preventief antibiotica gegeven om infecties te voorkomen.
  • Alternatief is methotrexaat (Ledertrexate®), bij patiënten met een mildere vorm. Ook hierbij worden corticoïden gegeven.
  • Bij patiënten met longbloedingen of zeer ernstige nierfunctiestoornissen bij de diagnose, kan overwogen worden om naast cyclofosfamide en corticoïden ook plasmavervangingstherapie toe te passen. Hierbij wordt plasma uit de patiënt weggehaald en krijgt hij/zij een vervangmiddel voor plasma terug, samen met zijn/haar eigen bloedcellen. Het idee hierachter is dat de antistoffen die in het plasma zitten, hiermee worden verwijderd en er ‘gezond’ plasma teruggegeven wordt. Dit noemt men plasmaferese.
  • Nieuwere therapieën met anti-CD20 therapie o.a. rituximab (Mabthera®), zijn in recente studies effectief gebleken voor remissie-inductie. Het voordeel hierbij is dat het middel minder (ernstige) bijwerkingen heeft dan cyclofosfamide. Zo kan cyclofosfamide onvruchtbaarheid veroorzaken. Voor zover bekend, is dit bij anti-CD20 therapie niet aanwezig. De reeds uitgevoerde studies hebben uiteraard nog niet zo lange follow-up als het jarenlang bekende cyclofosfamide, maar vervolgstudies vinden normaal plaats in de loop van 2011. De exacte plaats in de therapie van de Z. v. Wegener zal dan nader bepaald worden.

2. Onderhoudstherapie:

Na de remissie-inductie start de onderhoudstherapie. Azathioprine (Imuran®) en methotrexaat zijn de meest gebruikte middelen met vergelijkbare effectiviteit. Mycophenolaat mofetil (CellCept®) is ook onderzocht in vergelijking met azathioprine, maar bleek niet zo effectief te zijn. Het is niet vergeleken met methotrexaat. Mycophenolate Mofetil kan wel gebruikt worden als de andere middelen niet verdragen worden of als er opvlammingen zijn onder de andere middelen. Corticoïden worden ook als onderhoud bijgegeven en geleidelijk afgebouwd.
De duur van de onderhoudstherapie is afhankelijk van het gebruikte medicijn en zal ook afhangen van het verloop van de ziekte. Meestal mag men toch rekenen op een periode van anderhalf tot twee jaar alvorens er afgebouwd, al dan niet gestopt kan worden.

Dr. K. Thevissen

Zomerperikelen

Steeds meer uv-straling!

Met de mooie zomerdagen in het vooruitzicht wil iedereen zo snel mogelijk genieten van de weldoende zon. Intussen is het algemeen bekend dat uv-stralen schadelijk zijn voor de huid.

UV-stralen zijn gevaarlijk, ongeacht of ze afkomstig zijn van de zon of van uv-lampen.
Er zijn drie verschillende soorten uv-straling. De uvc-stralen zijn het krachtigst en het meest schadelijk. In principe bereiken ze het aardoppervlak niet, omdat ze worden tegengehouden door de ozonlaag. De uvb-stralen dringen minder diep in de huid door, maar zijn wel verantwoordelijk voor zonnebrand. De uva-stralen dringen het diepst in de huid door en zorgen voor een mooie, bruine tint, maar ook voor vroegtijdige huidveroudering.
Vergeet niet dat uva-stralen ook door ramen gaan!

In 2010 meldde het Nederlands Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat de jaarlijkse hoeveelheid uv-straling door zonlicht in Europa van 1980 tot 2005 met gemiddeld zes procent per jaar is toegenomen, waarvan ruwweg tweederde door bewolkingsveranderingen en een derde door ozonverandering komt.

Algemene richtlijnen om veilig van de zon te genieten, vindt u op www.veiligindezon.be.

 

CIB-patiënten moeten nog voorzichtiger zijn dan gezonde personen. Hier volgen enkele punten die onze aandacht verdienen.

Overgevoeligheid voor de zon

Overgevoeligheid voor de zon is typisch voor lupus.
Sommige mensen komen voor de eerste keer bij een dokter met een zware opstoot nadat ze in het buitenland geweest zijn. Door de blootstelling aan veel zon manifesteert de aandoening zich dan voor het eerst.
Niet alle lupuspatiënten hebben evenveel last van de zon. In de lijst van criteria voor lupus, die gebruikt wordt voor wetenschappelijk onderzoek, is zonovergevoeligheid één van de elf criteria. In de wetenschappelijke studies spreekt men van lupus als er ten minste vier van de elf criteria gelijktijdig of achtereenvolgens bij de patiënt aanwezig (geweest) zijn.
Men weet dat bij 40% van de lupuspatiënten zonovergevoeligheid voorkomt. Deze patiënten moeten zich helemaal afschermen, want door bv. enkel het gelaat bloot te stellen aan de zon, kunnen ook op andere plaatsen huidletsels ontstaan. Niet alleen de huid wordt aangetast, maar er kunnen ook ontstekingen optreden in andere organen bv. in de gewrichten.
Veel lupuspatiënten denken dat ze veilig zijn, omdat hun huid niet verbrandt, maar dat is helemaal geen garantie dat men tegen de zon kan.

Ook patiënten met andere CIB moeten voorzichtig zijn met de zon. Zo blijkt uit studies dat vrouwen die leven in gebieden met hogere niveaus van uv-blootstelling meer kans hebben om dermatomyositis te ontwikkelen. (Zie BW nr. 48, december 2010).

Oogbeschadiging

Langdurige, onbeschermde blootstelling aan intense uv-stralen verzwakt de ogen en brengt soms onherstelbare schade toe. Behalve een versnelde veroudering van de ogen kunnen er blijvende oogletsels ontstaan. Zo kan cataract 5 tot 10 jaar vroeger optreden dan normaal.

Bij Sjögrenpatiënten die veelal last hebben van droge ogen of bij patiënten met andere oogaandoeningen zijn de ogen gevoeliger voor factoren van buitenaf, dus ook voor zonlicht (ook voor wind, stof, koude).

Koop een zonnebril die het Europese CE-label draagt. Dat garandeert in de regel dat de zonnebril genoeg uv-straling tegenhoudt.

Vermijd zonnebrillen met blauwe glazen. Die laten blauw licht door. Net die zonnestralen zijn het schadelijkst voor het netvlies. De glazen moeten het blauwe licht over de gehele oppervlakte op een gelijkmatige manier filteren.
Zorg ervoor dat de bril niet afzakt, want zo kunt u last hebben van de zonnestralen die boven uw bril in uw ogen vallen. Zowel brug, hoeken en veeruiteinden moeten vakkundig afgesteld worden.
De bril moet groot genoeg zijn en zo gevormd, dat zoveel mogelijk storend zijlicht vermeden wordt. Koop indien nodig een bril met afschermende zijkapjes (dat is zeker nodig voor winter- en bergsporten).

Het dragen van een zonnebril is niet alleen belangrijk wanneer de zon volop schijnt, maar ook tijdens bewolkte dagen, want dan kan zowat 50% van de uv-stralen nog door het wolkendek onze ogen bereiken.

Medicatie

Sommige geneesmiddelen die door de bloedbaan naar de pijnlijke plek gevoerd worden, blijven in de huid hangen. Dat is zo voor medicatie die via de mond wordt ingenomen, maar zeker voor zalven en crèmes. De moleculen van de huid worden superactief door de zonne-energie en binden zich aan alles uit hun omgeving, bv. bloedlichaampjes, eiwitten, celmembranen, … Daardoor kan de huid na een tijd zongevoeliger worden. Na de blootstelling aan uv-stralen (zowel door de zon als de zonnebank) kan fotodermatose optreden (foto: licht, dermatose: huidziekte).
We onderscheiden fotoallergische en fototoxische reacties, al is het onderscheid soms onduidelijk en kan eenzelfde geneesmiddel beide reacties uitlokken.

