Bindweefsel 53

0053

Slokdarmaantastingen

Geen enkele aandoening waarop de CIB-Liga zich richt, is gevrijwaard van slokdarmproblemen. Het is dan ook niet te verwonderen dat veel leden daarover vragen stellen. In dit artikel leggen we het verschil uit tussen Barrett-oesophagus en de gevolgen van een maagbreuk.
(Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 4)

Barrett-oesophagus

Barrett-oesophagus, in het Nederlands: Barrett-slokdarm, is een aandoening van het onderste deel van de slokdarm, waarbij de celstructuur wezenlijk verandert. Zowel het uitzicht van de cellen (normaal wit, en bij Barrett roze gekleurd), als de functie ervan (Barrett cellen zijn quasi gelijk aan maagslijmvliescellen, en daardoor beter bestand tegen het maagzuur), zijn afwijkend in het geval van de ziekte. Microscopisch (endoscopie) kan het onderscheid goed gezien worden. Dus het enige positieve is dat de mensen met Barrett theoretisch minder beschadiging van de slokdarm kunnen oplopen bij het drinken van alcohol of het eten van pikante gerechten.

De omzetting van de gewone slokdarmcellen in Barret-cellen gebeurt heel geleidelijk, zodat de meeste mensen al lange tijd voordien last hebben van maagzuur (zoals bv. maagbreukpatiënten …)

Waar zit dan het probleem? De Barrett-cellen zijn dikwijls een voorstadium van kankercellen. Deze cellen zijn absoluut niet te vertrouwen. In tamelijk wat gevallen (5%?) vormen ze zich om tot zogenaamde dysplasiecellen, of precancereuze cellen. Die vormen later echte kankercellen (slokdarmkanker). Dus de behandeling van Barrett is zeer belangrijk.
Vanzelfsprekend zijn er verschillende stadia van aantasting, daarom worden er in de professionele wereld andere benamingen toegekend.

Het wegnemen van de slokdarm is daarbij de ernstigste en gevaarlijkste behandeling, die vanzelfsprekend als laatste redmiddel gebruikt wordt.

De meest gebruikte medicaties zijn zuurremmers, zoals de PPI’s (Proton Pomp Inhibitoren), of anti-acida (zuur-neutralisatoren). Maar nooit de 2 samen gebruiken! Dus de behandeling tegen maagbreuk is tevens werkzaam tegen Barrett. Ook zijn er behandelingsmethoden met laser en lichttherapie. Deze proberen de aangetaste zone ‘af te schrapen’.

Maagbreuk

Een maagbreuk (Hernia Diaphragmatica of Hiatus Hernia) is een uitstulping van de maag door het diafragma (middenrif) naar de borstholte, waardoor de maagmond-kringspier niet goed meer kan sluiten en er maagzuur terugvloeit in de slokdarm.

Normaal zit de slokdarm boven het middenrif, en de maag onder het middenrif. Plots kan er, door o.a. een zware inspanning of door het ouder en dikker worden, een grotere opening in het middenrif optreden. De maag gaat dan als het ware op en neer door het middenrif. Daardoor stroomt er telkens een kleine hoeveelheid voedsel terug in de slokdarm. Door peristaltische bewegingen (samentrekkende bewegingen die ervoor zorgen dat het voedsel vooruitkomt)
van de slokdarm wordt het terug naar de maag gestuurd. Dit proces gebeurt dagelijks meer dan eens en is volledig normaal en symptoomloos. Maar als men dan overmatig vette voedingswaren eet, chocolade, pikante spijzen, of veel alcohol, koffie en thee drinkt, of zenuwachtig leeft, kan er beschadiging optreden van maag en/of slokdarm. Dan ondervindt men problemen als oprispingen, zuurvorming en pijn.
Ook hier spreekt men van verscheidene stadia. De behandeling is zoals bij Barrett eveneens met anti-acida (Rennie®, Maalox®, Gaviscon®, Maglid®, …) of zuurremmers (PPI’s – Omeprazol®, Pantoprazol®, Nexiam®, …).
In ernstige gevallen moet men langdurig medicatie innemen, om zware gevolgen (zoals Barrett-slokdarm) te vermijden.

E. Ongena

Piet Puur – Gerechten die vlot naar binnen gaan

Voor de 15e verjaardag van de ALS Liga schreef Piet Huysentruyt een nieuw kookboek, speciaal voor mensen die problemen hebben met kauwen, slikken of het eten van vast voedsel.

Hij creëerde een 35-tal ‘normale’ gerechten die hij tot puree, stoemps, shakes en smoothies omtoverde.
Het zijn gerechten die niet alleen lekker zijn in gemixte vorm, maar daarenboven ook nog eens alle voedingsstoffen bevatten die het lichaam nodig heeft om op kracht te komen.

ALS staat voor Amyotrofe Lateraal Sclerose. Dat is een neurologische aandoening, waarbij de motorische zenuwcellen in het ruggenmerg afsterven en de zenuwbanen aangetast worden. Daardoor kunnen de spieren niet meer gevoed en in werking gesteld worden en het gevolg is (ernstige) spierzwakte, zelfs verlamming. Dit leidt o.a. tot problemen met kauwen en slikken.

Dit boekje is niet alleen voor ALS-patiënten bedoeld, maar voor iedereen die dezelfde problemen heeft.

Voor uitleg en tips i.v.m. slikproblemen, zie BW nr. 47.

Piet Huysentruyt, Piet Puur. Gerechten die vlot naar binnen gaan.
Uitgeverij Lannoo/vtm-books 2010. 96 blz. € 12,95
ISBN: 978-90-209-8581-8.
Het boek is te koop in de boekhandel of Lannoo of op het ALS-secretariaat in Leuven CONTACT en de Rotary Club Harelbeke: http://www.rotaryharelbeke.be.

De winst van het boekje wordt afgestaan aan de ALS Liga. Als u het boek aankoopt via de ALS Liga of RCH is de winst voor de ALS Liga driemaal hoger dan wanneer u het boek elders koopt. U betaalt dan € 14,72 = € 12,95 + € 1,77 verzendkosten. U kunt het bestellen door € 14,72 over te schrijven op het rekeningnummer BE28 3850 6807 0320 + vermelding naam & adres.

