Bindweefsel 52

0052

De dokter antwoordt

Lezing gegeven door dokter Benedicte Vanneuville, reumatologe aan het Stedelijk Ziekenhuis in Roeselare

Is een bloedonderzoek voldoende voor personen die lijden aan lupus en aan een nieraandoening?

Neen, absoluut niet. Bij een bloedonderzoek controleert de arts de nierfunctie op zich, maar dat is te weinig voor een correcte diagnose, want de nierfunctie kan volledig normaal zijn.
We raden aan minstens tweemaal per jaar een gewoon urineonderzoek te laten doen, waarbij vooral wordt nagegaan of er in het urinesediment een verhoogd aantal witte bloedcellen aanwezig is. Dat kan een teken zijn van infectie, maar bij lupuspatiënten kan dat ook wijzen op een verminderde filterfunctie van de nier, waardoor witte bloedcellen door het membraan gaan. Ook kan het een verhoogde eiwittenconcentratie aantonen. Die eiwitten wijzen namelijk vaak op slechte nierfunctie waardoor een lekkage van essentiële stoffen plaatsvindt.

De gewone creatinine* zegt eigenlijk weinig. Natuurlijk, is het zeker geruststellend als die goed is, maar het duurt vrij lang vooraleer de creatinine in het bloed oploopt. Het is dus een slechte parameter.
Bij twijfel wordt er niet alleen een urinesediment gedaan, maar wordt er ook een 24-uurs urine bepaald, waarbij de creatinineklaring, dus de filterfunctie, zeer goed kan worden beoordeeld; de totale hoeveelheid eiwitten kan worden gemeten; en ook andere ionen, calcium, verschillende zouten op die manier kunnen worden bepaald.

We raden patiënten met systeemlupus aan om tweemaal per jaar bij de routine-bloedafname, zeker de witte bloedcellen en de complementfactoren C3 en C4 te laten onderzoeken, omdat dat typische parameters zijn om de graad van ziekteactiviteit op te volgen.

* Creatinine is een afbraakproduct van creatine in de spieren. Het wordt vooral door de nieren uit het bloed gefilterd. Te veel creatinine wijst op een slechte filterfunctie. (Red.)

Worden aften door lupus veroorzaakt?
Is een behandeling met zwavel aan te raden?

Er is geen verband aangetoond tussen lupus en aften.

Lupus kan er wel voor zorgen dat men gemakkelijker dan iemand anders ontstekingen van de slijmvliezen kan ontwikkelen. Dat is specifiek mogelijk voor de mond, zowel door het rechtstreekse effect op de slijmvliezen als door uitdroging van de speekselklieren. Daardoor is een patiënt ook gevoeliger voor het krijgen van mondslijmvliesontstekingen en aften. Dat kan ook een weerslag hebben op de tong bv.
Er werd nooit een positieve behandeling met zwavel aangetoond.

Mag iemand die cortison inneemt en lupus heeft manuele therapie krijgen?

Ik zou in ieder geval afraden om te vaak manuele therapie toe te passen, omdat die dan een te grote soepelheid van ligamenten van de pezen in de hand werkt. Het gevolg is een te grote beweeglijkheid van de gewrichten zodat men op de duur nog gemakkelijker zal blokkeren.
Het gebruik van cortison speelt daar geen enkele rol in.

Eigenlijk is het aangeraden het echte manipuleren maar twee tot drie keer per jaar te laten doen.

Wordt een constant beven van handen door lupus of door de behandeling ervan veroorzaakt?

Dat kan door beide worden veroorzaakt. Door een bepaalde neuropathie, dus een prikkeling van de zenuwbanen, kan wat beven optreden. Ook spierzwakte en medicatie kunnen beven uitlokken, maar het is absoluut geen typisch verschijnsel.

M.-L. Van Roosebeke

Naar menu

Hart- en bloedvataandoeningen bij systeemsclerose

James R. Seibold, Professor of medicine and Chief of the Division of Rheumatology University of Connecticut and Health System Farmington, Connecticut, USA

Long- en hartproblemen zijn de belangrijkste oorzaken van overlijden bij sclerodermie. 10 tot 15% van de sclerodermiepatiënten vertonen pulmonale arteriële hypertensie (PAH, hoge bloeddruk in de longslagaders) en nog eens 10 tot 15% patiënten hebben pulmonale hypertensie ten gevolge van longaantasting of door hartfalen.

Bij vermoeidheid of kortademigheid bij fysieke inspanningen moet de betrokkenheid van hart en longen onderzocht worden. Sclerodermiepatiënten zijn ten gevolge van de ziekte beperkt door musculoskeletale aandoeningen (spier- en skelet)* en verliezen hun fysieke conditie, wat op zich een wezenlijk kenmerk van hun ziekte is. Toch is het aangewezen dat de arts de mogelijkheid van pulmonale hypertensie steeds in gedachten houdt, en dit voor alle patiënten.

Meestal reageert PAH bij sclerodermiepatiënten minder goed op moderne medicatie dan op de andere symptomen van het syndroom. Een mogelijke verklaring is dat oudere patiënten soms al andere longaandoeningen hebben. Het is mogelijk dat patiënten met sclerodermie ernstige structurele aantastingen hebben aan de bloedvaten van de longen, of dat het rechterhart verzwakt is en een verminderde capaciteit vertoont om weerstand te bieden aan de verhoogde druk in de longbloedvaten.
Een vroegere diagnose en behandeling moeten leiden tot betere resultaten op lange termijn. Regelmatige screening kan een groot verschil uitmaken daar vroege opsporing en behandeling van pulmonale arteriële hypertensie gepaard gaat met een betere prognose. Om ideaal te zijn, zou cardiopulmonale controle minstens eenmaal per jaar uitgevoerd moeten worden.
Deze doorlichting onderzoekt het niveau van de fysieke conditie en de beperkende symptomen. Onverklaarde vochtophopingen of bepaalde vaststellingen bij het hartonderzoek kunnen ook nuttige aanwijzingen geven.
De meeste patiënten met pulmonale arteriële hypertensie bij sclerodermie hebben testresultaten die wijzen op een verstoorde longfunctie, in die mate dat de arts ze verdacht vindt.
Echocardiografie met Doppler (het gebruik van geluidsgolven om de kamers van het hart in beeld te brengen) is een nuttig instrument. Toch ligt de nauwkeurigheid ervan bij beginnende, lichte vormen van pulmonale hypertensie of in het samengaan met een andere longaandoening lager dan 50%. De catheterisatie van het rechterhart blijft het beste onderzoek. Het kan tot een nauwkeurige diagnose leiden, evenals een verdoken afwijking aan het linkerhart uitsluiten.

Alle patiënten hebben baat bij het volgen van eenvoudige basisleefregels, zoals aandacht voor gewichtsverlies en vochtevenwicht, het nemen van middelen om de hartefficiëntie en zuurstoftoevoer te verbeteren (bv. bloedverdunners).
Zodra de medische therapie geoptimaliseerd is, kunnen veel patiënten vooruitgang maken met specifieke hart- en longrevalidatie. Die vereist wel medische begeleiding.

De laatste jaren zijn voor de behandeling van PAH een reeks zeer specifieke geneesmiddelen ontwikkeld.
Alle vormen van PAH kenmerken zich door een verstoring in het endotheel, de uiterst belangrijke cellen van de binnenbekleding van de bloedvatwand. Hierdoor is er een verminderde productie van de bloedvatontspannende prostacycline en stikstofmonoxide, en een verhoogd vrijkomen van het bloedvatvernauwende endotheline.

Op basis hiervan zijn er drie soorten medicatie voorhanden in de behandeling van PAH in België.
Ten eerste heeft men prostacyclines, die intraveneus of in inhalatievormen toegediend kunnen worden.
Ten tweede zijn er de Endotheline Receptor Antagonisten, die het bloedvatvernauwend effect van endotheline tegengaan, zoals Bosentan (Tracleer®).
Ten derde zijn er de phosphodiesterase inhibitors die vrijstelling van het bloedvatontspannende stikstofmonoxide bevorderen.