Fotoallergie is een allergische reactie uitgelokt door uv-stralen. Die allergie komt geleidelijk aan, maar blijft jaren. Typisch is wel dat de roodheid en de blaasjes ook voorkomen op plaatsen die door kledij bedekt zijn. Wordt de medicatie stopgezet, dan verdwijnt de ontsteking na een tweetal weken. De reacties worden enkel uitgelokt bij personen die allergisch zijn voor dat geneesmiddel.

Fototoxisch wil zeggen dat men een abnormaal hevige zonnebrand krijgt vanaf het eerste gebruik van het geneesmiddel. Zwellingen en blaren komen alleen voor op lichaamsdelen die aan de zon blootgesteld zijn. Ze kunnen in theorie bij iedereen die het geneesmiddel gebruikt, optreden na intense blootstelling aan uv-stralen.

Medicamenten zoals Nivaquine® en Plaquenil®, die gegeven worden om de mens te behoeden tegen de gevolgen van de zonnestralen, kunnen bij sommige personen een fototoxiciteit uitlokken.

Op het internet vindt u lijsten met fotosensibiliserende geneesmiddelen.
Fotosensibiliserende geneesmiddelen vindt u bij de antibiotica, de niet-steroïdale ontstekingsremmers, de pijnstillers, de antihistaminica, de anti-depressiva, medicatie bij psychische en neurologische stoornissen, medicatie tegen kanker, de bloeddrukverlagende medicatie, medicatie bij huid-, hart-, bloedvat- en bloedaandoeningen.

Zoals u ziet, een hele lijst. Vandaar het belang van een vaste apotheker. Vraag raad aan uw apotheker en uw arts.

Het menselijk lichaam herkent bijna alle medicamenten als lichaamsvreemd en onderwerpt ze aan chemische afbraakprocessen om ze te kunnen uitscheiden. Onderzoek wijst erop dat de medicijnen op zonnige dagen veel sneller afgebroken worden, zodat we in de zomermaanden een grotere dosis nodig hebben om hetzelfde effect te behalen als in de winter. Met name in landen waar de hoeveelheid zonlicht gedurende het jaar sterk schommelt, kunnen patiënten last hebben van de snellere afbraak van de medicijnen.

Wees alert op vochttekort

 

Water is het hoofdbestanddeel van het menselijk lichaam en heeft veel functies. Dehydratatie (uitdrogen door een tekort aan water) kan heel wat problemen veroorzaken. We bespreken enkele punten die voor ons van belang zijn.

We hebben water nodig …

Voor de warmteregeling (koeling) van het lichaam. Dat gebeurt via transpiratie en uitademing.

Er zijn 2 soorten zweetklieren: apocriene zweetklieren en eccriene zweetkliertjes. Het zijn voornamelijk de eccriene kliertjes die betrokken zijn bij de warmteregeling van het lichaam. Ze liggen in de huid en monden via een afvoerbuis direct op de huid uit. Bij een te hoge warmteproductie zetten ze een laagje water af op de huid; bij de verdamping van dit water wordt warmte onttrokken aan het lichaam: het lichaam wordt gekoeld.

Een droge of een verharde huid zoals bij Sjögren- en sclerodermiepatiënten kan minder goed het transpiratievocht doorlaten. Het vocht verdampt onvoldoende of niet en er wordt weinig of geen warmte afgevoerd.

De droge huid wordt vaak over het hoofd gezien als een belangrijk kenmerk van het syndroom van Sjögren, maar het verdient meer erkenning als een veel voorkomend probleem voor de patiënten. De droge huid kan optreden als gevolg van immuunstoornissen en vernietiging van de structuren die de huid vochtig houden. Dat is een vergelijkbaar proces als dat, wat een droge mond en droge ogen veroorzaakt.

(Even vermelden dat, de zweetklieren als ze eenmaal vernietigd zijn, niet kunnen worden hersteld. Vanwege de aantasting van de zweetklieren is de warmteregulatie bij het syndroom van Sjögren verstoord. Daarom treden vaak blozen op en ook afwijkende warmte- en koudesensaties.)

Personen met een droge huid moeten na het zwemmen een douche nemen en onmiddellijk erna de huid insmeren met een vochtinbrengende crème.

Personen met een droge of verharde huid, met long- en vasculaire problemen, gebruiken binnenshuis het beste een ventilator. Airconditioning is af te raden: die kan de klachten verergeren door de droge lucht en het temperatuurverschil met buiten.
Kiest u toch voor airco, stel het apparaat dan niet te droog of te koel af, hooguit 5 graden koeler dan buiten. Voorkom ook dat airco vuile lucht rondblaast. Gebruik een toestel dat goed te reinigen is en doe dit volgens het voorschrift.
U kunt ook een luchtbevochtiger gebruiken. Denk erom het water geregeld te verversen.

Door dehydratatie en te droge lucht kunnen de slijmvliezen verdrogen. Bij personen met luchtwegproblemen kan het luchtwegslijmvlies uitdrogen. Het slijm wordt dan taaier en de klachten kunnen toenemen.

Om de stofwisselingsprocessen goed te laten verlopen: water in het speeksel, de maag en de darmen zorgt voor een goede vertering.
Een tekort aan water zorgt voor een droge mond en dik speeksel, wat het voor Sjögrenpatiënten en mensen met slikproblemen dubbel moeilijk maakt.

Voor het zuiveren van het lichaam (bloedzuivering door de nieren, bij dit proces wordt water uit het lichaam gebruikt) en het afvoeren van de afvalstoffen (via de urine). Hieruit volgt dat wie veel medicatie neemt, ook veel moet drinken.

Om de elektrolytenhuishouding in evenwicht te houden.
Elektrolyten zijn zouten. Ze komen zowel binnen als buiten de lichaamscellen voor, waarbij er sprake is van een verdeling tussen beide. Door de hitte en – wat voor u een zware – inspanning treedt vaak dehydratie van het lichaam op, waardoor de elektrolytenhuishouding verstoord raakt, met o.a. krampen in armen en/of benen tot gevolg. Dehydratatie kan verslechtering van de nierfunctie geven. Patiënten met nierinsufficiëntie bespreken met hun arts hun vochtinname.

Vochtinname

Als u meer dan een halve liter vocht verliest, merkt de hypothalamus, een klier in de hersenen, dat u aan het uitdrogen bent. Die signaleert dat het bloed minder waterig is en bezorgt u dan een gevoel van dorst. Dorst treedt op wanneer u één tot twee procent van uw totale lichaamsvocht bent kwijtgeraakt. Voor patiënten met een nieraandoening, mensen met nierstenen, diabetespatiënten, en oudere mensen bij wie het waterreguleringssysteem minder goed functioneert, kan het aangewezen zijn om geregeld, maar met mate te drinken, ook al hebben ze geen dorst.

Drink bij warm weer voldoende: zeker 2,5 à 3 liter verdeeld over de dag.

Enkele van de vele signalen van vochttekort:

  • weinig of donker gekleurde, sterk ruikende urine;
  • hoofdpijn;
  • duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd;
  • misselijkheid, al dan niet met braken;
  • rusteloosheid, prikkelbaarheid;
  • vermoeidheid en een slechte concentratie.

Wat drinken we?