Meer info: ALS Liga België vzw
Kapucijnenvoer 33 b1, 3000 Leuven
Tel. 016 23 95 82; www.alsliga.be

Bron: Trefpunt Zelfhulp; ALS Liga

Naar menu

Ernstige ontstekingen bij poly- en dermatomyositis

In deze studie wilden de onderzoekers inschatten hoe vaak ernstige ontstekingen voorkomen bij patiënten met poly- en dermatomyositis (PM en DM).

Hiervoor gebruikten ze de medische verslagen van 192 PM/DM-patiënten die van 1999 tot 2008 gevolgd werden in een eindfasestudie in een medisch centrum.

Zesenzeventig episodes van ernstige infectie waarvoor ze meer dan 1 week behandeld werden met anti-microbiële middelen, deden zich voor bij 53 (27,6%) patiënten, en 15 (7,8%) patiënten hadden twee of meer episodes.
Het aantal gevallen van ernstige infecties was 11,1 episodes per 100 patiënt-jaren. (Dat betekent dat je honderd patiënten volgt gedurende 1 jaar, of 10 patiënten gedurende 10 jaar.)

Aspiratiepneumonie, een longontsteking door het inademen van vocht, voedsel of ander materiaal tengevolge van coma of slikstoornissen (de besmetting gebeurt pas nadien, als het materiaal vast zit in de longen) was de belangrijkste oorzaak van ernstige infecties (16, dat is 21,1%).
Ze werd gevolgd door opportunistische infecties, infecties die kunnen optreden bij mensen met een verminderde afweer, waardoor zelfs weinig agressieve ziekteverwekkers de kans krijgen iemand ziek te maken (14, dat is 18,4%).

Een verscheidenheid aan ziekteverwekkers werden geïsoleerd, voornamelijk Staphylococcus aureus, Klebsiella, Escherichia coli, Salmonella en Mycobacterium1.

De overleving van de totale patiëntenpopulatie was 85,0% na 1 jaar, 78,0% op 5 jaar en 78,0% op 10 jaar. Maar na een episode van ernstige infectie daalden de overlevingskansen tot 84,7% op 30 dagen en 68,3% op 1 jaar.

Multivariate analyses2 toonden aan dat onafhankelijke factoren van de belangrijkste infectie waren: leeftijd (+ 45 jaar bij PM/DM), de aanwezigheid van artritis/artralgieën, interstitiële longziekte, het huidige gebruik van azathioprine (AZA) of intraveneus immunoglobulinen (IVIG).

Besluit

Deze studie onderstreept de hoge frequentie van ernstige infecties bij PM/DM, die een aanzienlijke afbreuk doet aan de overlevingskansen van de patiënt. Nauwgezette opvolging van PM/DM-patiënten met risicofactoren voor het ontwikkelen van ernstige infecties is verplicht.

http://rheumatology.oxfordjournals.org

  1. De Staphylococcus aureus kan huidinfecties en infectie van bestaande wonden veroorzaken, maar ook urineweginfecties en longontsteking.Klebsiella pneumoniae is een bacterie die in mensen met een verminderde weerstand infecties veroorzaakt. De infectie vindt plaats in de longen, met verwoestende veranderingen. De infectie tast over het algemeen oudere mannen of mannen van middelbare leeftijd aan die verzwakt zijn door ziekte zoals diabetes of alcoholisme. Klebsiella is ook verantwoordelijk voor infecties in de urinewegen, galwegen, de onderste luchtwegen of chirurgische wondsites.Escherichia coli (E. Coli) veroorzaakt o.a. buikvliesontsteking bij een perforatie van de darm en blaasontsteking (BW nr. 52).Salmonella kan maag-darmproblemen opwekken, systeemziekten van organen (beenmerg), buiktyfus en paratyfus. In ernstige gevallen kan long- en gewrichtsontsteking optreden, nierfalen, bloedvergiftiging en shock.Mycobacterium is een bacteriegeslacht, vooral bekend als verwekkers van tuberculose en lepra.
  2. Multivariate analyses betekent dat iedere eigenschap of ieder kenmerk van een persoon, omgeving of situatie die van persoon tot persoon, van omgeving tot omgeving, van situatie tot situatie kan verschillen, wordt onderzocht.

Naar menu

Een ziekte zonder naam: UCTD

Als ze me vragen welke ziekte ik heb, dan kan ik er zelfs geen naam op plakken!

Ongedefinieerde bindweefselziekte (UCTD) is een auto-immuunziekte. De naam bindweefselziekten gebruikt men om de ziekten van het immuunsysteem aan te duiden die voornamelijk door reumatologen behandeld worden.
Er zijn veel mensen die kenmerken van een bindweefselziekte hebben, maar niet voldoen aan de diagnostische criteria vastgesteld voor een bepaalde ziekte. In dergelijke omstandigheden worden ze vaak beschouwd als ‘ongedefinieerd’. Na verloop van tijd kan UCTD uitgroeien tot een van de meer specifieke bindweefselziekten, zoals lupus, Sjögren of sclerodermie. Zoals bij de andere bindweefselziekten is de oorzaak onbekend.

Symptomen

Veel voorkomende symptomen van UCTD zijn o.a. gewichtsverlies, vermoeidheid, lage koorts, huiduitslag, gewrichtspijn, zwelling van de gewrichten, het Raynaud-fenomeen, droogheid van ogen en mond, gezwollen lymfeklieren, spierzwakte en spierpijn, slikproblemen, maagzuur, hoest, kortademigheid, pijn op de borst.

Diagnose

Het is vaak moeilijk om UCTD te diagnosticeren. Meestal is een reumatoloog nodig om de diagnose te stellen.
De diagnose is gebaseerd op de zorgvuldige analyse van vele factoren. Een grondige anamnese (vragen naar de voorgeschiedenis) en lichamelijk onderzoek zijn van essentieel belang. Ook bepaalde laboratoriumonderzoeken zijn heel nuttig. Maar het is belangrijk op te merken dat de diagnose niet kan worden gemaakt op basis van één specifieke bloedtest. De evaluatie bevat vaak röntgenfoto’s van de borst en de betrokken gewrichten, een CT-scan van de longen, testen voor het hart, en onderzoek naar eventuele slokdarmproblemen.