Er is een groeiende interesse voor het specificeren van de voordelen van deze therapieën als ze in een vroeg stadium van de ziekte worden toegediend. Al deze middelen zijn enkel en specifiek aangewezen bij bloedvatproblemen bij PAH.

Deze stoffen zijn zeer complex en de keuze van de juiste begintherapie vereist een grote deskundigheid. Centra gespecialiseerd in het volgen van patiënten met systeemsclerose en het screenen naar PAH (zoals de KUL, UCL, Gents universitair ziekenhuis en ULB) zijn dan ook het meest aangewezen voor het vaststellen van PAH en het bepalen van de beste behandeling.

De medicatie is bijzonder duur. De terugbetaling voor gezondheidszorg, die verschillend is in elk land, beïnvloedt de keuze van de behandeling, evenals de specifieke medische situatie van de patiënt.
Al deze geneesmiddelen zijn ontwikkeld dankzij overheidsprogramma’s die de ontwikkeling van geneesmiddelen voor zeldzame of ‘weesziekten’ aanmoedigen. Dat de vraag ernaar klein is, heeft voor een deel ook de hoge prijs tot gevolg.

Al deze behandelingen verminderen de kortademigheid, verhogen de fysieke conditie en vertragen de evolutie van de klinische symptomen van de patiënt.

* musculoskeletale aandoeningen (spier- en skelet). Spier- en skeletaandoeningen kunnen een invloed hebben op spieren, gewrichten, pezen, gewichtsbanden en zenuwen. Meestal worden rug, nek, schouders en bovenste ledematen getroffen, minder vaak de onderste ledematen.

Met dank aan dr. Vanessa Smith voor het controleren en het aanvullen van het verslag voor de Belgische sclerodermiepatiënten.

Naar menu

Planten als geneesmiddel

Wat kunnen we verwachten van planten? Wat kan er verkeerd lopen?

Prof. Gert Laekeman is gewoon hoogleraar aan het Onderzoekscentrum voor Farmaceutische Zorg en Farmaco-economie aan de KULeuven.
Hij maakte een studie over de werking van de planten en hij is expert bij de commissie voor plantengeneesmiddelen van het European Medicines Agency.
Hij is dus goed geplaatst om ons in te lichten over het verband tussen plant en geneesmiddel, het belang en de gevaren van planten, de nuttige toepassingen voor de individuele patiënt, maar ook welke interacties met de andere therapieën mogelijk zijn.

Veel geneesmiddelen verwerken planten of zijn door planten geïnspireerd. Een klassiek voorbeeld is de aspirine, die acetylsalicylzuur bevat. Salicylzuur vinden we in wilgenbast, en ook in de moerasspirea. Het was slechts één kleine chemische stap om van salicylzuur naar acetylsalicylzuur te gaan, en zodoende naar aspirine. Aspirine leunt dus heel dicht bij de planten aan.

Voedingssupplement en geneesmiddel

Heel wat plantaardige preparaten worden als geneesmiddel in de handel gebracht. Die kan men enkel in de apotheek vinden.
Ze zijn geregistreerd, streng gecontroleerd vanaf de grondstof tot en met het eindproduct, ook wat de houdbaarheid betreft.
Op de verpakking en in de bijsluiter van een geneesmiddel mag men het hebben over ziekten.

Voedingssupplementen op basis van planten kunnen worden genotificeerd. Notificatie wil zeggen: ‘kennis geven van’. Een firma kan aan het Federale Agentschap voor Voedselveiligheid (FAVV) een brief sturen met een dossier en verklaren ‘dat ze deze plant of dit plantenmengsel op de markt wensen te brengen’. Als die planten op goedgekeurde plantenlijsten voorkomen, dan wordt er geen grondig onderzoek naar al die bestanddelen ingesteld. Het FAVV rekent op de eerlijkheid van die firma’s dat ze goede grondstoffen en zuivere planten hebben gebruikt. Er wordt niet naar het eindproduct gekeken en niet gedoseerd omdat het meestal complexe mengsels zijn. Vanuit voedingsoogpunt en ook commercieel gezien is het niet altijd haalbaar om ieder lot nog eens extra te analyseren op alle mogelijke actieve bestanddelen. Deze voedingssupplementen zijn minder streng gereglementeerd en er mag ook reclame voor worden gemaakt.
Een voedingssupplement mag zich enkel richten tot ‘gezonde‘ mensen. Het mag niet spreken over ziekten.
Sommige voedingssupplementen bewegen zich op de grenslijn. Als de verpakking bv. beweert ‘De natuurlijke bestanddelen verlichten en verzachten de pijnlijke keel, bij hoesten …’ suggereert ze toch dat iemand keelpijn of een verkoudheid heeft. ‘Een smerende siroop voor de keel’ of ‘een keelbalsem’ zou correcter zijn.

Hoe kunnen we het onderscheid maken tussen een geneesmiddel op basis van planten en een voedingssupplement?

Bij een geneesmiddel op basis van planten zit een bijsluiter verpakt die opgesteld is als de bijsluiter van gewone medicatie.
Als er bij een voedingssupplement een blad met instructies steekt, is het niet op dezelfde manier gestructureerd als de bijsluiter.

Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) heeft al de bijsluiters van de geneesmiddelen die in België gecommercialiseerd zijn op haar website geplaatst: www.fagg.be. U kiest de taal, rechts bovenaan staat een verwijzing naar de ‘bijsluiters’. U klikt daarop en op het volgde blad vult u links bovenaan de merknaam van het product in en u klikt op ‘zoeken’. Bv. u tikt ‘Aspirine’ in en niet de naam van het werkzame bestanddeel: acetylsalicylzuur. Als u de naam van het geneesmiddel niet terugvindt, dan is het waarschijnlijk een voedingssupplement.

Het belang van planten in de geneeskunde

Dat er in het Europese agentschap voor de conventionele geneesmiddelen een commissie werkt, die zich uitsluitend bezighoudt met de planten als geneesmiddelen, toont aan dat planten belangrijk zijn. Zesmaal per jaar plegen 29 landen er gedurende vier dagen overleg over de Europese registratie van geneesmiddelen op basis van planten.
In de diverse landen staat men op verschillende manieren tegenover planten als geneesmiddelen: van uiterst sceptisch tot bijzonder ondersteunend. In Duitsland staan altijd plantaardige producten in het uitstalraam.
Bij onze apothekers wordt meer de cosmetische kant in de kijker gezet. Prof. Laekeman wil meer planten in de uitstalramen zien, om het publiek in te lichten over de plantaardige geneesmiddelen die de apotheker kan aanbieden.

Thee

Het gebruik van planten is niet uit de tijd. Denken we maar aan kruidenthee, bv. de linde-, rozenbottel- of hibiscusthee die in de voedingssector vrij verkrijgbaar zijn; of de meer geneeskrachtige thee van dr. Ernst.

Een thee van dr. Ernst kan tot 20 planten bevatten. Van bepaalde planten zijn bloemen, bladeren, stukjes stengels en stukjes wortels nodig. De grootte van die deeltjes lopen sterk uiteen en ze kunnen niet allemaal tot poeder worden gemalen. Het homogeen mengen van die plantendelen is niet altijd gemakkelijk. Als slechts 5% of 2% van een bepaalde plant in het mengsel zit, is het mogelijk dat een zakje niets van dit bestanddeel bevat.
Om die reden wil de Geneesmiddelencommissie voor kruiden- en plantaardige geneesmiddelen de thee in België rationaliseren. Ze wil het aantal planten beperken tot zes: drie actieve en drie voor de smaak.

Vragen over thee

Mag moerasspirea onbeperkt worden gebruikt? Wat is de maximum dosering per dag ? Ik gebruik het ter voorkoming van spierkrampen.

We kunnen bij planten geen juiste dosering geven. Alles hangt sterk af van de bereiding van de plant. De moerasspirea, die salicylzuur bevat en de voorloper van aspirine is, mag men zonder beperking drinken. Maar als het over een geconcentreerd preparaat gaat, moeten we wel de gebruiksaanwijzing volgen en mogen we de dosis niet overschrijden. Als u daarmee goed geholpen bent, zijn er geen problemen.