Vocht halen we uit voedingsstoffen en drank.
Water is de beste drank.
Bouillon is goed om het zoutverlies door transpiratie te compenseren. Ook tomatensap en melk bevatten zout. Fruit en vruchtensappen leveren kaliumzouten.

Met een kop koffie of thee krijgt u net zo veel vocht binnen als met een glas water. In het verleden werd gedacht dat de cafeïne in zwarte thee en koffie vochtafdrijvend was. Dit is inmiddels achterhaald. Cafeïne zorgt voor een snellere, maar niet voor meer uitscheiding.

Van alcohol droogt u wel uit. Alcohol blokkeert de werking van het antidiuretisch hormoon. Dat is een hormoon dat, afhankelijk van het watergehalte van het lichaam, bepaalt hoeveel water door de nieren in het bloed wordt opgenomen en hoeveel water als urine wordt uitgescheiden. Dus wanneer u alcohol drinkt, wordt juist minder water teruggewonnen met als gevolg dat de urine wateriger is dan normaal.

Wanneer u naast uw CIB ook hartklachten hebt en plastabletten gebruikt, moet u extra op voldoende zout- en vochtinname letten.

De ziekte van Lyme

Een beet van een teek die besmet is met de Borelliabacterie, kan leiden tot de ziekte van Lyme. Daarom moet de teken zo vlug mogelijk verwijderd worden. De teek kan ook verdwenen zijn; daarom moet men na een wandeling in het bos of het verblijf in de tuin opmerkzaam zijn op de eerste verschijnselen van een besmetting: een rode, ringvormige uitslag rond de plek van de beet en griepachtige klachten of koorts, hoofdpijn en vermoeidheid. Het is verstandig om in die gevallen zo snel mogelijk naar de huisarts te gaan. (Afbeelding van de teek vóór de beet en de teek volgezogen met bloed. Zie Bindweefsel nr. 54 blz. 11).
In een later stadium is er kans op verlamming van gezichtsspieren, dubbelzien, krachtverlies in benen, pijnlijke of gezwollen gewrichten en hartklachten.
Deze ziekte is goed te behandelen met antibiotica.

Ziekte van Lyme. Info over de Belgische situatie vindt u op de website van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid: www.iph.fgov.be/epidemio/EPINL/plabnl/lyme.htm.
Een brochure met tips is gratis te verkrijgen:
W.I.V. – Afdeling Epidemiologie
J. Wytsmanstraat, 14, 1050 Brussel
of telefonisch: mevr. G. Ducoffre: 02 642 57 77.

 

M.-L. Van Roosebeke

Samengesteld uit verscheidene artikels.

Lichaamsbeweging ook voor u?

Bewegen is noodzakelijk

Volgens de World Health Organisation (WHO), de Wereldgezondheidsorganisatie, is gebrek aan lichaamsbeweging wereldwijd de vierde voornaamste risicofactor voor overlijden. Daarom heeft ze voor 2011 aanbevelingen opgesteld voor een wereldwijde campagne voor ‘Gezond door bewegen’. De tips zijn bedoeld voor gezonde personen en worden opgesplitst volgens de verschillende leeftijdsgroepen. Maar ook voor personen met een chronische aandoening is bewegen een noodzaak.

Dat vernamen we tijdens de voordracht van dr. Hilde Deldycke, specialiste in de Fysische Geneeskunde en Revalidatie aan het Sint-Augustinusziekenhuis van Veurne.

“Vermoeidheid loopt als een rode draad door de klachten van CIB-patiënten.
Zeker bij een opvlamming kunnen we heel moe zijn: het gaat niet, we voelen ons zwak en we moeten rusten. Daardoor neemt de conditie heel snel af, en zodra de opvlamming voorbij is, voelen we ons flauw, kunnen op de duur niet goed functioneren en blijven zeer moe.
Ook door de pijn zijn we bang om te bewegen, gaan we steeds minder doen en gaat onze conditie nog meer achteruit. Zo komen we in een negatieve vicieuze cirkel, waardoor de algemene toestand steeds meer achteruitgaat.
Studies hebben aangetoond dat een spier die een volledige dag op rust wordt gesteld, al 3% aan kracht verliest. Ook de gewrichten worden stijver, de spieren atrofiëren (verschrompelen) en smelten weg.
Dus het gebruik van de spieren en van de gewrichten is ontzettend belangrijk om de stijfheid en op die manier zelfs de pijn tegen te gaan.

Als we ons algemeen en lichamelijk niet goed voelen, gaan we ook geestelijk achteruit, voelen we ons ook geestelijk totaal uitgeput, wat onze weerstand natuurlijk niet ten goede komt.
Ook bij een geestelijke uitputting of een depressie is het belangrijk te bewegen. Door te bewegen en te werken aan de conditie wordt er in de hersenen endorfine aangemaakt. Dat is een natuurlijke morfine die het lichaam zelf produceert, waardoor ook de pijn in het lichaam vermindert en het algemeen welzijn gestimuleerd wordt.”

Vragensessie

Kan men artrose voorkomen door te bewegen?

Door te bewegen zal men de artrose niet verhinderen, maar men kan de evolutie van de aandoening toch wat afremmen.

Artrose ontstaat als gevolg van een letsel door overbelasting. Doordat we bewegen, zullen we met de jaren steeds meer gewrichtsslijtage krijgen; anderzijds wordt het kraakbeen gestimuleerd en kan zich wat herstellen, waardoor de gewrichten langer goed bewaard blijven. Ook de spieren worden sterker en die zijn altijd belangrijk in de stabilisatie van het gewricht. Als het gewricht beter gestabiliseerd is, zal het ook minder snel onderhevig zijn aan overbelasting en aan slijtage.

We moeten altijd de gulden middenweg zoeken. Een langeafstandsloper die jaren traint of een voetballer zal uiteraard zijn gewrichten en zijn benen heel zwaar belasten en die mensen hebben meer kans om heel snel ernstige artrose van de gewrichten van de onderste ledematen op te lopen. Maar voor iemand die geregeld wandelt en de gepaste schoenen draagt, is bewegen heel goed.

Welke sporten zou u aanraden?

De minst belastende sporten voor gewrichten en spieren zijn wandelen, zwemmen en fietsen.

Mag men racket- of balsporten doen (tennis of badminton)?

Tennis en andere balsporten mag men beoefenen, maar op één voorwaarde: het heel rustig aan te doen. Als men te explosief of te hevig te werk gaat, bestaat het gevaar dat men te veel stress op de zeer gevoelige gewrichten en ligamenten legt.

Ik heb al gezegd dat ik van mening ben dat bewegen zeer belangrijk is, maar als iemand daar geen ervaring mee heeft, dan is het best dat men sport onder begeleiding van een kinesitherapeut.

“Ik ben ervan overtuigd dat rust roest is.
Dat bewegen heel belangrijk is in de behandeling
van een chronische inflammatoire bindweefselziekte
en zeker om de factor moeheid
te leren onderdrukken of behandelen.”

 

EULAR

De European League against Rheumatism (EULAR) is een organisatie die de Europese artsen, paramedici en patiënten vertegenwoordigt die werken rond of te maken hebben met reuma. Elk jaar organiseren zij een congres waarop de nieuwste ontwikkelingen in de wereld van de reumatologie worden voorgesteld. Hiermee kunnen de aanwezigen eventueel aan de slag in hun thuisland.

Om mensen met een reumatische aandoening te laten kennis maken met het werk dat EULAR verricht in de wereld van de reumatologie, maar ook om het werk van de nationale patiëntenorganisaties in het daglicht te zetten, reikt EULAR om de twee jaar de ‘Edgar Stene prijs’ uit voor een essay. Door een deelname aan de wedstrijd geraken mensen misschien gestimuleerd om hun steentje bij te dragen.