Behandeling

Het is belangrijk te erkennen dat er geen specifieke remedie voor UCTD bestaat. Daarom is vroegtijdige herkenning en behandeling van de ziekte van essentieel belang. En doordat het een chronische ziekte is, hebben de patiënten vaak behoefte aan jarenlange medische therapie.

Voordat een specifieke behandeling kan worden aanbevolen, is het van belang om aard en omvang van eventuele schade aan de organen vast te stellen.

Sommige medicijnen kunnen effectief zijn voor de behandeling van UCTD. De meeste patiënten hebben anti-inflammatoire en immunosuppressieve geneesmiddelen nodig om de ontstekingen en de schade veroorzaakt door de abnormale afweerreactie onder controle te krijgen. Sommige medicijnen die effectief kunnen zijn in de behandeling van UCTD zijn prednison, hydroxychloroquine, methotrexaat en azathioprine. Al deze medicijnen hebben neveneffecten en een zekere toxiciteit. Geregelde bloedtesten en klinische controle zijn noodzakelijk om de veiligheid van de patiënt te waarborgen.

Veel UCTD-patiënten worden behandeld voor gastro-oesofageale reflux (zuurbranden), huiduitslag, het Raynaud-fenomeen, oogziekten, hart- en longproblemen; alle onderdeel van de onderliggende ziekte.

In aanvulling op de medische therapie hebben veel UCTD-patiënten nood aan fysiotherapie en revalidatie. Onder begeleiding van revalidatietherapeuten leren ze aangepast te rusten, lichaamsoefeningen te doen, en de verschillende spiergroepen en gewrichten die door de ziekte getroffen zijn te versterken.

www.nationaljewish.org

Naar menu

Planten als geneesmiddel (Deel 2)

Wat kunnen we verwachten van planten? Wat kan er verkeerd lopen?

Dit is het tweede deel van het verslag van de voordracht van prof. Gert Laekeman, gewoon hoogleraar aan het Onderzoekscentrum voor Farmaceutische Zorg en Farmaco-economie aan de KULeuven. Hij maakte een studie over de werking van de planten en hij is expert bij de commissie voor plantengeneesmiddelen van het European Medicines Agency.
Het eerste deel vindt u in Bindweefsel nr. 52.

Zoethout

(Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 11)

De zoethoutstok is iets natuurlijks wat als zoetmiddel kan gebruikt worden.

De meest geconcentreerde vorm is de zoethoutdrop. Dat is het zwarte, ingedikte sap van de wortel, dat een zeer sterke werking heeft. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 11)

In zoethout zit o.a. glycyrrhizine, een stof die een ietwat cortisonachtige werking heeft. Men kan er dus verslaafd aan worden, omdat het stimuleert.
Cortison heeft de neiging om natrium (zout) in het lichaam te houden. Wie te veel zoethout eet, soms tot 100 g per dag, en tezelfdertijd een middel tegen hypertensie (hoge bloeddruk) inneemt, kan een hypertensiecrisis doormaken.

Het drinken van zoethout is absoluut niet gevaarlijk, maar men moet vooral letten op de geconcentreerde vorm waarin planten worden gebruikt, meer bepaald zoethoutdrop.

In de apotheek
is zoethout te koop, maar niet als geneesmiddel.

Papaver

(Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 11)

Er zijn landen die legaal opium telen, en daarvan zijn de plantages, de productie en de hoeveelheid bekend.
De papaverbol bevat het papaversap, dat de ruwe opium, die morfine bevat, levert. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 11)
Als de papaverbol nog redelijk groen is, maakt men er met scherpe mesjes insneden in. De sapstroom met ruwe opium stijgt uit de stengels op en stroomt via die sneden in de bol naar buiten.

Morfine is nog altijd een van dé basisproducten bij chronische, voornamelijk terminale, pijn. Een voorbeeld is het MS Contin: MS = morfinesulfaat; Contin = continu. Op de verpakking staan twee strepen om aan te tonen dat het om een verdovend middel gaat waarvoor een speciale, waterdichte wetgeving bestaat. De hele route is perfect gecontroleerd: van de producerende firma over de groothandel naar de apotheek, naar de voorschrijver, naar de patiënt. Zo kan een overdadig gebruik snel worden gedetecteerd.

Een andere afgeleide van morfine kan men gebruiken in een transdermaal (door de huid) therapeutisch systeem: bv. de Durogesic® klevers die om de drie dagen vervangen moeten worden. Ook deze vormen hebben indirect met plantaardige geneeskunde te maken.

In de apotheek
MS Contin® tabletten en Durogesic® klevers

Vragen i.v.m. pijnstillende middelen

Bestaan er veilige, maagsparende kruiden tegen pijn?

Pijnstillende middelen
De salicylzuurhoudende planten, zoals wilgenpreparaten kunnen een pijnstillende werking hebben. Er zijn op dit ogenblik geen preparaten op basis van wilgenextracten die als geneesmiddelen zijn geregistreerd en zeker niet gecommercialiseerd. U zult in de voedingssector op zoek moeten gaan naar voedingssupplementen. Ook thee op basis van moerasspirea kan een heilzame werking hebben. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 11)

Duivelsklauw (Harpagophytum procumbens) wordt gebruikt bij gewrichtsaandoeningen, dus bij artrose of bij gewrichtspijn. U kunt het best raad vragen aan uw apotheker.

Maagsparend
Zoethout en kamille worden gebruikt. Kamille heeft ook een kalmerend effect en wordt meer bij dyspepsie (een onaangenaam gevoel of als een zeurende of brandende pijn in het midden van de bovenbuik) gebruikt, dus bij maag- en darmlijden.
Een muntpreparaat is eveneens heilzaam, hetzij als thee of, in de meest geconcentreerde vorm, als etherische olie bij het prikkelbare darmsyndroom.

Kan een kleine hoeveelheid Temgesic® iedere avond nuttig zijn voor een patiënt die last heeft van restless legs en al tevergeefs verschillende pijnstillers heeft gebruikt, alsook middelen die normaal gezien bij Parkinson worden genomen?