Ik koop groene thee in capsules bij de apotheker. Wat is uw mening daarover?

Groene theepreparaat in een capsule kunt u zeker gebruiken.

Wat in de apotheek wordt verkocht is veilig.
De apotheker krijgt onmiddellijk een rapport
als er bv. nevenwerkingen optreden

Mag groene thee worden vermengd met andere kruidenthee?

Groene thee op zich levert geen enkel probleem. Met geconcentreerde alcoholische extracten moet men oppassen. In Frankrijk is een geconcentreerd extract met 80% alcohol van de markt gehaald.
Meestal wordt groene thee afzonderlijk gebruikt, maar u kunt het mengen met munt, kamille of zoethout als u vindt dat die groene thee flets smaakt.

Mag men iedere dag rooibosthee gebruiken?

U mag gerust gewone thee of koffie vervangen door rooibosthee die vooral een antioxydatief effect heeft. U kunt het als een soort vitamine beschouwen. De rooibosthee die u op de Belgische markt vindt is betrouwbaar.

Echinacea purpurea (rode zonnehoed)

(Afbeelding zie Bindweefsel nr. 52 blz. 10)

Deze plant stimuleert het afweersysteem zoals de Uncaria tomentosa (katteklauw). Hierdoor kunnen bepaalde aandoeningen (allergie of astma, bv.) wel verergeren.

Bij aandoeningen zoals CIB die te wijten zijn aan een overreactie van het immuunsysteem, kunnen bepaalde symptomen ook weer bovenkomen.
Echinacea in deze omstandigheden gebruiken bij verkoudheden of om verkoudheden te vermijden is zeker niet aangewezen!

Als men voedingssupplementen koopt, moet men goed nagaan of er geen echinacea in verwerkt zit, wat dikwijls het geval is.

Voor CIB zijn deze planten absoluut af te raden.

In de apotheek
als druppels: Echinacin® Liquidum

Sint-janskruid (Hypericum perforatum)

(Afbeelding zie Bindweefsel nr. 52 blz. 11)

Sint-janskruid werd al heel goed beschreven door de plantkundige Rembert Dodoens in zijn Cruijdeboeck van 1554. De volgende eeuwen werd dit kruid verder onderzocht en nu gebruikt men het tegen depressie.

Opgelet!

Het sint-janskruid heeft de neiging bepaalde andere geneesmiddelen sneller af te breken. Als we geneesmiddelen innemen, moeten die uit het lichaam verdwijnen. Hierin speelt de lever een belangrijke rol door het produceren van enzymen. Het sint-janskruid werkt in op een groep enzymen die voor meer dan 50% van de afbraak van geneesmiddelen instaat.

Dat is belangrijk voor wie een immunosuppressivum zoals Cellcept® of Imuran® inneemt. Deze middelen temperen een te actief immuunsysteem dat tegen de eigen weefsels inwerkt. Ze worden voorgeschreven bij chronische ontstekingen. Neemt men ze samen met sint-janskruid, dan kan hun werking minder actief worden zodat de ziekte of de symptomen opnieuw de kop opsteken.
Er zijn ook gevallen bekend van transplantatiepatiënten die plots minder actief werden.

Sint-janskruid kan de werking van de anticonceptiepil verminderen. Er zijn een paar voorbeelden bekend van vrouwen die ongewenst zwanger werden toen ze de anticonceptiepil samen met sint-janskruid innamen.

Het gelijktijdig gebruik van die twee middelen is niet absoluut te ontraden, maar men moet bijzonder oplettend zijn. Als men bv. goed gestabiliseerd is met een anticonceptivum en men krijgt doorbraakbloedingen na het gebruik van sint-janskruid, dan kan dat wijzen op een verminderde betrouwbaarheid van de pil. Dat is een van de tekenen die men zeker in ogenschouw moet nemen.

In de apotheek
Met voorschrift: bv. Hyperiplant®
Zonder voorschrift: bv. Perika®

Vragen over sint-janskruid

Mag men sint-janskruid samen met Plaquenil® gebruiken?

Op de bijsluiter staat vermeld welke middelen het geneesmiddel kunnen beïnvloeden. Bij Plaquenil® (werkzame stof hydroxychloroquine) staat niets vermeld i.v.m. sint-janskruid. Dat is wel het geval bij bv. de Hyperiplant®tabletten die ook sint-janskruid bevatten. Die zijn o.a. tegenaangewezen als men ze met Cyclosporine inneemt, een geneesmiddel bij auto-immuunziekten of na een transplantatie.
U kunt ook de bijsluiters van de geneesmiddelen op basis van sint-janskruid op de website van het FAGG via Google vinden.
Natuurlijk, als blijkt dat de ziekte minder goed onder controle is, kunt u het sint-janskruid een tijdje laten.

Kun je Prozac® vervangen door sint-janskruid?

Men mag Prozac® vervangen door sint-janskruid, maar men moet Prozac® langzaam afbouwen en geleidelijk aan het sint-janskruid opbouwen. Dat moet altijd onder controle van een arts gebeuren, die de opbouw- en afbouwschema’s kan regelen of mits begeleiding van de apotheker waar u het geneesmiddel haalt.

Het is ook aan te raden om een geneesmiddel op basis van sint-janskruid te gebruiken, omdat u dan de beste controle en ook de beste gegevens hebt.
Ik raad in ieder geval af om ze samen in te nemen, want in bepaalde omstandigheden krijgt men een te hoge versterking van deze twee middelen die gebruikt worden bij depressieve neigingen of depressieve episodes.

Wie geneesmiddelen inneemt
en sint-janskruid wil gebruiken,
moet de arts of apotheker verwittigen!

Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)

(Afbeelding zie Bindweefsel nr. 52 blz. 11)

Dit is een van de eerste planten waarmee de Engelse arts William Withering (1741-1799) systematisch naging wat de werking van digitalis op het menselijk hart was naargelang van de dosis.

Men oogst de bladeren voor de bloemen uitkomen omdat het gehalte aan actieve bestanddelen dan het hoogst is. Het actieve bestanddeel is digoxine, dat onder de merknaam Lanoxin® gecommercialiseerd is. Lanoxin bestaat in tabletten en in druppels. Het wordt gebruikt bij mensen met hartzwakte, die zich vooral manifesteert door oedeem in de benen en voeten omdat het hart de bloedvaten niet voldoende draineert. Deze personen zijn ook sneller buiten adem omdat het hart onvoldoende zuurstof kan doorstuwen.

Vingerhoedskruid is heel toxisch (giftig). Als men er te veel van neemt, verlamt het hart. Bij een aantal patiënten volstaat 0,125 mg per dag en dan moeten ze nog één dag in de week overslaan om zeker niet te veel van dat product in te nemen. Dat is dus 1/8e van een mg. Toch is dat voldoende om de gewenste werking te hebben.

In de apotheek
Lanoxin® in tabletten en druppels

Ginseng

De meest gebruikte soorten zijn de Aziatische (Panax ginseng) en de Amerikaanse (Panax quinquefolius), die men niet mag verwarren met Siberische ginseng (Eleutherococcus senticosus). Die bevat niet de ginsenosiden gevonden in de Panax soorten.
Ginseng is niet aan te raden als men middelen voor het hart gebruikt, zoals Lanoxin®, bij hoge bloeddruk, of bloedsuikerverlagende middelen zoals Glucophage®, Amarylle®. Die middelen kunnen toxisch worden. Ginseng kan bloedingen veroorzaken en wordt sterk afgeraden bij mensen met nierproblemen.

M.-L. Van Roosebeke

Wordt vervolgd

Met dank aan prof. Laekeman voor het controleren van het verslag.

Naar menu

Neus- keel- ooraandoeningen bij CIB (Deel 2)

Vragen beantwoord door prof. dr. An Boudewyns Neus- keel- oorarts UZ Antwerpen

Vragen

Is luchtbevochtiging belangrijk en moet ik ergens rekening mee houden?