Edgar Stene was een Noor die leed aan de ziekte van Bechterew (ankyloserende spondylitis). Hij was een groot voorvechter van de samenwerking met en een goede communicatie tussen artsen, patiënten en zorgverleners om de levenskwaliteit van de patiënten te verbeteren.

Ingrid, medewerker van Vlaams-Brabant nam deel aan de wedstrijd. Haar tekst haalde de eerste selectie en ging door op Europees niveau. Hij werd m.a.w. vertaald in het Engels. Haar tekst kwam niet als winnaar uit de bus, maar heeft toch indruk gemaakt op de jury, want hij zal in een uitgave opgenomen worden.

Ook EULAR liet zich inspireren door de oproep van het WHO en koos ‘bewegen’ als inhoud van de essay’s.

Hierbij leest u het essay van Ingrid.

Hoe lichaamsbeweging mijn leven
met een reumatische aandoening verbetert

Terwijl ik deze woorden schrijf, zit ik aan mijn computer. De inspiratie houdt het klavier in beweging. Zelf zal ik over een halfuurtje opstaan om mijn botten, spieren en pezen in beweging te brengen. Dat ben ik verplicht aan de lupus die in mijn bloed woont. Ik probeer hem te temmen tot hij een volgzame, vriendelijke hond wordt.

Op mijn computerscherm verschijnen de woorden “alles op tijd en stond”.

In mijn hoofd gaat een licht branden. Zet je in beweging, flikkert het.
Ik ga staan, zoek een punt net boven mijn hoofd. Een denkbeeldig touw trekt mijn kruin omhoog. Mijn nek en rug krijgen de ruimte die ze verdienen. Dit wil ik mezelf graag gunnen. Ik sta en besta.
Mijn knieën zoeken beweging en even later sta ik lichtjes op en neer te veren. Er klinkt muziek in mijn hoofd. Mijn lichaam denkt aan dansen. Even bewegen en ik weet weer dat ik leef. Ik voel een glimlach door mijn bloed stromen.
Nu niet te hevig, niet te lang. Met mate nu en niet gaan overdrijven. Dat eeuwige doseren, dat moet ik elke dag leren.
Altijd heftig verscheur ik de uren gulzig. Een vurige tijger die zich vastbijt in zijn prooi.

Ik vroeg veel van mezelf. Te veel. Dat kan pijn gaan doen.
Een ontstoken gewricht in de schouder, vingers die zich moeilijk lieten buigen, knieën die weigerden nog langer mee te rennen, een bekken dat steeds verder kantelde en mijn rug uit balans haalde.
De pijn en de vermoeidheid gingen ook in mijn hoofd ronddwalen. Ik kwam steeds minder aan bewegen toe, werd gevoeliger voor pijn. Ik zat in een lichaam waarin ik me steeds minder thuis voelde. De kilo’s vlogen eraan.
Na het werk viel ik ’s avonds uitgeput in de zetel neer en kwam er niet meer uit. Een dagje tussen grote groepen kinderen die vol leven heen en weer renden, hadden me uitgeput. Ik wilde hen leren een leven lang te blijven bewegen. De kinderen wisten van nature wat ik hoe langer hoe meer vergat. Blijf niet te lang zitten in dezelfde houding, beweeg en zoek op tijd en stond een hoekje om even uit te rusten. Dat toonden ze me elke dag, die slimme kinderen. Ja, ik moet toegeven dat een kind een hoge bewegingsintelligentie heeft. Ik stond er met mijn neus op, maar vergat mezelf.

Ik heb een punt gezet achter mijn onderwijscarrière, maar het plezier dat kinderen aan bewegen beleven, draag ik zorgvuldig mee. Omdat ikzelf te dikwijls tegen mijn grenzen ben gebotst, probeer ik nu de wijsheid van het kind in me opnieuw wakker te maken. Een voorzichtige leerling ben ik, die met kleine stapjes leert. Wandelend door de dagen. Onderweg naar een lichaam waarin ik weer vrijer kan leven in vrede met mezelf.
“Hoe sta ik?” vraag ik me af wanneer ik op de bus wacht. “Hoe loop ik?” wanneer ik in de stad boodschappen doe. “Moet ik mijn lichaam niet beter ordenen wanneer ik op mijn rug lig en pijn voel? Stop ik niet beter even wanneer mijn rechterbeen begint te tintelen bij het fietsen?” Langzaam word ik me bewust van mijn mogelijkheden. Ik kan steeds meer en het kost me weinig energie omdat ik van de tijger in mij een poes maak die eerst de poten strekt en dan pas aan haar wandeling begint.
Ik geniet wanneer ik in het zwembad voel hoe het water langs mijn huid strijkt. Met de glimlach van een dolfijn glijd ik door het water en verbaas me over het gemak waarmee ik me beweeg. Het warme water en de andere reumazwemmers garanderen een rustige warme sfeer. We ontmoeten mekaar in een oase van aangepaste beweging. Zachtjesaan met respect voor ons beperkte lichaam. Met respect voor elkaar. Hier hoeven we ons niet te meten. Hier beweegt iedereen op zijn eigen melodie.
Een beetje zoals kinderen die blijven zoeken naar de makkelijkste manier om een gymzaal over te steken op slechts één voet.
Zonder al te veel hulp en op eigen kracht.
Zo wil ik blijven bewegen. Met de lichtheid van het vergeten kind in mij.
‘Comfortable’. Dat staat vanaf nu in mijn computer geprogrammeerd.

Ingrid Vandepaer

Een gewaarschuwd man … (en vrouw) is er twee waard

Fastum Gel

Het Europese Geneesmiddelenagentschap waarschuwt tegen het gebruik van het ontstekingsremmende en pijnstillende Fastum-gel dat de werkzame stof ketoprofen, een niet-steroïdale (bevat geen cortisone) ontstekingsremmer, bevat. Het wordt gebruikt bij spier- en gewrichtspijn en spierontstekingen, bv. bij verstuiking, rugpijn, tendinitis, enz.

Dat kan ernstige foto-allergische reacties geven als de ingesmeerde huid in contact komt met zonlicht. Het gaat dan om eczeem, jeuk, roodheid, blaasjes …
De huidletsels kunnen lang blijven bestaan. Ook meerdere weken tot een jaar na het stoppen met ketoprofen kunnen bij blootstelling aan zonlicht nieuwe reacties optreden. De irritatie kan zich ook voordoen op plaatsen van het lichaam waar het product niet werd aangebracht. Voorts kunnen allergische huidreacties ontstaan op stoffen die voorheen geen problemen opleverden.

De dermatologen raden af om dit gel te gebruiken in de lente en de zomer, en alleszins voor een goede zonbescherming te zorgen. In de bijsluiter wordt ook aangeraden om blootstelling aan rechtstreeks zonlicht, met inbegrip van zonnebanken, te vermijden gedurende de behandeling en 2 weken daarna.

Het Geneesmiddelenagentschap adviseert zelfs dat het gel niet langer vrij te koop is in de apotheek, maar alleen nog op doktersvoorschrift en met meer uitgebreide waarschuwingen in de bijsluiter.

Bisfosfonaten en zeldzame atypische fracturen van het dijbeen

In zeldzame gevallen kwamen ongewone breuken van het dijbeen voor bij patiënten die bisfosfonaten innamen.