Het geneesmiddel Temgesic® bevat buprenorfine, een morfineachtig middel. In lage dosis genomen helpt het wel. Als men er te veel van gebruikt, zal het zichzelf tegenwerken.
Voor restless legs (rusteloze benen) die ook tot krampachtige toestanden aanleiding kunnen geven, worden er heel veel middelen gebruikt en hoe meer er worden gebruikt, hoe minder efficiënt ze zijn.
Als u een gunstige invloed na het innemen van Temgesic® ervaart, doe rustig verder, tenzij u van die restless legs toch niet zo’n last hebt.
Bij restless legs wordt ook Rivotril® gebruikt, dat verkrijgbaar is onder de vorm van comprimés en druppels.

Valeriana officinalis

(Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 12)

Valeriaan is de sterkste kalmerende en slaapverwekkende plant die gebruikt wordt om de inslaaptijd te verkorten of om het doorslapen te verbeteren. Gebruik ze niet samen met andere slaapverwekkende stoffen omdat valeriaan de werking van die middelen kan versterken.

Kan men Dormonoct® vervangen door valeriaan?

Dormonoct® is een klassiek slaapmiddel uit dezelfde familie als Valium®, Temesta® of Stilnoct®. Dit zijn middelen die het inslapen en/of het doorslapen bevorderen.

Een geconcentreerd valeriaanextract vindt u in het geneesmiddel Relaxine®. Daarvan mag u ’s avonds tot twee tabletten gebruiken, maar niet samen met Dormonoct®.

Alle klassieke slaapmiddelen moeten geleidelijk afgebouwd worden. Meestal gebruikt men die middelen al lang en is men er afhankelijk van.
Normaal wordt er niet meer dan 10 à 20% van de dosis per week afgebouwd. Dat gebeurt onder begeleiding van een arts en een apotheker in samenspraak met de patiënt. Ofwel weet de patiënt hoeveel hij inneemt ofwel kan de apotheker via een capsule de dosis geleidelijk aan afbouwen zodat de patiënt zelf niet weet hoeveel hij gebruikt. Zo is het perfect mogelijk om na een aantal maanden volledig vrij van geneesmiddelen te zijn. Dan moet er uiteraard worden nagegaan of er nog een ander geneesmiddel nodig is. Tijdens die periode kan ook al geleidelijk aan valeriaan worden ingeschakeld.
Als u slaapmiddelen begint in te nemen, dan raden wij ook altijd aan eerst met de zachte slaapmiddelen, zoals valeriaan, te beginnen.

Als u ook overdag wat gestresseerd bent, is passiebloem interessant. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 12)

Mensen die snel hartkloppingen krijgen of overdreven zenuwachtig zijn, hebben baat bij Sedinal®-druppels die u gemakkelijk kunt doseren. Sedinal® is een samengesteld geneesmiddel. De capsules Sedanxio®, bevatten enkel passiebloemextract en zijn dus meer geschikt om hypernervositeit gedurende de dag te bestrijden.
Passiebloem is dus meer een dag-kalmeermiddel, valeriaan is meer een avond-kalmeermiddel.

In de apotheek
Valeriaan: Relaxine®, Dormiplant®, Valerial®,
Passiebloem: Sedinal®-druppels Sedanxio®-capsules.

Senna

(Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 12)

De peulen van de sennaplant hebben een laxerende werking en bevorderen dus de stoelgang.

Deze plant mag niet gebruikt worden door kinderen onder de 12 jaar. Ook voor de voedingssupplementen wordt dat vermeld.
Bij zwangerschap en borstvoeding moet men eerst de arts raadplegen.

Langdurig gebruik zonder medisch advies is zeker af te raden. De darm kan zich gewennen aan de stimulans van senna zodat men automatisch weer verstopt geraakt als men het product niet meer neemt.
Het langdurig gebruik, zeker van geconcentreerde sennapreparaten, kan leiden tot overmatig zoutverlies. Dat kan problemen geven bij mensen die bv. middelen tegen hartritmestoornissen, zoals Lanoxin®, gebruiken omdat een zoutevenwicht erg belangrijk is voor de werking van het hart.

In de apotheek
Agiolax® en Senokot®

Taxus

(Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 12)

Een kleine 30 jaar geleden testte men in de Verenigde Staten een reeks chemische producten, waaronder ook plantenextracten, om nieuwe middelen tegen kanker te vinden. Men ontdekte dat de schors van de Taxus brevifolia – niet de Taxus baccata die in onze tuinen staat – paclitaxel bevat, dat de groei van tumorcellen remt. Dit werd als Taxol® op de markt gebracht.

Omdat de boom (Taxus brevifolia) sterft als men er de schors afhaalt, onderzocht men ook de naalden van de Taxus baccata. Die bevatten een product dat op zichzelf geen antikankerwerking heeft, maar wel via een scheikundige omzetting tot het product docetaxel dat bij diverse kankers van de vaste weefsels wordt gebruikt, bv. bij borst- en longkanker, en bij bepaalde hersentumoren.
Docetaxel wordt onder de merknaam Taxotere® in België op de markt gebracht.

In de apotheek
Taxol® en Taxotere®

Ginkgo biloba

(Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 12)

In verband met de veiligheid moet toch ook iets over de voedingssupplementen worden gezegd.
Als we met planten moeten opletten, is het dan eigenlijk verantwoord dat deze nog onder de vorm van voedingssupplementen op de markt komen?
De voedingssector heeft zeker zijn verdienste, maar er zijn wel enige kanttekeningen te maken. Denken we maar aan de ginkgo biloba, een boom die na de IJstijd enkel in Japan bleef doorbestaan.