Luchtbevochtiging is nuttig, maar één van de risico’s daarbij is dat luchtbevochtigers, zoals een bakje met water dat men op de verwarming zet, soms een bron van schimmelinfecties kan worden.
Regelmatig het water verversen, het proper houden en dergelijke toestellen onderhouden zijn dan ook absoluut noodzakelijk.

’s Nachts word ik wakker met een verstopte neus en droge mond. Wat kan ik hieraan doen?

Als u bij het liggen ’s nachts vaak last hebt van een verstopte neus, dan is dat vaak verklaarbaar door het effect van de zwaartekracht. Die kan zorgen voor extra zwelling in de neus. Bij een verstopte neus ademt men met de mond open, waardoor de lucht niet meer bevochtigd wordt en op die manier krijgt men last van een droge mond.

Bij mensen die vaak of dagelijks last hebben van terugkerende slijmvorming in de neus is een neusspoeling, gewoon met zoutwater, de meest efficiënte oplossing. Hiervoor gebruikt u een neuskannetje dat bij de apotheker kan gekocht worden.
Vaak zeggen mensen ook dat er een dikke vieze prop van slijm in de keel zit bij het wakker worden. Na het ophoesten of opsnuiven ervan gaat het dan beter. Dat komt doordat de slijmcellen in de neus ’s nachts slijm blijven produceren. Als we slapen, slikken we wat minder frequent dan overdag waardoor deze slijmen zich verzamelen in de neus, wat resulteert in de hinderlijke propvorming. Ook hier is veelvuldig de neus spoelen met zoutwater de beste oplossing.

Ik lijd aan slaapapneu. Wat kunnen de gevolgen zijn van het gebruik van een CPAP-toestel op het neus-keel-oorgebied? Is er een behandeling voor snurken?

Snurken en slaapapneu hebben eigenlijk niets te maken met bindweefselziekten. Dergelijk probleem situeert zich in het neus-keel-oorgebied en er zijn wel degelijk oplossingen voor.

Mensen met slaapapneu maken tijdens de nacht, op geregelde basis, ademstops waarbij hun keelholte afsluit. Hierdoor kan de lucht niet meer passeren en ze stoppen dan met ademen. Deze mensen kunnen een toestel gebruiken dat CPAP heet. CPAP staat voor Continuous Positive Airway Pressure. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 52 blz. 12) Het bestaat uit een maskertje dat via een slang, vergelijkbaar met een stofzuigerslang, verbonden is aan een klein toestelletje dat de lucht uit de omgeving onder een zekere druk in de neus-keelholte brengt. Die luchtdruk passeert via de neus, wat zeer vervelend kan zijn voor iemand die gemakkelijk last heeft van een verstopte neus en slijmvorming in de neus. De ingebrachte lucht botst dan als het ware tegen een weerstand en dat kan hinder veroorzaken. Bovendien is de lucht die uit het toestel komt koud en kan het slijmvlies prikkelen of doen zwellen. Veel mensen die CPAP gebruiken, hebben dan ook geregeld neusproblemen.

Hoe komt het dat Sjögrenpatiënten die meestal een droge neus en droge slijmvliezen hebben plots een loopneus kunnen hebben?

Dit kan bij iedereen voorkomen en heeft niet specifiek met het Sjögren-syndroom te maken.
Ons neusslijmvlies kan op verschillende manieren geprikkeld worden door bv. het inademen van irriterende stoffen, door een allergische prikkel, of door een virusinfectie. Hierdoor kan men tijdelijk neusloop krijgen.

Hoe ontstaan neusbloedingen?

Deze worden bij de meeste personen veroorzaakt door een klein bloedvatkluwen dat helemaal vooraan in de neus zit ter hoogte van het neustussenschot. Dit kleine bloedvatkluwen kan aanleiding geven tot kortstondige neusbloedingen die soms spontaan kunnen beginnen en vaak veroorzaakt worden door veranderingen van warmte naar koude, of door neuspeuteren.
Vaak is het zo dat mensen gevoeliger zijn voor neusbloedingen als ze een gevoelig slijmvlies hebben, bv. door een verkoudheid, allergie of bindweefselziekte.
We kunnen dit verhelpen door de kleine bloedvaten dicht te branden, of aan te stippen met zilvernitraat. Meestal wordt er nadien nog een zalf tegen korstvorming voorgeschreven. Helpt dit alles niet voldoende dan is verder onderzoek naar de oorzaak nodig. Neusbloedingen kunnen zelfs na het aanstippen met zilvernitraat terugkeren.

Hoe kunnen we neusloop en korstvorming behandelen?

Neusloop kan lokaal behandeld worden met een cortisonspray. Is de oorzaak allergisch van aard, dan zijn neussprays met antihistaminica aangewezen. Tegen korstvorming in de neus helpen neusspoelingen met zout water en het aanbrengen van vettige, voedende zalven.

Zijn antihistaminica niet slecht voor Sjögren-patiënten?

Sommige van dergelijke medicijnen kunnen inderdaad beter vermeden worden.
Antihistaminica zijn geneesmiddelen die voorgeschreven worden tegen allergieën. Vooral de medicatie die men 20 à 30 jaar geleden voorschreef, hadden dikwijls een uitdrogend neveneffect op allerlei processen waardoor ze minder aangewezen zijn bij het Sjögren-syndroom. Het uitdrogende element dat aanwezig was in de verouderde medicatie heeft men uit de nieuwe verwijderd. In principe kan de nieuwe generatie antihistaminica perfect gebruikt worden door Sjögrenpatiënten.

Kan een slechte geur in de neus een gevolg zijn van een bindweefselaandoening of beginnende parkinson of alzheimer?

Dit lijkt een vergezochte diagnose, die eventueel steek zou kunnen houden als er bij die persoon verdere gewichtige aanwijzingen zijn.
Ons reukslijmvlies, de celletjes die instaan voor onze reuk, bevindt zich helemaal bovenaan in de neus. Alle factoren die zorgen dat de reukprikkels niet tot bij het reukslijmvlies geraken, kunnen aanleiding geven tot een minder goede reukzin.
Sommige mensen hebben ook een vieze, slechte geur in de neus. Dit zou een gevolg kunnen zijn van chronische ontsteking in het neusslijmvlies met korstvorming. Op die korstvorming bevinden zich dan bacteriën die de slechte geur kunnen veroorzaken.
Globaal gezien wordt vermindering van de reuk, onafhankelijk van bindweefselziekten, het meest veroorzaakt door een virusinfectie zoals verkoudheid. Bij een virusinfectie wordt een deel van ons neusslijmvlies beschadigd, wat de reukzin vermindert.

Wat te doen bij mondaften of ulcera?

Bij aftvorming is lokale hygiëne heel belangrijk.
Het gebruik van ontsmettende mondspoelmiddelen of specifieke gels die u bij de apotheker op voorschrift kunt laten maken en die u lokaal kunt aanbrengen, kunnen verlichting brengen.
Alle prikkelende, te warme voedingsstoffen zijn te mijden alsook bepaalde citrusvruchten, kiwi’s en ananas. Deze vruchten bevatten bepaalde zuren die heel prikkelend en pijnlijk zijn voor het wang- en mondslijmvlies.

Ik heb altijd gezwollen speekselklieren en tandpijn. Is hier een behandeling voor?

Tandpijn kan een uiting zijn van cariës veroorzaakt door een minder goede tandhygiëne. Dit hoeft geen gevolg te zijn van niet poetsen, maar gewoon omdat er een aantal plaatsen zijn die we moeilijk kunnen reinigen, en dat in combinatie met een verminderde speekselsecretie. U bespreekt dit het best met de tandarts.
Als de opgezwollen speekselklieren niet pijnlijk zijn, kunt u dit als relatief onschuldig beschouwen en moet u geen cortison nemen.

Kan zwelling door speekselklieraantasting een andere oorzaak dan Sjögren hebben?

Ja. Er zijn veel verschillende oorzaken van speekselklieraantasting, bv. een virusinfectie zoals bof of aids, maar de meest voorkomende oorzaak is een steentje in de speekselklier. Hierdoor kunnen een verstopping en zwelling ontstaan. De mate van zwelling door steentjes of Sjögren wisselt naargelang van de ernst van het ziekteproces, of van de inflammatie.