Na evaluatie van alle beschikbare gegevens, heeft het wetenschappelijk comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik van het Europees geneesmiddelenbureau (EMA) besloten dat het risico voor deze dijbeenbreuken aanwezig is bij alle geneesmiddelen die een bisfosfonaat bevatten:
alendronaat: Fosamax, Beenos, Alendronate Ratiopharm, Alendronate Apotex, Alendronate EG, Alendronate Mylan, Alendronate Sandoz en Alendronate Teva. Het wordt ook verkocht in combinatie met vitamine D onder de naam Fosavance
clodronaat: Bonefos
etidronaat: Osteodidronel
ibandronaat: Bondronat en Bonviva
pamidronaat: Aredia, Pamidrin, Pamidronaat Hospira, Pamidronate EG, Pamidronate Mylan
risedronaat: Actonel, Risedreenos, Risedronaat Sandoz, Risedronate EG et Risedronate Mylan
tiludronaat: Skelid
zoledronaat: Aclasta en Zometa.

Als uw arts deze geneesmiddelen voorschrijft voor de behandeling van osteoporose bv., moet hij geregeld het nut van een voorgezette behandeling herevalueren, vooral na een gebruik van 5 jaar of meer.
Als u die bisfosfonaten-bevattende geneesmiddelen neemt, moet u bewust zijn van het risico op deze ongewone fracturen van het dijbeen. U moet uw arts raadplegen als u enige pijn, zwakte of ongemak voelt aan de dij, de heup of de lies. Dit kan een teken van een mogelijke breuk zijn. (FAGG)

Maak u niet onnodig ongerust, want die dijbeenbreuken kwamen maar uiterst zelden voor! Het wetenschappelijk comité bevestigt dat de voordelen van de bisfosfonaten in de behandeling en preventie van beenderaandoeningen blijven opwegen tegen de risico’s!

Planten als geneesmiddel (Deel 3)

Dit is het derde deel van het verslag van de voordracht van prof. Gert Laekeman, gewoon hoogleraar aan het Onderzoekscentrum voor Farmaceutische Zorg en Farmaco-economie aan de KULeuven. Hij maakte een studie over de werking van de planten en hij is expert bij de commissie voor plantengeneesmiddelen van het European Medicines Agency.
In dit deel worden de vragen beantwoord. Het eerste en tweede deel vindt u in Bindweefsel nr. 52 en 53.

Zijn er specifieke kruiden die auto-immuunziekten kunnen voorkomen?

Er zijn cortisonachtige planten zoals zoethout en ginseng, maar het gebruik ervan kan zeer veel nadelen veroorzaken en ik zou ze niet aanraden. Het antwoord op de vraag moet ik helaas schuldig blijven.

Omgekeerd bestaan er een aantal planten die immuniteitsversterkend zijn: echinacea (rode zonnehoed), uncaria tomentosa (katsklauw). Voor chronische inflammatoire bindweefselziekten zijn deze planten echter absoluut af te raden. Als men een middel tegen verkoudheden of een voedingssupplement neemt, moet men steeds goed nagaan of er geen echinacea in verwerkt zit. (Zie BW nr. 52, blz. 10).

Kan sclerodermie worden verholpen met kruiden in plaats van met Medrol®, Ledertrexate® en foliumzuur, wat ik moet nemen? Ik gebruik liever iets natuurlijks.

Ook hier spreken we over afweeronderdrukkende middelen. Wanneer u Medrol®, Ledertrexate® en foliumzuur gebruikt, worden deze meestal in relatief lage dosissen voorgeschreven. Als het therapeutisch resultaat goed is, zou ik liever zien dat u dit verder gebruikt.
U moet wel opletten met foliumzuur en Ledertrexate®, want foliumzuur kan Ledertrexate® tegenwerken. Meestal worden de dosissen hiervan slechts één keer per week genomen en wordt foliumzuur het best niet diezelfde dag gebruikt.

Mag ik lijnzaad gebruiken in geval van coloncarcinoom?

Er is geen reden om aan te nemen dat lijnzaad een carcinoom zou versterken.
Lijnzaad heeft zelfs ook in zekere zin een fyto-oestrogene, d.w.z. een wat vrouwelijke hormonale werking, wat weer nuttig kan zijn bij bepaalde aandoeningen.
Het is een natuurvriendelijk preparaat dat men kan vergelijken met geconcentreerd bruin brood. De vezels bevorderen de stoelgang; vandaar dat men lijnzaad niet onbeperkt mag gebruiken. Als men bij het gebruiken van vezels darmkrampen krijgt, is dat een teken dat men ze niet verdraagt.

Kan het gebruik van Sabal serenoa en brandnetelwortel het prostaat-specifieke antigen (PSA) maskeren?

Serenoa repens of Sabal en brandnetelwortel worden vooral gebruikt om de symptomen bij goedaardige prostaatkliervergroting te verminderen. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 54 blz. 17)

Een verhoogd prostaat-specifiek antigen (PSA) wijst bv. op een prostaatinfectie of is een indicator voor mogelijke kwaadaardige aandoeningen.
Fietsen, het masseren van de prostaat of een prostaatonderzoek irriteren de prostaat en zijn voldoende om die waarde te doen stijgen. De PSA moet dus altijd worden gecontroleerd op het ogenblik dat er geen aanleiding is tot een kunstmatige verhoging.

Het is belangrijk om de PSA-waarden te meten, want bij een goedaardig probleem kan een prostaatcarcinoom ongemerkt optreden.

Bepaalde middelen die gebruikt worden bij goedaardig prostaatlijden kunnen de PSA inderdaad maskeren. Sabal of Serenoa repens en brandnetel hebben daar geen invloed op.

Als u nog andere geneesmiddelen inneemt
en u wilt serenoa repens of brandnetel gebruiken,
dan moet u dat met de arts of de apotheker bespreken.

 

Hebben aromatische oliën geneeskracht?

Absoluut.
Aromatische olie (of vlugolie, ook essentiële of etherische olie genoemd) is de meest geconcentreerde vorm van een plant.
Er bestaan plantenfamilies die een sterk gehalte aan vlugolie hebben, o.a. de lipbloemigen en de schermbloemigen.

Men moet slechts eventjes wrijven over de lipbloemigen zoals munt, melisse, tijm, marjolein, rozemarijn om de vlugolie vrij te krijgen. Bij de lipbloemigen worden vooral de bladeren gebruikt, het kruid minder.

Bij de schermbloemigen zoals karwij, dille, anijs, venkel, wilde wortel zijn vooral de zaden rijk aan vlugolie.
Door stoom met die planten te mengen, isoleert men de vlugoliën, die een wat vetachtig uitzicht hebben en niet met water mengbaar zijn. Zo bekomt men de geconcentreerde vorm.

Opgelet!
1 g venkelolie, d.i. 1/5 van een koffielepel, kan dodelijk zijn voor een baby.

Ook met muntolie zijn al dodelijke ongevallen gemeld.
Muntolie of menthol drupt men soms op het hoofdkussen van een verkouden baby, maar kinderen jonger dan 1 jaar kunnen daardoor spasmen in de keel krijgen waardoor ze stikken.

Er zijn zeker al een zevental gevallen bekend van dodelijke ongevallen doordat concentraties van vlugolie in de onmiddellijke ademlucht te groot is. Om deze reden heb ik wel mijn reserves over het feit dat vlugoliën zomaar in flessen van 10-20 ml buiten de apotheek verkocht kunnen worden. Dat is echt gevaarlijk.

Anijsolie heeft hetzelfde effect als ethanol, als alcohol.

Aromatische oliën zijn dus zeker werkzaam, maar moeten juist worden gedoseerd. Men moet goed opletten bij het gebruik voor baby’s. Er zijn gevaarlijke gevolgen aan vlugolie verbonden. Vraag zeker uitleg aan deskundigen, aan artsen, apothekers die daarmee vertrouwd zijn.