Het blad van deze boom wordt gebruikt om de bloedcirculatie te bevorderen in de hersenen, in de benen, … Het kan zelfs tot op zekere hoogte bij beginnende dementie bij Alzheimer worden gebruikt. De werking van deze plant of van de extracten van die bladeren steunt op een zeker bloedverdunnend effect. Het bloed zal beter stromen omdat de bloedplaatjes, die voor de klontering zorgen, wat minder actief worden.
Het Agentschap voor Voedselveiligheid heeft bereikt dat op de verschillende voedingssupplementen op basis van de Ginkgo biloba een waarschuwing staat voor mensen die antistollingsmiddelen (bloedverdunners) zoals Marcoumar®, Marevan®, Sintrom®, Aspirine®, Cardioaspirine®, Asaflow®, Plavix® gebruiken. Ze moeten eerst bij hun arts te rade gaan vooraleer dat product te gebruiken.
Er zijn gelukkig nog geen echte ongevallen gemeld, maar als men twee bloedverdunnende middelen samen inneemt, kan het ene middel vroeg of laat het andere beïnvloeden.
De eerste fenomenen die zich kunnen voordoen bij een te sterke werking van bloedverdunners zijn neusbloedingen en blauwe plekken bij het stoten.

Men kan beide wel samen gebruiken, maar steeds onder controle van een arts.

In de apotheek
Tanakan®, Tavonin® en Memfit®

M.-L. Van Roosebeke

Wordt vervolgd

Met dank aan prof. Gert Laekeman voor het controleren van het verslag.

Naar menu

Aandachtsstoornissen ook bij CIB (Deel 1)

Wat kom ik hier toch doen?

Voordracht door dr. Gudrun Nys, Laboratorium voor Neuropsychologie, Departement Inwendige Ziekten Universiteit Gent

Wat is neuropsychologie?

Neuropsychologie is de wetenschap die de relatie tussen hersenen en gedrag onderzoekt. Ze diagnosticeert de stoornissen in het nadenken of in het gevoelsmatige leven en zoekt naar een doelmatige behandeling ervan.

Doel van neuropsychologische diagnostiek

In de neuropsychologie gaan we na

  • of er daadwerkelijk problemen zijn en of die overeenkomen met de klachten die iemand heeft. Bv. vaak denken mensen dat ze een geheugenprobleem hebben, terwijl diagnostiek aantoont dat het een aandachtsprobleem betreft;
  • of iemand opnieuw aan het werk kan en of het werk al of niet moet aangepast worden e.d.;
  • bij welke ziekte het neuropsychologisch profiel het best past (bv. dementie of depressie?)
  • of een bepaalde behandeling (medicatie, cognitieve training, …) geschikt is.

Neuropsychologische diagnostiek is ook belangrijk voor het wetenschappelijk onderzoek, waarbij we bv. nagaan welke hersengebieden er actief zijn bij bepaalde functies in het nadenken.

Voor wie is die diagnostiek bestemd?

Het gebeurt heel zelden voor CIB-patiënten. De afgelopen 3 jaar hebben we slechts 3 personen gezien.

We krijgen vnl. patiënten met neurologische aandoeningen zoals CVA (beroerte), bepaalde types van dementie, de ziekte van Parkinson, slachtoffers van een verkeersongeval, patiënten met kanker, epilepsie, infecties en een immuunsysteem dat onvoldoende werkt, bv. mensen met MS.
Af en toe zien we mensen met ontwikkelingsstoornissen zoals dyslexie of ADHD die nooit gediagnosticeerd zijn als kind.

Cognitieve problemen

(waarneming, taal, denken)

Oorzaken

Iemand krijgt problemen door

  • een hersenziekte, een -beschadiging of -stoornis;
  • een psychiatrische ziekte, een mentale disfunctie zoals een depressie of een angst;
  • somatisatie: het psychisch disfunctioneren uit zich in lichamelijke en/of cognitieve klachten;
  • opzettelijke verergering van, of doen alsof er een mentaal probleem is.

Typen cognitieve stoornissen

De typisch cognitieve stoornissen bij CIB-patiënten betreffen voornamelijk de aandacht en concentratie en de snelheid van nadenken.
Problemen met aandacht en concentratie zijn daarenboven soms ook de oorzaak van problemen met het geheugen. Vaak denken mensen dat ze een geheugenprobleem hebben, terwijl het puur een concentratieprobleem betreft.
Andere voorkomende stoornissen zijn geheugenproblemen, problemen met de ruimtelijke functies bv. de weg vinden, en het minder vlot kunnen verwoorden van gedachten.
Ook de flexibiliteit, de planning is soms aangetast.

Wat bedoelen we met aandachtsproblemen?

Vergeetachtig zijn, verstrooid zijn en vergeten wat je aan het doen bent, sneller moe worden, snel afgeleid zijn en zich niet kunnen concentreren.

Een typisch kenmerk bij aandachtsproblemen is een op en neer gaande aandacht. Dus het ene moment kan men heel helder zijn en het volgende uur niet meer.
Aandachtsproblemen hebben ook veel te maken met vermoeidheid. Als iemand slaapproblemen heeft, zullen aandachtsproblemen vaker voorkomen.

Typen aandachtsstoornissen

De aandacht kunnen we indelen in verschillende typen. Dat is belangrijk omdat elk type zich op een welbepaalde andere plaats in de hersenen bevindt en apart gestoord kan zijn, hoewel de onderliggende netwerken in de hersenen elkaar ook deels overlappen.
Er zijn specifieke testen om elk type te onderzoeken.

De informatieverwerkingssnelheid
Deze aandachtsstoornis uit zich in het trager verwerken van informatie dan vroeger. Daardoor hebben patiënten met deze stoornis het idee dat alles tegelijk komt waardoor andere mentale functies zoals het geheugen hun werk niet goed kunnen doen.

De gerichte of selectieve aandacht
De aandacht op iets kunnen richten en al de rest buitensluiten is vaak een probleem. Het is moeilijker dan vroeger om een gesprek te volgen als er veel mensen in dezelfde ruimte aanwezig zijn of als men afgeleid wordt door al dat lawaai.