Waarom geen speekselklierscintigrafie en wel een lipbiopsie bij de diagnose van Sjögren?

Een speekselscintigrafie, die gebruik maakt van een radioactief product en straling, zal niet in alle gevallen de ziekte detecteren. Daarom krijgt een lipbiopsie, die de aandoening rechtstreeks in het weefsel aantoont, de voorkeur. Als de biopsie correct wordt uitgevoerd, hebben de mensen er meestal geen blijvende hinder van.

Ik ben een Sjögrenpatiënt en heb vaak keelontstekingen. Is er een verband?

Keelontstekingen op zich zijn niet specifiek voor het Sjögren-syndroom.
Door droogte van de mond en door een branderige tong kan het zijn dat u vaak een pijnlijk, droog gevoel hebt in de keel zonder dat er een aantasting is van de amandelen.
Bij een echte keelontsteking maken artsen een onderscheid tussen een aantasting van de amandelen door een infectie, of eerder een irritatie van de wand van de keelholte.
De wand van de keelholte zal meer onderhevig zijn aan uitdroging en aan prikkelingen en zal daardoor het gevoel kunnen geven van keelontsteking zonder dat er sprake is van infectie.

Ik heb geregeld een hese stem. Wat kan ik hieraan doen?

Als u enkele keren per maand een hese stem hebt en dat geen blijvend probleem is, moet u zich daar niet te ongerust over maken. Een heesheid die echter 3 weken aanhoudt, is een reden om naar de stembanden te laten kijken.
Af en toe hees zijn kan, net als bij stemproblemen, te maken hebben met uitdroging van de slijmvliezen. Het is dan belangrijk om voldoende te drinken en te zorgen voor voldoende vochtige lucht, want ook onze stembanden hebben een slijmvlies dat voldoende vochtig moet zijn om goed te functioneren. Een eenvoudig huis-, tuin- en keukenmiddel voor het bevochtigen van de stembanden en het stemapparaat is het inhaleren van stoom. U gebruikt hiervoor het best gewoon kokend water, zonder toevoegingen zoals munt of eucalyptus omdat die producten vaak prikkelend werken op de luchtwegen, met hoestbuien tot gevolg. Na het dampen blijft u de eerste 30 min. beter binnen.
Blijft de heesheid bestaan, dan is het wenselijk om via de huisarts of de behandelende arts een NKO-arts te raadplegen.

Wat is de behandeling voor stembandknobbeltjes?

Als die knobbeltjes echt hinderlijk zijn, kunt u ze operatief laten verwijderen. Zo’n operatie neemt de ziekte van Sjögren niet weg en de kans bestaat dat de knobbeltjes nadien terugkomen.
Voor men overgaat tot een operatie is het belangrijk om te weten of deze knobbeltjes de oorzaak van de heesheid zijn en niet veroorzaakt worden door bv. een stembandtumor.

Ik heb de ziekte van Wegener. Kunnen mijn gehoorproblemen hierdoor veroorzaakt worden? Is het plaatsen van trommelvliesbuisjes, de zogenaamde diabolo’s, een oplossing?

Het plaatsen van trommelvliesbuisjes kan een oplossing zijn, maar dit is niet altijd het geval.

Als we spreken van gehoorverlies dan moeten we even kijken naar de structuur van ons oor.
De uitwendige gehoorgang is als het ware het kanaaltje tussen onze oorschelp en het trommelvlies. In dit kanaal kan zich bv. een oorprop bevinden. Als die de oorzaak is van gehoorverlies kan de arts die verwijderen.
Aan het einde van onze gehoorgang bevindt zich het trommelvlies. Achter het trommelvlies vinden we het middenoor, een holte waar ook slijmproducerende cellen zitten en waarin de drie gehoorbeentjes te vinden zijn: hamer, aambeeld en stijgbeugel. De gehoorbeentjes geven de trillingen, die op het trommelvlies terechtkomen, door aan het binnenoor, dat ook het slakkenhuis genoemd wordt. Hierin zitten kleine haarcellen die de geluidstrillingen omzetten in een elektrisch signaal dat dan op zijn beurt via de gehoorzenuw naar de hersenen doorgegeven wordt. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 52 blz. 15)

Op al die verschillende plaatsen kan men een oorzaak van gehoorverlies vinden.
Bij de ziekte van Wegener en bij een aantal andere bindweefselziekten, kan de oorzaak van het gehoorverlies zich in het middenoor bevinden. Dat kan een taaie, dikke slijmophoping achter het trommelvlies zijn, ook ‘glue’ genoemd. Als dit inderdaad het probleem is, is dit op te lossen door het plaatsen van trommelvliesbuisjes. Het is niet de bedoeling dat die slijmen door deze buisjes naar buiten vloeien, maar ze zorgen er eerder voor dat er opnieuw voldoende lucht in het middenoor terechtkomt. We noemen dat dan ook eerder ventilatiebuisjes.
Patiënten bij wie het gehoorverlies veroorzaakt wordt door een aantasting van het binnenoor kunnen op deze manier niet geholpen worden. Afhankelijk van de ernst van het verlies kan een gehoorapparaat overwogen worden.

Kan de gehoorgang uitdrogen bij de ziekte van Sjögren of verharden bij sclerodermie?

Neen, omdat de bekleding van onze gehoorgang eigenlijk huidbekleding is. De huid wordt niet aangetast omdat ze geen speekselkliertjes of andere kliertjes bevat.

Kan er artrose ontstaan aan de gehoorbeentjes?

Neen.
Soms hoor je wel zeggen dat mensen gehoorverlies hebben omdat de gehoorbeentjes verkalkt zijn. Dit is een andere aandoening die we otosclerose noemen. Hierbij gaat het om één van onze gehoorbeentjes, de stijgbeugel, die verkalkt in de nis waar het eigenlijk op en neer moet bewegen.
Dit is een aandoening die niets met bindweefselziekten te maken heeft.

Kunnen er brokjes in het inwendige gehoor rondzweven? En kan dit een invloed hebben op het gehoor?

Dit verwijst naar het evenwichtssysteem, dat bestaat uit drie halfcirkelvormige kanaaltjes gevuld met vocht en kristallen die vastzitten op bepaalde structuren. Deze kristallen kunnen loskomen van de structuren en rondzweven. Dat geeft geen gehoorverlies, maar wel evenwichtsstoornissen bij bepaalde houdingen.

Bestaat er een behandeling voor oorsuizen?

Oorsuizen is meestal een gevolg van beschadiging van het middenoor. Of we daar iets aan kunnen doen, hangt af van de onderliggende oorzaak. Er is momenteel nog geen doeltreffend medicijn, maar men experimenteert geval per geval.

Veerle De Pourcq

Met dank aan prof. dr. Boudewyns voor het controleren van het verslag.

Naar menu

Urologische problemen: urineweginfecties (Deel 2)

Lezing gegeven door dr. Jo Ampe en dr. Christophe Ghysel, beiden uroloog aan het AZ Sint-Jan in Brugge

Na de uiteenzetting over incontinentie door dr. Ampe (BW nr. 51) besprak dr. Ghysel de urineweginfecties.

Urineweginfecties komen vaak voor.
Er zijn ongecompliceerde en gecompliceerde, lage en hoge infecties.

Ongecompliceerde urineweginfecties komen voor bij gezonde personen.
Gecompliceerde urineweginfecties gaan bv. samen met zwangerschap, prostaatvergroting, stenen, enz.
We spreken over lagere urineweginfecties als de plasbuis en de blaas zijn aangetast; van hogere als het gaat om de urineleiders en de nieren zelf.

De klachten zijn koorts, rillingen, zweten, misselijkheid, braken, pijn in de lenden en de rug, bloed in de urine.
Bij koorts en druk op de nieren doordat de urine niet goed kan aflopen, moet de patiënt onmiddellijk behandeld worden. Een woekering van zo’n infectie in het lichaam gedurende enkele uren is levensbedreigend en kan een nier volledig verwoesten.
In dit verslag bespreken we cystitis of blaasontsteking.