Is kruidengeneeskunde te vertrouwen?

Ja, maar als u met kruiden werkt, probeer zoveel mogelijk te werken met partners in de gezondheidszorg, die een goede medische of farmaceutische opleiding hebben genoten, die op tijd zeggen: hier volstaan de kruiden niet meer. Gebruik de kennis van mensen die daar voldoende voor opgeleid zijn.

Helpen bachbloesemtherapie en homeopathie?

Wat zijn bachbloesems?
Men legt bloemen met een sterke geur in een schaal met water en plaatst die in het zonlicht. Volgens de theorie van Edward Bach, de dokter die in de jaren 1930 met bachbloesems is begonnen, zorgt de zon ervoor dat de kracht van de bloem in het water overgaat. Dat water wordt dan gefilterd, gemengd met alcohol tegen het beschimmelen en dan kan men de druppels als bachremedies gebruiken.
Bachremedies worden vooral bij gedragsstoornissen of bij psychisch onevenwicht gebruikt. Als men bachbloesems gebruikt, betekent dat niet dat men zwaar psychisch ziek is; ook wie zich niet optimaal voelt, kan de druppels gebruiken. Ook bij agressiviteit kunnen ze worden genomen.
Bij sommige mensen helpt deze therapie, bij andere niet. Men kan dus niet zeggen dat het absoluut niet helpt. Het is ook geen sleutel die op alle sloten past.

Hetzelfde geldt voor homeopathie. Een aantal mensen zweert bij homeopathie, maar ook hier zou ik aanraden op deskundige ondersteuning beroep te doen. Raadpleeg liever een arts-homeopaat of een arts die met bachbloesems werkt, zodat hij op tijd kan zeggen: “We zullen het doel niet bereiken met homeopathie.”

Mag men sojaproducten en Nolvadex® samen gebruiken?
Beïnvloedt Nolvadex® de leverwaarden?

Nolvadex® bevat de werkzame stof tamoxifen, een anti-oestrogeen en wordt gebruikt bij oestrogeengevoelige kankertumoren. Over het algemeen verwacht men een gunstige prognose als de tumoren oestrogeengevoelig zijn, want dan is het weefsel nog niet compleet van het lichaam vervreemd.

Soja, die fyto-oestrogeen bevat, heeft een pro-oestrogeen (een pro-vrouwelijk hormoon) effect.

We kunnen ons terecht de vraag stellen of sojaproducten, die fyto-oestrogeen bevatten, de kans op een nieuwe tumor niet zullen verhogen. Het antwoord hierop is niet duidelijk.

Studies hebben aangetoond dat in Zuidoost-Azië, waar de hoeveelheid soja in de voeding 20 tot 40 keer hoger ligt dan bij ons en dus 20 tot 40 keer meer oestrogeenproducten worden ingenomen, borst- en prostaatkanker duidelijk minder voorkomen dan in West-Europa.
Maar in Zuidoost-Azië gebruikt men minder dierlijke eiwitten, en meer plantaardige eiwitten. Ze verwerken in hun voeding meer koolhydraten, dus meer voedingssuikers, dan wij. Het gaat dus waarschijnlijk om een geheel van voedingsstoffen.

Men kan niet zeggen dat sojaproducten de kans op borstkanker verhogen, zelfs na een operatie, maar het tegendeel is ook niet bewezen. Laten we zeggen dat de tendensen eerder gaan in de richting van veilig, maar het is een tendens.
Ik zou het niet doen.

Nolvadex® kan die fameuze menopauzale symptomen weer doen herleven en dat kan natuurlijk ook heel oncomfortabel zijn.

Leveraandoeningen staan niet bekend als nevenwerkingen bij het innemen van Nolvadex®. Het is niet absoluut uitgesloten, maar als ze voorkomen, zal dat eerder zeldzaam zijn.

Hetzelfde geldt voor hop, dat ook een pro-oestrogeen effect heeft.
Mag men dat innemen na borstkanker? Ook daar hebben we geen voldoende gegevens over. Ik zou het dus afraden.

Andere planten zoals cimicifuga (zilverkaars), die onder andere in Ymea zit, worden wel gebruikt na borstkanker, maar volgens studies werken de placebo en het actief geneesmiddel even goed. Het is dus niet heel duidelijk of het wel sterk genoeg is.

Welke planten doen vermageren?

Er zijn diverse omstandigheden waarin we willen vermageren. Als we daarvoor planten willen inschakelen, gaat het meestal om wat we noemen een fysicochemisch effect: een plant die de neiging heeft om bv. vermengd met water een soort papje te vormen, dus een stevige brij.

Zo ‘n plant is de fucus vesiculosis, het blaaswier. Men vindt vers, slijmerig zeewier op het strand. In zeewier zitten alginezuren, die ook in Gaviscon® worden gebruikt. Die zuren vormen een beschermende gellaag met een hogere pH (= minder zure), die op de maaginhoud drijft. Hierdoor wordt het terugvloeien (= reflux) van het maagsap in de slokdarm (= oesofagus) onderdrukt. Die fucuspreparaten of blaaswier worden ook wel gebruikt in capsules vermengd met water om in de maag een soort papje te vormen en de indruk te geven dat die maag al goed vol zit en men een verzadigd gevoel ervaart. Ik beweer niet dat het spectaculaire resultaten geeft, maar het is altijd het proberen waard. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 54 blz. 19)

Men kan ook enkel zeewiercapsules of blaaswiercapsules nemen en niets anders meer eten. U moet zeer goed opletten met drastische vermageringskuren, want als men te weinig eiwitten inneemt, wordt eerst het eiwit van de spieren afgebroken. Het hart is eveneens een spier. Zo zijn er in de Verenigde Staten in de jaren 1970 dodelijke ongevallen gebeurd met mensen die inderdaad drastisch vermagerden, maar ook hartritmestoornissen kregen en daaraan stierven. Daar moet u wel mee op toezien.

Opgelet wanneer u zeewier- of blaaswierpreparaten gebruikt, want zij bevatten jodium en normaal mag het jodiumgehalte de 0,1% niet overschrijden.
Dat moet wel goed gecontroleerd zijn. Ook hier zou ik verwijzen naar de apotheek voor eventuele preparaten.

Ook de coffeïnehoudende paulinia cupana (1%) en de guarana (5%) kunnen hiervoor gebruikt worden. Coffeïnehoudende planten hebben de neiging om de vetverbranding te versterken, maar kunnen u ook een slecht slaappatroon verschaffen. Om dat te vermijden gebruikt u die plant liever niet als vermageringsmiddel.

De garcinia cambogia werkt in op de vetstofwisseling, maar de resultaten daarvan zijn wisselend. Een studie heeft aangetoond dat de mensen die de plant hadden gebruikt en de personen die een placebo hadden genomen evenveel vermagerden. Dat wijst erop dat vermageren toch ook een stukje tussen de oren zit.

Een eenvoudig middeltje om op een gezonde manier te vermageren, is twee koppen pure groene thee zonder suiker vóór elke maaltijd drinken. Zo hebt u een zekere hoeveelheid vocht in de maag, wat de maag een beetje vult en waardoor u vlugger een verzadigd gevoel krijgt.

Een ander middel is vóór de maaltijd twee wortels te eten. Dat geeft nog een veel sterker verzadigd gevoel. Wortels zijn ook planten, dus daar is niets ongezonds aan.