De verdeelde aandacht
Dit type aandachtsstoornis die zeer vaak voorkomt bij de ziekte van Parkinson wordt ook gezien bij bindweefselaandoeningen. Men krijgt problemen als men twee of meer zaken tegelijk moet doen, bv. autorijden of koken en een gesprek voeren. Bij autorijden op zich, moet men al veel dingen tegelijk doen en vaak lukt koken niet meer omdat er aan te veel dingen tegelijk gedacht moet worden. Wie moeite heeft met de verdeelde aandacht kan beter de activiteiten één voor één doen. Een gerelateerd probleem is dat veel patiënten blijven hangen aan één gedrag, bv. oudere mensen die vaak hetzelfde herhalen en daar heel moeilijk lijken van los te komen. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 15)

Het volhouden van de aandacht
Dit is vaak problematisch. Men kan zich niet meer zo lang aan één stuk concentreren. Sommige mensen konden vroeger wel twee uur aan één stuk lezen en nu lukt dat nog maar tien minuten. Ook bij gesprekken merken ze dat ze na een tijdje niet zo goed kunnen volgen. Dat is een teken dat men vaak sneller mentaal moe is.

Alertheid (oplettend, waakzaam, in staat om snel te reageren)
Hoe alert iemand is, hangt af van de hoeveelheid energie die hij heeft. Dit hangt af van het algemeen niveau van vermoeidheid doorheen de dag. Die vermoeidheid is niet alleen het gevolg van de ziekte, maar kan beter of juist slechter worden door bepaalde medicatie.

De aandacht verdelen over de ruimte
Bij sommige patiënten is er een probleem met het verdelen van de aandacht over de ruimte. Dus het geheel wordt minder goed gezien dan de delen. Bv. een patiënt kan een gezicht niet meer in zijn geheel zien, maar alleen bepaalde delen ervan. Dat komt soms voor na bepaalde aandoeningen, bv. een beroerte. Dit heeft belangrijke gevolgen in het dagelijks leven, zoals in het verkeer.

Kunnen we zelf de aandacht trainen?

Er is tot nog toe weinig onderzoek gedaan – en bij CIB geen – naar de effecten van aandachtstraining op de aandachtsfuncties.

Een aantal studies toonde aan dat, als je aandachtstaken traint, dit effectief kan leiden tot een beter resultaat. Dat is het idee achter de braintrainers (hersentraining) waarvoor soms reclame wordt gemaakt op tv. Het probleem met deze aanpak is echter dat je de oefeningen steeds beter kunt uitvoeren, maar als je vervolgens een nieuwe oefening die je niet hebt aangeleerd moet uitvoeren, het effect soms verdwenen is. Het is echter nooit slecht om dergelijke oefeningen te doen, te puzzelen of om veel te lezen.

Lichaamsbeweging kan ook heel belangrijk zijn om de aandacht en het geheugen op te frissen. In de mate van het mogelijke moeten we geregeld gaan stappen, gaan lopen, fietsen, …

Problemen bij CIB-patiënten

De gevolgen van CIB blijven niet puur lichamelijk, maar ze hebben ook een invloed op de cognitieve functies, de emoties, de persoonlijkheid, het sociale leven zowel voor de patiënten als voor de directe omgeving.

Problemen met het nadenken hangen sterk af van het ziektebeeld.
In de wetenschappelijke literatuur vindt men het meeste over lupus omdat dat ook de grootste groep is bij de CIB. Daar vind je percentages die variëren tussen 0% en 80%. Dat komt doordat sommige patiënten problemen hebben met het centrale zenuwstelsel en andere vooral aantasting van andere organen. Bij sclerodermie vonden we bv. percentages tot 66%; bij Sjögren tot 25%.

Er is nog maar weinig onderzoek naar gebeurd omdat de neuropsychologie nog een vrij jonge wetenschap is en de CIB zo verschillend zijn. Het is moeilijk om een homogene groep patiënten samen te brengen om wetenschappelijk onderzoek te doen.

Bij CIB duurt het meestal heel lang vooraleer er een diagnose wordt gesteld, terwijl er al wat problemen zijn. Vaak horen we dat er al aandachtsproblemen waren vóór de diagnose. Dat maakt het voor ons moeilijk, want zo weten we niet wat het eerste probleem was, of de aandoening stabiel is of (snel) achteruit gaat.

Oorzaken cognitieve problemen bij CIB

Betrokkenheid van het centrale zenuwstelsel en zeker van de hersenen
Er kan bij bepaalde ziekten zoals bv. lupus een verstopping zijn in een bloedvat of een meer verspreide problematiek in de hersenen die er voor zorgt dat er problemen komen bij het nadenken. Die betrokkenheid van het centrale zenuwstelsel staat veelal ter discussie; dikwijls denken de hulpverleners dat ‘het allemaal tussen de oren zit’ omdat er vaak niets gezien wordt op de hersenscans.

In bepaalde gevallen ziet men kleine witte plekjes; dat zijn deeltjes in de hersenen die niet goed meer functioneren. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 53 blz. 16) Dat is iets wat typisch is bij gewone veroudering, maar bij bepaalde ziektebeelden gaat dit proces sneller, zoals bv. sommige patiënten met lupus, het Sjögren-syndroom.

Recent zijn er nieuwere technieken voor de hersenen die veel beter subtiele veranderingen aan het licht brengen. Een SPECT- of een PET-scan of een ander type perfusie-scan kijkt bijvoorbeeld naar de bloeddoorstroming in het brein wat soms duidelijke afwijkingen laat zien die in een CT of MRI scan niet zichtbaar zijn. Dat is goed nieuws voor diverse aandoeningen die wel degelijk een organische basis hebben, waarbij vaak wordt gedacht dat het tussen de oren zit.

Een andere methode is de transcraniale doppler simulatie (TCD). Dat is een methode die werkt als een echo bij een zwangere vrouw. Er wordt een puls gegeven zoals bij een gewone echo en er wordt gekeken hoe snel het bloed in bepaalde delen van de hersenen stroomt. Zo wordt een relatie gevonden tussen de snelheid van de bloedstroom en het nadenken.

Problemen te wijten aan medicatie
Van corticosteroïden bv. weten we dat ze soms problemen geven in het nadenken. Ook andere medicatie kan cognitieve problemen veroorzaken en zeker als patiënten veel verschillende geneesmiddelen tegelijk moeten innemen.

Heel belangrijk is een psychogene oorzaak
(Door het geestesleven veroorzaakt, in tegenstelling tot de beïnvloeding door de lichamelijke constitutie.)

Iemand die een depressie heeft door een ziekte of die onder heel hoge stress staat, vertoont zeer vaak specifieke aandachtsproblemen. We weten dus dat er een verband is tussen emotionele problemen en aandachtsproblemen.