Bacteriële blaasontsteking

De bacteriële blaasontsteking is een besmetting van het blaasslijmvlies door bacteriën. In 80% gaat het om de E. Coli, een darmbacterie die nodig is voor de vertering, maar die zich met uitstulpingen (pili) vasthecht aan de blaaswand. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 52 blz. 16) Die reageert door krachtig samen te trekken waardoor men veelvuldig moet plassen. Als de blaasslijmvliescellen zozeer besmet zijn met die bacterie, trekken zij zich los van de blaaswand. Dat veroorzaakt pijn en bloedsporen in de urine.

Blaasontsteking is een typische vrouwenkwaal. Ze komt vooral voor bij jonge, seksueel actieve meisjes en in de menopauze, wanneer vaginaal en urinaal slijmvlies dunner worden en dus vatbaarder voor infecties. Een bijkomende oorzaak is de vrouwelijke anatomie, waar plasbuis, vagina en aars dicht bij elkaar liggen en het urinekanaal kort is.

De mannen zijn beter beschermd omdat de afstand tussen aars en penis groter is, en het urinekanaal langer.
Als zij een infectie hebben, is er meestal een onderliggende oorzaak zoals een prostaatvergroting met een onvolledige lediging van de blaas. Ze hebben vaker koorts, en worden vaker gehospitaliseerd omwille van intraveneus toegediende antibiotica en omdat ze veelal een operatie moeten ondergaan.

Symptomen van een blaasontsteking

Veelvuldig en dringend moeten plassen, een kleine blaascapaciteit, pijn bij het plassen, troebele, ruikende urine, pijn boven het schaambeen of aan de top van de plasbuis, soms sporen van bloed in de urine.

Onderzoeken

De temperatuur wordt gemeten om een duidelijk onderscheid te kunnen maken tussen de lage en ongecompliceerde urineweginfecties enerzijds en de hoge en gecompliceerde infecties anderzijds. Een urinestaal wordt genomen, het liefst van verse urine; is dat niet mogelijk, dan kan de persoon de urine 48 uur in een steriel potje in de koelkast bewaren. Het is belangrijk een urinestaal van de patiënt te nemen voordat die medicatie genomen heeft. Dit staal wordt onderzocht op witte bloedcellen en op bacteriën zoals de E. Coli.
Een urinestaal is ook belangrijk om het onderscheid te maken tussen een urineweginfectie en een vaginale ontsteking, die enkele gelijke symptomen geeft.
Het (langdurig) innemen van antibiotica voor een blaasontsteking bv. kan schimmelinfectie in de vagina veroorzaken.

Mogelijke oorzaken

De urine vloeit terug van de blaas naar de nier.
De urine blijft achter in de blaas door bv. vernauwing van het blaaskanaal, een blaasverzakking. Nierstenen; een steen met infectie wordt dus zo vlug mogelijk verwijderd.
Het herhaald terugkeren van de ontsteking kan veroorzaakt worden door onaangepaste antibiotica of te kortstondig gebruik ervan.

Behandeling

Bij lage en ongecompliceerde urineweginfecties waarbij patiënten geen koorts en geen bloedsporen in de urine hebben, kan veel drinken leiden tot een spontane genezing.
Dikwijls is een antibioticum nodig; soms is een driedaagse behandeling voldoende.

Bij gecompliceerde en hogere urineweginfecties is een langdurige antibioticumkuur nodig: zeker een twintigtal dagen, en eventueel een ziekenhuisopname voor intraveneuze toediening.

Preventie

  • Voldoende drinken (2 liter per dag) en frequent plassen. De bacterie houdt van stilstaand water en de hoeveelheid bacteriën verdubbelt zich om de 20 minuten.
  • Plassen na seksuele betrekkingen (evt. een eenmalig innemen van antibioticum).
  • Het innemen van een anticepticum (Furadantine®), een middel om de urine te ontsmetten.
  • Immuniteit opbouwen tegen E. Coli met Uro-Vaxom®: 1 pil per dag gedurende 90 dagen.
  • Veenbessensap (cranberry) bevat proanthocyanidinen, die een beschermende film op het blaasslijmvlies leggen. Hierdoor kan de E. Colibacterie zich niet met zijn armen vasthechten op die blaaswand. Het bevat ook vitamine C die de urine aanzuurt.
    Dagelijks 1 glas (200 ml) ‘Ocean Spray’ sap, kan voldoende zijn.
    Er bestaat ook veenbessenextract: extracten Uricran, Cranberola, maar het sap heeft de voorkeur omdat men daardoor meer water drinkt.
  • Huis-tuin-keukenmiddelen: thee van bosbessen, witte dovenetel, berken, …

Niet-bacteriële blaasontsteking

Interstitiële cystitis

Bij interstitiële cystitis (IC) wordt niet het slijmvlies van de blaas aangetast, maar de onderliggende laag, eigenlijk het cement van de wand, de GAG-laag. (Afbeelding zie Bindweefsel nr. 52 blz. 18)

Symptomen

De symptomen zijn vaak sterk wisselend, kunnen overlappend zijn met bacteriële blaasontstekingen, maar kunnen uitgroeien tot een pijnlijk blaassyndroom en een volledige verschrompeling van de blaas.

Er moet zeker aan IC gedacht worden bij vrouwen, soms ook bij mannen, bij herhaalde urineweginfecties waarbij nooit of zelden witte bloedcellen gevonden worden.

Oorzaak

De oorzaak is onbekend. Het ‘zou’ een auto-immuunaandoening zijn die bij 90% van de vrouwen voorkomt, maar dat is wetenschappelijk niet bewezen. Wel ziet men een duidelijke associatie met Sjögren, fibromyalgie, systeemsclerose en systeemlupus.

Diagnose

Bij een cystoscopie (blaasonderzoek onder lokale verdoving) ziet men een kleine blaascapaciteit omdat de blaas de neiging heeft te verschrompelen. De blaas is vuurrood met puntvormige bloedingen (glomerulaties). Typisch is de Hunners ulcus (blaaszweer), beschreven door de Amerikaanse chirurg G. Hunner (1868-1957). Als de blaas zich ledigt, valt de blaaswand samen en botst op die zweer; daardoor ontstaat de pijn.

Een urodynamisch onderzoek gaat de bezenuwing van de blaas na.

De arts moet andere oorzaken uitsluiten zoals stenen, bacteriële oorzaken, blaaspoliepen, blaaskwaadaardigheid waarbij men uitstulpingen in de blaas ziet. De blaaspoliepen worden weggenomen, want ze kunnen levensbedreigend zijn als die kwaadaardigheid zich verder ontwikkelt.

Behandeling

Er bestaan duizenden behandelingen, maar geen enkele kan de aandoening genezen, want men kent de oorzaak niet.

Men kan middelen die mogelijk een aanval of een aandoening van IC uitlokken, vermijden zoals koffie, thee, cichorei (cafeïne prikkelt de blaas), alcohol, bepaalde soda’s, frisdranken, tomaten, tomatenextracten, citrusvruchten, pikante voedingsstoffen.
Dat is heel verschillend van patiënt tot patiënt.

De behandeling wordt opgesplitst in een drietal klassen.

Oraal
Een aantal medicijnen bewezen dat ze een verbetering geven gedurende een aantal maanden.
Nadien moet men een ander medicament innemen.
Het gaat met name om pentosan polysulfate sodium (SP54®), een groep antidepressiva zoals amitriptyline (Redomex®), hydroxyzine (Atarax®) of eventueel een combinatie ervan.

Blaasspoelingen
De meest gebruikte is de DMSO-spoeling waarbij het product pijnloos in de blaas ingebracht wordt onder lokale verdoving, maar die spoeling wordt voor een klein gedeelte opgenomen in het lichaam en daardoor verspreidt de patiënt een lookgeur.