U kunt ook dieetmaaltijden gebruiken waarin slijmstoffen en wat eiwit in verwerkt zijn, zodat u niet in een negatieve eiwitbalans komt te staan.
Die dieetmaaltijden geven een gevoel van volheid en verzadigdheid. Op die manier wordt een caloriearm dieet verorberd.

Probeer geen maaltijd over te slaan, want dat geeft een totaal averechts effect. Doordat u hoofdmaaltijden overslaat, zult u tussendoor meer snoepen en meer eten. Met die tussendoortjes speelt u nogal wat harde calorieën naar binnen.

M.-L. Van Roosebeke

Al enkele maanden gonst het online van geruchten dat een nieuwe Europese wet die op 30 april 2011 van kracht werd, de verkoop van geneesmiddelen op basis van planten en natuurlijke remedies zal verbieden. Dit idee werd nog versterkt door een petitie die de ronde doet. Die vrees is ongegrond. De verkoop van geneeskrachtige planten zal niet verboden worden, er komt enkel een strengere controle op het gebruik van de term ‘geneesmiddel’.

 

Aandachtsstoornissen ook bij CIB (Deel 2)

Voordracht door dr. Gudrun Nys, Laboratorium voor Neuropsychologie Departement Inwendige Ziekten Universiteit Gent

Vragensessie

Ik had graag wat meer uitleg over de witte vlekken op de hersenen. Hoe komen die daar, moeten ze opgevolgd worden, verslechteren ze, kunnen ze zich verplaatsen?

Er zijn witte vlekken die gepaard gaan met gewone veroudering; wij noemen ze ‘witte stofafwijkingen’. Dit zijn kleine beschadigingen aan de hersenen. Bij de meeste mensen geven die geen klachten. Alleen als er echt acute klachten zijn of het geheugen wordt beduidend en in snel tempo slechter, moeten die wel opgevolgd worden. Dit wordt door de neuroloog beslist. De cognitie kan in kaart gebracht worden door middel van een neuropsychologisch onderzoek.

Bij bepaalde bindweefselaandoeningen zijn op de hersenen witte vlekken te zien, maar die kunnen bij een volgende scan verdwenen zijn. Ze zijn niet van hetzelfde type als hierboven. Vlekken die verdwijnen, worden veroorzaakt door infecties. Dus, in theorie kunnen die vlekken zich verplaatsen. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 54 blz. 20)

Is er een verschil tussen Alzheimer en dementie?

Er zijn verschillende types dementie waaronder Alzheimer de bekendste en meest voorkomende vorm is, zeker bij ons. We kennen bijvoorbeeld ook de dementie die vaak voorkomt bij de ziekte van Parkinson. Verwant hieraan is de Lewy-body-dementie. Dit is een dementie die begint met hallucinaties en problemen met het zien. Deze dementie evolueert heel anders dan Alzheimerdementie, die vooral op het geheugen werkt. Bij nog een andere dementie (frontotemporale dementie) staan vooral veranderingen in het karakter centraal; deze laatste dementie begint over het algemeen op jongere leeftijd (50-60 jaar).

Als iemand problemen krijgt met het geheugen en vreest dement te worden, is het dan nuttig te laten vaststellen hoe het geheugen zal evolueren?

Als de neuroloog denkt dat er een probleem is, meestal doordat de omgeving duidelijk ziet dat het geheugen sterk achteruit gaat, stuurt hij de patiënt soms door naar een neuropsycholoog om na te gaan of er daadwerkelijk een evolutie is naar een bepaalde dementie.

Als neuropsycholoog kunnen we vaak pas een uitspraak doen als we de patiënt twee keer gezien hebben en als we de familie van de patiënt hebben gesproken. Meestal zien we de patiënt de eerste keer gedurende ca. 2,5 uur. Als iemand het vrij slecht doet of als er twijfel is, vragen we die persoon na een of twee jaar terug te komen om de scores te vergelijken. Als er geen wijzigingen zijn, is de kans op dementie op dat moment vrij klein. Is een persoon sterk achteruit gegaan, dan weten we dat er iets aan de hand is en wordt multidisciplinair gekeken bij welke dementie/ziekte het profiel eventueel passend zou kunnen zijn.
Naast onze bevindingen kan de neuroloog soms op de hersenscan zien dat zenuwcellen op bepaalde plaatsen afgestorven zijn (atrofie).

Is het goed te horen zeggen door de neuropsycholoog dat het gaat om aandachtsproblemen en niet om geheugenproblemen?

Over het algemeen wel, omdat de aandachtsproblemen vaak niet slechter worden; meestal blijven die vrij stabiel, terwijl echte geheugenproblemen wel achteruit kunnen gaan, maar er zijn wel uitzonderingen. Soms kan de aandacht ook zo gestoord zijn dat er een evolutie is naar een ernstiger beeld.

Ik vergeet namen. Is daar iets aan te doen en waar ligt dat aan?

Er is een component in het geheugen die specifiek belangrijk is voor het onthouden van namen en gesprekken.
Wanneer moet men hier iets aan doen? De vraag is, of het vergeten van namen plots gekomen is, of dat het al de hele tijd aanwezig is. Als het al de hele tijd aanwezig is, is dat totaal niet zorgwekkend, iemand is goed in iets of slecht in iets. Vergelijk uzelf altijd met uzelf: hoe u was toen u gezond was.
Als het snel slechter wordt, dan is het belangrijk dat u bijhoudt wat er moeilijker gaat. Zo kunt u nagaan of het vergeten van namen samen met andere functies in het nadenken verergert. Als het puur om namen gaat, dan is er niet zoveel aan de hand. Mensen die ouder worden vermelden vaak dat namen onthouden iets is wat achteruitgaat.

U vertelde dat bewegen en sporten het geheugen helpt. Hoe komt dat?

We weten dat iemand die aan sport doet over het algemeen een betere doorbloeding in de hersenen heeft. Door te bewegen gaat je hart sneller kloppen en wordt er dus meer bloed rondgepompt. Zo wordt er ook genoeg bloed naar de uiteinden van je lichaam gepompt.
Bepaalde hersengebieden die voordien weinig doorbloeding hadden, kunnen door te sporten weer beter gaan werken. Dat is ook zo bij patiënten die gediagnosticeerd zijn met dementie, dus zelfs als het eigenlijk al te laat is, dan zie je nog een beetje verbetering als patiënten gaan bewegen. Bewegen is niet alleen goed voor het geheugen maar ook voor het algemene nadenken. Zoek wel een sport die je leuk vindt, anders houd je dit niet vol.

Wat weet men over de bijwerking van cortico-steroïden op de cognitieve functie?

Die nevenwerkingen lijken nogal mee te vallen als men ze afweegt tegenover de positieve resultaten van corticoïden voor de diverse CIB-aandoeningen. De nevenwerking van de corticoïden zal individueel ook verschillen, de een heeft er last van en de ander helemaal niet. Eventuele neveneffecten worden vooral gezien op de aandacht en op het geheugen, niet zozeer op andere mentale functies. Indien er echt ernstige nevenwerkingen kunnen worden aangetoond kan het zijn dat uw arts u een andere medicatie gaat voorschrijven.

Is het nodig een hersenscan te laten doen bij Sjögren?

Alleen bij ernstige klachten is het nodig om een hersenscan te laten doen. Het is de neuroloog of de huisarts die dat moet beslissen, en alleen dan als er heel duidelijk een neurologische of neuropsycholo-gische uitval is. Het is zeker niet nodig bij elke Sjögrenpatiënt.

M.-L. Van Roosebeke

Met dank aan dr. Nys voor het controleren van het verslag.