Ook vermoeidheid speelt een grote rol. Als iemand de hele dag moe is, dan is het normaal dat hij aandachtsproblemen krijgt. Eerst moet de oorzaak van de vermoeidheid behandeld worden vooraleer we een goed neurospychologisch onderzoek kunnen uitvoeren. Is een patiënt vermoeid door slaapproblemen bv. dan worden die idealiter eerst aangepakt.

Behandeling van cognitieve problemen

De behandeling is sterk afhankelijk van de oorzaak.
Als er een bloedvat verstopt is of er is een ander probleem t.h.v. het centrale zenuwstelsel, dan wordt dat eerst aangepakt; soms worden er bloedverdunners gegeven. Dat is veelal het werk van de huisarts, de psychiater, de neuroloog, e.d. Soms zien we dan ook dat de cognitieve problemen voor een deel opklaren.

Is de oorzaak medicamenteus, dan is het evident dat de behandeling afgebouwd of in sommige gevallen zelfs gestopt wordt. Bij bepaalde aandoeningen kan dat moeilijk. Je kunt soms moeilijk corticosteroïden stoppen, want dan krijgt de patiënt een opvlamming van de aandoening, maar soms is het handig om de medicijnen te wijzigen, om een nieuwe variant te proberen en na te gaan welke invloed die heeft op het nadenken.

Als het psychogeen is (psychologische oorzaak) zijn er verscheidene opties zoals gedragstherapie, hulp van een klinisch psycholoog, maar ook medicatie zoals antidepressiva of angstremmers.
We geven soms ook copingstrategieën om te leren omgaan met bepaalde problemen. Dat heeft soms ook een positief effect.

Technieken die we zelf kunnen toepassen

Het is heel belangrijk om prioriteiten te stellen.
Meestal willen mensen nog alles tegelijk doen, zoals ze vroeger deden, maar dat lukt in veel gevallen niet meer zo goed. Het is dus belangrijk dat we de voorkeur geven aan iets wat we op dit moment het belangrijkste vinden, de rest even opzij zetten en de activiteiten gewoon na elkaar proberen doen.
We zullen merken dat het veel beter gaat.

We moeten ook zorgen om onze dag goed te structureren.
We kunnen een agenda bijhouden waarin we zoveel mogelijk opschrijven wat we elke dag moeten doen en dat ook proberen te volgen.

We mogen niet vergeten voldoende rust te nemen.
In plaats van de ene activiteit na de andere te doen, moeten we gewoon eens een half uurtje gaan liggen.

Als we weer aan het werk willen,
kunnen we een werkschema of een werkritmeverandering vragen; iets wat ook de werkgever soms vraagt.

Moet u nu naar de neuropsycholoog?

Neen.
Iedereen van ons heeft wel bepaalde klachten i.v.m. het geheugen. Het hangt ervan af hoe een probleem zich uit om het een geheugenprobleem te kunnen noemen. U moet enkel naar de neuropsycholoog als u zeer ernstige klachten heeft: als u geen gesprekken meer kunt onthouden; veel belangrijke dingen vergeet, zoals verjaardagen van uw eigen kind, een overlijden; als u gevaarlijke dingen doet in het verkeer; dan is het belangrijk dat u dit meldt aan uw huisarts. Die kan u eventueel doorverwijzen.

M.-L. Van Roosebeke

In het juninummer publiceren we de vragen en de antwoorden.

Met dank aan dr. Nys voor het controleren van het verslag.

Myositis of spierontsteking

Deze groep ziekten behoort tot de CIB-aandoeningen en zijn auto-immuun van oorzaak. Dit betekent dat het lichaam afweerstoffen produceert tegen eigen weefsel, in dit geval spiervezels. Het beschouwt zijn eigen spiervezels als lichaamsvreemd en breekt ze af.
Hierbij ontstaan verschijnselen van spierverzwakking. Zo kan de ziekte sluimerend beginnen, met moeite hebben om ‘uit een stoel op te staan’, ‘de armen op te lichten’ of ‘een trap op te stappen’. Sommige patiënten klagen in het begin van ‘abnormale vermoeidheid’ na een lange wandeling of na lang stil gestaan te hebben. De spierzwakte treedt meestal symmetrisch op en uit zich op verschillende manieren, naargelang van het type van myositis. We onderscheiden hoofdzakelijk drie typen: de PolyMyositis (PM), de DermatoMyositis (DM) en de Inclusion Body Myositis (IBM).

Polymyositis (PM)

Hier zijn veel (poly = veel) spieren aangetast, vooral de heup- en nekspieren. Soms kunnen ademhalingsmoeilijkheden optreden, maar ook slikstoornissen kunnen op de voorgrond treden. De getroffen leeftijdsgroep is 30-60 jaar en de aandoening komt overwegend voor bij vrouwen.
De diagnose berust op een waarschijnlijkheidsdiagnose: d.w.z. als aan een aantal criteria voldaan is, zoals symmetrische spierzwakte bij spieren op de stam van het lichaam (eerder dan op de ledematen), afwijkingen op het EMG (spieronderzoek met naalden), verhoging van de CK in het bloed (Creatine Kinase, een afbraakenzym van de spieren) en typische afwijkingen onder de microscoop bij biopsie van de spieren.

Dermatomyositis (DM)

Deze is het gemakkelijkst te herkennen omdat ook de huid (dermato) aangetast is. Het betreft een vlekkerige, rode tot paarse uitslag op de oogleden, de wangen, de neusrug en het bovenste deel van de borstkas. Deze uitslag kan ook optreden in de kniekuil, op de kneukels en de ellebogen. Spierzwakte van de stam van het lichaam en spierpijn treden op de voorgrond.

Inclusion Body Myositis (IBM)

Deze myositis komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen en gelijkt op PM, daar er veel spieren zijn aangetast. Vaak denkt men pas aan de diagnose van IBM als de therapie voor een vermeende PM geen goed resultaat geeft. Een typische karakteristiek is hier ook een verschrompeling van de spieren van de bovenarm (de biceps) en het bovenbeen (de quadriceps). Alles verloopt zeer geleidelijk vanaf de leeftijd van 50 jaar en vaak is ‘gemakkelijk vallen’ het eerste verschijnsel.
De behandeling is langdurig en naast oefeningen kunnen intraveneuze immunoglobulines (antistoffen) soms enig soelaas brengen.