Chirurgie wordt veelal als laatste toegepast, maar soms bereikt men spectaculaire verbeteringen met

  • blaasopenrekking onder narcose waarbij ulcussen (zweren) gelaserd worden;
  • botulinetoxine-injecties;
  • neuromodulatie: het aanprikken van de zenuwen.
  • blaasvergroting. Men snijdt de blaas van voor naar achter open. Men neemt een stukje darm van de patiënt en plaatst dit als een dakje op de blaas. Zo vergroot men de blaascapaciteit van iemand met een schrompelblaas. Dit vraagt een hospitalisatie van een aantal dagen tot weken, maar sommige patiënten varen er wel bij. Als niets anders meer helpt is het een goede techniek om een betere levenskwaliteit te bieden.

Chemische cystitis door Endoxan® (Vasculitis, Wegener)

Dit is een blaasontsteking die veroorzaakt wordt door het innemen van het medicijn Endoxan®. Het werkt in op het blaasslijmvlies en geeft het gevoel van een blaasontsteking, en soms is er wat bloedverlies.
Deze reactie die onmiddellijk kan optreden of slechts na een aantal jaren, kan verminderd worden door veel te drinken en de tabletten ‘s morgens in te nemen.

Er is een link met interstitiële cystitis en er zou ook een link zijn met het ontwikkelen van blaaskwaadaardigheid soms na 10-20 jaar. Nam men ooit Endoxan® en is er bloed in de urine, dan is een cystoscopie zeker aan te raden.

Vaginale droogte (Sjögren-syndroom)

De vaginale droogte moet bij urinewegproblemen besproken worden omdat het laatste derde deel van de vagina met hetzelfde soort weefsel en dezelfde oestrogeenreceptoren bekleed is als het weefsel in de plasbuis (urethra) en de blaasbodem. Daardoor kan men veelal dezelfde klachten hebben als ofwel de vagina ofwel de plasbuis ontstoken is. De behandeling van een van beide, kan soms de problemen oplossen.

Oorzaak

De menopauze
De hoeveelheid oestrogenen daalt, de vagina wordt droger en minder soepel, de dikte van de vaginawand neemt af evenals de zuurtegraad in de vagina waardoor het risico op infecties stijgt.
De zin in seks vermindert.

Het Sjögren-syndroom
Bij veel patiënten met het Sjögren-syndroom daalt de hoeveelheid vaginale secreties en slijm en dat kan dezelfde klachten geven als patiënten met menopauze.
Het is belangrijk om de verschillen tussen die twee aandoeningen te diagnosticeren. De arts moet zeker aan het Sjögren-syndroom denken als de patiënt ook gewrichtspijnen en darmklachten heeft. Sjögrenpatiënten hebben soms pijn tijdens en na betrekkingen, irritatie, jeuk.

Bevorderende factoren

Koffie, alcohol, vochtafdrijvers zoals Lasix®, Burinex®. Hoe meer vocht men afdrijft, hoe minder vocht in de slijmvliezen aanwezig is.

Het aanbrengen van vet op de vaginawand remt de natuurlijke secreties van het slijmvlies die al sterk verminderd zijn.

Behandeling

Eerst en vooral behandelt men de infectie.

Bij de menopauze kan het innemen van oestrogenen een oplossing bieden.
Soms kan het beperkt aanbrengen van een oestrogene crème aan het uiteinde van de vagina een aantal vaginale, maar ook urinewegproblemen, pijn in de plasbuis en branderigheid bij het plassen wegnemen.
Onder geregelde goede controle van de borsten en de baarmoeder kunnen oestrogenen, pillen of crèmes toegepast worden. Lupuspatiënten moeten dit met hun behandelende arts bespreken, want dit kan een lupusopvlamming veroorzaken. Een individuele behandeling van de patiënt is hier aangewezen.

Sjögrenpatiënten moeten hun behandeling bespreken met de reumatoloog. De reumatologische behandeling kan mogelijk ook de vaginale droogte gedeeltelijk oplossen.

Wat kunnen we zelf doen?

  • Voldoende drinken.
  • Een glijmiddel gebruiken. Opgelet, geen vette zalf maar een gel; een waterige oplossing die het slijmvlies voedt, bv. K-Y®-gel.
  • Voedingsstoffen met vitamine E: vette vis, lever, groene bladgroente, noten, … Vitamine E is een sterke antioxidant*. Die antioxidant zou leiden tot een vermindering van de vaginale droogte.

* Antioxidanten zijn stoffen die voorkomen in voedingstoffen en levensmiddelen. Ze beschermen het menselijk lichaam tegen schade die wordt aangericht door vrije radicalen.

Elke keer het lichaam voedsel omzet in energie, worden er vrije radicalen gevormd. Ons afweersysteem maakt dankbaar gebruik van vrije radicalen om indringers en ziekteverwekkers uit te schakelen, maar als er te veel vrije racialen worden aangemaakt, kunnen ze schade toebrengen.

Ook kunnen vrije radicalen van buitenaf het lichaam binnendringen door luchtvervuiling, roken, chemicaliën, … (Red.)

 

Vragen

Ik drink elke dag een glas Ocean Spray cranberrysap, maar ik krijg er maagzuur (reflux) van.

U kunt een half glaasje nemen of een glas langzaam leegdrinken of het sap aanlengen met 200 ml water.
Hoe meer water hoe beter. Voor mensen die het echt niet graag drinken of maagreflux krijgen, zijn de pilletjes een goed alternatief.

Geraakt men ooit definitief af van chronische blaas- en vaginale ontstekingen?
Zoroxin® en Tarivid®, medicaties tegen blaasontstekingen, lokken bij mij vasculitisopstoten uit.

Er zijn inderdaad patiënten die ondanks alle mogelijke middelen die de arts voorschrijft, toch herhaaldelijk blaasontstekingen hebben. Dat is frustrerend zowel voor de arts als voor de patiënt.
Ik zou niet durven zeggen dat men niet meer kan genezen, er is naar mij weten niet echt een bacterie of een aandoening waarvan men zegt: daar staan we nu echt met de rug tegen de muur, maar soms keert de ontsteking gemakkelijk terug.

Bepaalde medicijnen voor blaasontstekingen lokken vasculitisopstoten uit.

Hier is een wisselwerking tussen arts en patiënt nodig. U moet uw arts inlichten over de neveneffecten van een medicijn, maar uw arts moet ook rekening houden met uw aandoening waardoor u soms overgevoelig bent voor een medicijn. U moet ook altijd aan uw arts zeggen welke medicijnen u nog neemt.
Arts noch patiënt mogen zich alleen fixeren op de urineweginfectie, want die kan deel uitmaken van uw CIB.

Welke behandelingen bestaan er voor sclerodermiepatiënten met urineverlies, pijn in de onderbuik, blaasontsteking?

Er bestaat geen specifieke behandeling voor mensen met sclerodermie.
Eerst gaat de arts na om welke soort urineverlies het gaat.
Pijn in de onderbuik is vaag en moet nauwkeurig onderzocht worden: ontsteking, voldoende blaaslediging, een verdroging van de blaas of vagina, urinesediment? Een infectie wordt gedurende een lange periode met antibiotica behandeld. Bij sclerodermie gaat de genezing wel moeilijker.

M.-L. Van Roosebeke

Met dank aan dr. Ghysel voor het controleren van het verslag.

Naar menu

Hoofdpijn bij auto-immuunziekten

In de dagelijkse praktijk is hoofdpijn een klacht die veel voorkomt, ook bij mensen die voor de rest heel gezond zijn.

Soorten hoofdpijn

Klassiek onderscheiden we twee soorten hoofdpijn: de gewone spierspanningshoofdpijn (goed voor ongeveer 2/3 van de gevallen) en de meer specifieke migrainehoofdpijn (goed voor ongeveer 1/3 van de hoofdpijngevallen). Verder zijn er nog een tiental eerder zeldzame soorten hoofdpijn die hier niet besproken worden, daar ze elk minder dan 1% van de gevallen uitmaken.