Dokter, ik heb veel pijn vandaag

Vaak horen we patiënten klagen dat hun dokter niet goed luistert naar hun klachten en dikwijls klagen ook de dokters erover dat hun patiënten hun klachten slecht aanbrengen.
Daarom is het belangrijk om begrippen als ‘pijn’, ‘ontsteking’, ‘krachtverlies’ en ‘stijfheid’ goed van elkaar te onderscheiden zodat de patiënt weet wat hij precies moet zeggen en de dokter de klacht correct kan inschatten.

Pijn

Pijn is het belangrijkste symptoom van de meeste aandoeningen van het bewegingsapparaat. De pijn kan licht of ernstig zijn, plaatselijk of diffuus, afhankelijk van de plaats van het letsel. Pijn kan acuut en kortdurend zijn, zoals bij de meeste kwetsuren, maar ook voortdurend aanwezig zijn, zoals bij een chronische ziekte, o.a. de CIB.

Botpijn is meestal een diepe, doordringende of doffe pijn. Deze wordt gewoonlijk door letsel (kwetsuur) veroorzaakt. Andere oorzaken van botpijn zijn infecties en tumoren.

Spierpijn is vaak minder hevig dan botpijn, maar kan wel zeer onaangenaam zijn. Een spierspasme of kramp (een aanhoudend pijnlijke spiersamentrekking) in de kuit is een voorbeeld van een intense pijn. Pijn kan optreden bij een spierverwonding door een sportblessure, bij verminderde bloedtoevoer naar de spier, een infectie, een auto-immuunreactie of een tumor.

Bijna alle letsels en ziekten in de gewrichten geven stijfheid en een schrijnende pijn, vaak ‘artritische’ pijn genoemd.
Omdat gewrichtspijn zo veel voorkomt, baseert een arts een specifieke diagnose echter op de aanwezigheid van andere symptomen en op de resultaten van laboratoriumonderzoek. Zo wordt lupus bijvoorbeeld gekenmerkt door pijn in de gewrichten en een vlindervormige huiduitslag in het gelaat. In het bloed wordt de aanwezigheid aangetoond van allerhande antilichamen.
Soms zijn ook de pezen en de gewrichtsbanden betrokken in het ontstekingsproces.

Ontsteking

Een ontsteking veroorzaakt een gezwollen warme en gevoelige plek. Door de ontsteking is het gewricht pijnlijk en kan men het minder goed bewegen. Als een groot deel van het bewegingsapparaat is ontstoken, is er soms een lichte verhoging van de lichaamstemperatuur. Bij CIB kan koorts een belangrijk verschijnsel zijn.

Een gewrichtsontsteking is een reactie van de gewrichten op allerlei vormen van beschadiging, waaronder een infectie of een auto-immuunziekte. Reumatoïde artritis is een van de vele auto-immuunziekten die een ontsteking van de gewrichten veroorzaken. Bij gewrichten is de zwelling vaak het gevolg van vocht in het gewricht. Het functieverlies uit zich als een verminderd bewegingsbereik. Bij sommige auto-immuunziekten zoals lupus is er vaak een tegenstrijdigheid tussen de pijnklachten van de patiënt en de objectieve vaststellingen door de arts. Het is belangrijk voor beide partijen dat ze zich hiervan bewust zijn. De dokter moet altijd laten verstaan dat hij de klachten van de patiënt ernstig neemt en de patiënt moet begrijpen dat de pijn die hij voelt vaak door de dokter niet kan geobjectiveerd worden.

Spierontsteking (myositis) kan verschillende oorzaken hebben, zoals een virusinfectie of een auto-immune aandoening. Zoals elke ontsteking kan spierontsteking pijn en gevoeligheid, zwelling en een warm gevoel veroorzaken. De spier kan minder goed worden gebruikt, hetgeen zich uit als spierzwakte.

Spierzwakte

Zwakte kan optreden als een deel van het bewegingsapparaat afwijkend is. Als de spier zelf niet goed kan samentrekken, is er sprake van ‘spierzwakte’. Als een zenuw de spier niet goed prikkelt, zijn de spiersamentrekkingen zwak. Als een gewricht vastzit en niet normaal kan bewegen, is de spier soms niet voldoende in staat om beweging te veroorzaken. Zelfs pijn als gevolg van een ontsteking verhindert de normale bewegingen, waardoor zwakte ontstaat. De zwakte kan zich beperken tot één gewricht of ledemaat, zoals meestal het geval is als een zenuw, een gewricht of een enkele spier is aangedaan, maar kan ook door het gehele lichaam verspreid zijn zoals het geval is bij sommige neurologische ziekten of spierziekten. Spierkracht kan ook beperkt zijn door pijn in de spieren, pezen, botten of gewrichten, waardoor het lijkt alsof er zwakte is.

Zwakte is een veelvoorkomend symptoom van een spierletsel of een spierziekte. Spierzwakte kan ook een gevolg zijn van veel ziekten die het gehele lichaam aantasten. Veel mensen klagen over spierzwakte wanneer ze zich moe of uitgeput voelen, maar echte spierzwakte betekent dat volledige inspanning niet de normale kracht oplevert. Echte spierzwakte kan worden veroorzaakt door problemen in de spier zelf (zoals bij spierdystrofie) of bij polymyositis en andere CIB. Verder kan spierzwakte ook worden veroorzaakt door problemen in het zenuwstelsel dat de bewegingen controleert (zoals na een CVA of na letsel aan het ruggenmerg of de zenuwen), of door een ziekte als myasthenia gravis, waarbij de verbinding tussen de zenuw en de spieren wordt aangetast, de zogenoemde ‘neuromusculaire overgang’. Spierzwakte kan bij ouderen voorkomen als gevolg van een leeftijdsgebonden vermindering in spiermassa, die ‘spieratrofie’ wordt genoemd. Artsen gebruiken soms het woord ‘asthenie’ om zwakte te beschrijven, maar dan meer in de betekenis van krachteloosheid of ziekelijkheid dan in de betekenis van spierzwakte.

Gewrichtsstijfheid

Gewrichtsstijfheid komt veel voor bij artritis en artrose. Gewrichtsaandoeningen belemmeren vaak de bewegingen van het gewricht zodanig dat stijfheid ontstaat. Een goed voorbeeld is de ochtendstijfheid die bij reumatoïde artritis optreedt. De stijfheid is aanwezig bij het opstaan en wordt pas na een uur of twee geleidelijk minder door toegenomen activiteit. Bij lupus duurt deze ochtendstijfheid vaak korter.
Bij een bepaald letsel, zoals het verrekken of scheuren van de gewrichtsbanden, kan de beweeglijkheid (laxiteit) van het gewricht toenemen. Het gewricht kan dan abnormaal ver worden gebogen waardoor het instabiel wordt. Laxiteit van het gewricht kan ook voorkomen bij de bindweefselziekte ‘cutis laxa’. Bij deze aandoening hangen de huid, maar ook de banden en pezen er ‘slapjes’ bij door verlies van hun spankracht.

Besluit

Probeer dus altijd klare taal te spreken en noteer vooraf wat je precies wilt duidelijk maken aan je arts en wat je belangrijk of minder belangrijk vindt. De reuma-gezondheidspas (gratis te verkrijgen via mail naar info@reumanet.be) kan daarbij een zeer nuttig instrument zijn. Vul die geregeld in en breng die mee naar je arts.
Je mag ook gerust zeggen wat je verwacht van hem en waarvoor je eigenlijk komt.
Zo kunnen heel wat misverstanden en ontevredenheden aan beide zijden van de tafel voorkomen worden.

Dr. Theo Quintens

[lastupdated]