Behandeling

Spieroefeningen zijn zeker aanbevolen, waarbij men tracht de spieren te versterken om opnieuw de dagdagelijkse activiteiten te kunnen uitvoeren. Voor zware spierversterkende oefeningen moet men wel even wachten totdat de medicatie aangeslagen is en resultaten toont.
Het gehalte aan CK (Creatine Kinase) geldt hier als leidraad: immunosuppressieve medicatie doet de CK dalen, spierversterkende oefeningen doen ze stijgen.
Cortison (met name prednisone) is het meest effectieve middel tegen myositis. De ontsteking van de spieren wordt tegengegaan en de afbraak vertraagt of stopt. Men moet wel rekening houden met mogelijke neveneffecten, zeker bij kinderen, bij wie ook de groei vertraagd wordt.

Ledertrexate® en Imuran® worden ook gebruikt om ontstekingen in de spieren te bestrijden en de gezonde spiervezels te beschermen. Ook hier is het opletten voor mogelijke nevenverschijnselen als infecties, vermindering van eetlust, haaruitval, koorts, bloed in de urine e.d.

Intraveneuze gammaglobulines zijn duur en het resultaat valt ook af te wachten.
Voor de toekomst kijken we zeker uit naar stamceltherapie en nieuwere moleculen.

Dr. T. Quintens

Naar menu

Leven met een ventje dat ‘Lupus’ heet

Vaak krijg ik de vraag: “Wat heb jij juist?“ of “Waarom bel jij soms een afspraakje een dag vooraf af?“

Onlangs las ik een tekst van iemand die ook ziek is. Dat bracht mij op een idee: zelf ook een artikeltje schrijven.
Want net zoals jullie, zit ik ook met vragen.
Vragen naar de toekomst.
Vragen naar een relatie.
Vragen naar hoe het nu verder moet.

Mijn antwoord op de vraag “Wat heb jij juist?“

Je lichaam maakt antistoffen aan tegen invloeden van buiten af. Maar mijn lichaam maakt antistoffen aan tegen zichzelf. Dus mijn lichaam valt zichzelf eigenlijk aan.
Je kunt het vergelijken met oorlog. Het ene kamp vecht met het andere, mijn kamp is het niet eens met zichzelf, maakt ruzie, maakt zichzelf ziek.

Als je die ziekte hebt, zijn ook je organen vaak aangetast of kamp je met allerlei kwalen zoals buikpijn of hoofdpijn.
Bij mij zijn mijn nieren al aangetast en mijn darmen ook. Ik heb een gaatje in mijn hartkamer, maar dat wil niet zeggen dat er geen plaats is voor jullie.
Mijn ogen worden aangetast door de medicatie. En als ik cortison moet nemen, dan zul je mij ineens van maatje 34 naar maatje 42 zien gaan. Rond mijn ogen is een donkere rand als ik zeer veel pijn heb.
Ook ben ik veel sneller ziek dan een ’normaal’ persoon, want mijn afweersysteem verdedigt mij helemaal niet.
Van dat enge beestje in mij kan ik soms dagen, weken, maanden geen last hebben. Maar soms kan ik ook in de voormiddag fit zijn en tegen de avond aan heb ik pijn.

Welke soort pijn heb ik?

Ieder van jullie zal wel eens spierpijn hebben gehad of last aan de gewrichten, of een griepje, zodat je de hele dag op de bank moet liggen.
Wel bij mij doen dan alle gewrichten pijn en ook nog eens de spieren. Vaak zijn mijn gewrichten opgezwollen. Mijn vingers lijken op pensen zoals de dokter zegt, mijn ellebogen lijken op kleine tennisballen. En mijn ogen zien precies of ik een nachtje heb doorgefeest. Mijn rug voelt aan alsof hij de hele tijd een zware rugzak moet dragen.
Mijn geest is helemaal op zodat zelfs ademen pijn doet.

Maar waarom kun jij dan zoveel doen, zoals salsa o.a.?

Omdat ik dan een volledig uur op mijn tanden bijt. Omdat ik toch nog wat wil bewegen. Ik wil niet de stempel krijgen van luie meid of wat dan ook. Want wees maar zeker, na zo een uurtje dansen ben ik op. Helemaal op.

Jullie zien mij dan ook enkel als ik me goed voel. Eigenlijk voel ik me nooit echt goed. Maar ik wil geen last zijn voor de mensen rond me heen. Daarom dat ik ook lach, altijd mooie kleren aan heb. Dan kan ik mijn pijn verstoppen. Als ik me slecht voel, dan sluit ik me helemaal op. Dan wil ik zo weinig mogelijk mensen tot last zijn. Zoek ik vaak een stoel, moet ik zitten op de bus of de trein. Geef ik soms mijn winkelzak aan jou.

Het is gewoon opgelucht ademhalen als ik een dagje zonder pijn heb kunnen doormaken.
Ook is het gewoon leuk om een dagje te kunnen shoppen zonder te moeten stoppen van de pijn. Of gewoon eens een nachtje naar de Carré kunnen gaan.

Soms krijg ik te horen: “Ik weet wel wat het is om pijn te hebben, meisje“. Maar die woorden geven mij helemaal geen steun. Ik weet goed genoeg dat er nog andere mensen zijn die pijn hebben. Ik neem het niemand kwalijk, want je weet niet altijd wat te zeggen in een dergelijke situatie.
Er gewoon voor me zijn, vragen hoe het met me gaat, een sms sturen is voor mij al heel veel. Deze ziekte wens ik niemand toe. Want het is er een om tegen te vloeken.

Ik hoop dat ik jullie met deze tekst een beetje kan laten weten wat het is om lupus te hebben. Met deze tekst wil ik dan ook de mensen danken die er steeds voor me zijn. Die steeds klaar staan om mij te helpen of naar mij luisteren.

Een dikke pluim voor jullie, allemaal!

Nathalie

Naar menu

[lastupdated]