De gewone spierspanningshoofdpijn

Die hoofdpijn vindt zijn aanknopingspunt in de spieren van de nek en van het schedeldak. De hoofdpijn is meestal licht tot matig en wordt gevoeld als een strakke band rond het hoofd; het gehele hoofd wordt aangedaan. De pijn duurt 30 minuten tot 7 dagen. De hoofdpijn wordt niet erger door lichamelijke activiteit, licht, geluid of geuren en gaat niet gepaard met misselijkheid en braken. De aanvallen kunnen tot meerdere dagen duren en komen ook gemakkelijk terug. Langere periodes zonder pijnaanvallen komen weinig voor. Verlaagde pijndrempel en stress kunnen in bepaalde gevallen een rol spelen.

De migrainehoofdpijn

Bij de migrainehoofdpijn zijn de oorzaken eerder te vinden in de hersenen. Vroeger dacht men dat de slagaders eerst vernauwden om daarna plots uit te zetten. Recent weet men dat het proces veel ingewikkelder is en dat auto-immuunfactoren een belangrijke rol spelen.
De pijn is matig tot hevig, veroorzaakt een bonzend gevoel en is meestal eenzijdig. De pijn duurt 4 uur tot 3 dagen. De hoofdpijn kan erger worden door lichamelijke activiteit, licht, geluid of geuren en gaat gepaard met misselijkheid en braken. De aanvallen kunnen gedurende langere tijd optreden, maar ook weken-, maanden- of jarenlang wegblijven. De aanvallen worden vaak voorafgegaan door een gevoel dat er een migraineaanval gaat beginnen (zoals stemmingsveranderingen, verlies van eetlust en misselijkheid) en tijdelijke verstoringen in gevoel, evenwicht, spiercoördinatie, spraak- of gezichtsvermogen (zoals lichtflikkeringen en blinde vlekken).

Hoewel migraine op elke leeftijd voor het eerst kan optreden, begint dit type hoofdpijn meestal tussen de 10 en 40 jaar. Bij de meeste mensen met migraine treedt de hoofdpijn geregeld op, maar boven een leeftijd van 50 of 60 jaar worden de aanvallen gewoonlijk beduidend minder hevig of verdwijnt de migraine geheel.
Migraine lijkt vaak in bepaalde families vaker voor te komen; bij meer dan de helft van de patiënten met migraine komt de aandoening ook bij naaste familieleden voor.
Migraine komt bij vrouwen driemaal zo vaak voor als bij mannen.
Oestrogeen, het belangrijkste vrouwelijke hormoon, lijkt migraine op te wekken. Dit verklaart mogelijk waarom migraine vaker bij vrouwen optreedt. Tijdens de puberteit (wanneer de oestrogeenconcentratie stijgt), begint migraine veel vaker voor te komen bij meisjes dan bij jongens. Sommige vrouwen hebben net voor, tijdens of net na hun menstruatie last van migraine. Naarmate de menopauze dichterbij komt (wanneer de oestrogeenconcentratie fluctueert), wordt het bijzonder moeilijk om migraine onder controle te houden. Door orale anticonceptiemiddelen (die oestrogeen bevatten) en oestrogeen-suppletietherapie wordt migraine vaak erger. Ook slapeloosheid, veranderingen in de luchtdruk en honger kunnen een migraineaanval opwekken. Merkwaardig toch dat lupus en andere CIB-aandoeningen precies op dezelfde leeftijd ontstaan als migraine en ook sterk oestrogeen-gebonden zijn.

Bij auto-immuunziekten kunnen beide soorten hoofdpijn voorkomen, maar in een hogere frequentie dan bij de doorsnee van de bevolking. Spierspanningshoofdpijn kan natuurlijk verklaard worden door inflammatie (ontsteking) van de spieren terwijl de migraine veroorzaakt blijkt te worden door toename in het bloed van bepaalde partikels die we ook terugvinden bij opflakkering van auto-immuunziekten.

Veel factoren beïnvloeden het immuunsysteem zoals stress en spanningen, voedsel (let wel: voeding heeft geen invloed op het ontstaan van CIB en zal op zich ook geen opstoot uitlokken), het weer, de hormonen en de leeftijd. En het zijn precies dezelfde factoren die als triggers (uitlokkers) optreden bij het uitlokken van een migraineaanval.
Zo heeft stress bv. een grote invloed op de immuuncellen en kan hoofdpijn zo in veel gevallen verklaard worden, ook bij ‘gezonde’ mensen.
Grote onderzoeken worden op dit ogenblik gevoerd naar het verband tussen stress en het antwoord van het immuunsysteem in onze hersenen. We zitten hier in het moeilijke, maar boeiende domein van de psychoneuro-immunologie. Deze specialisten hebben aangetoond dat niet alleen stress, maar ook positieve ervaringen (zoals bv. vakantie nemen) een grote invloed uitoefenen op het immuunsysteem in onze hersenen. Hierdoor wordt het patroon van hoofdpijnen sterk beïnvloed.

UV-stralen en zonlicht hebben een grote invloed op de lymfocyten en de suppressorcellen die een belangrijke rol spelen in het auto-immuunsysteem en op die manier ook de hoofdpijn bij deze ziekten kunnen verklaren.
Ook schommelingen van de hormonen tijdens de zwangerschap en tijdens de menstruele cyclus veranderen de productie van suppressorlymfocyten en beïnvloeden zo het hoofdpijnpatroon, zowel bij mensen met auto-immuunziekten als bij ‘gezonde’ personen.

In het labo heeft men ook aangetoond dat bepaalde voedingsstoffen de functie van deze lymfocyten beïnvloeden en ook dit kan weer een belangrijk element zijn in de verklaring van hoofdpijn.

Behandeling

Tegen de hoofdpijn bij een auto-immuunziekte wordt precies hetzelfde gegeven als bij gewone mensen. Wanneer echter de hoofdpijn kadert in een opflakkering van de auto-immuunziekte moet deze natuurlijk gepast worden aangepakt.

De behandeling van spanningshoofdpijn bestaat uit pijnstillers acetylsalicylzuur (Aspirine®), paracetamol (Dafalgan®) en ibuprofen (Brufen®). Aan deze stoffen worden vaak cafeïne en/of codeïne toegevoegd om de pijnstillende werking te versterken. Ook warmte, relaxatie en massages kunnen een heilzame uitwerking hebben. Let wel op voor misbruik van deze pijnstillers, want hoge dosissen kunnen precies ‘rebound’-hoofdpijn uitlokken wanneer de medicatieconcentratie in het lichaam daalt. Dan moeten deze personen steeds meer en meer pijnstillers gebruiken en krijgen ze daardoor steeds meer en meer hoofdpijn.

De behandeling van migraine is iets ingewikkelder. Om de pijn te verzachten kan men dezelfde behandelingen toepassen als bij spanningshoofdpijn (alinea hierboven).
Bij mensen die vaak migraineaanvallen krijgen (één of meerdere keren per week) kan men preventief een aantal middelen toedienen die het aantal aanvallen drastisch kunnen doen verminderen, zoals bepaalde bloeddrukverlagende en bepaalde antidepressieve middelen. Inderal®, Isoptine®, Deseril® en Tryptizol® zijn hier de meest gebruikte producten.
Voor migraine bestaan er ook specifieke middelen om een beginnende aanval te ‘couperen’. Ergotderivaten zoals Diergo®, Dihydergot®, Dystonal® en Cafergot®. Deze moederkoornalkaloïden hebben een ontstekingswerend effect op de bloedvaten, maar vernauwen ze ook. Ze mogen dus niet te veel en niet te lang worden gebruikt en mogen zeker niet aangewend worden bij hart- en vaatziekten, bij zwangerschap en bij nier- en leveraandoeningen. Ze vertonen veel neveneffecten en vergen een strikt medisch toezicht.
Naast deze Ergotderivaten bestaan er ook nog een aantal antibraakmiddelen zoals Primperan® en meer recent een aantal triptanen zoals Zomig®, Almogran® en Sumatriptan® die gebruikt kunnen worden om een beginnende aanval van migraine ‘af te knippen’. Ook deze triptanen vergen een strikt medisch toezicht daar ze vele nevenverschijnselen kunnen vertonen zoals opvliegers, duizeligheid, sufheid, misselijkheid, slokdarmkrampen, Raynaud-fenomeen en (zelden) angina pectoris (hartkramp).

Dr. Theo Quintens

Naar menu

[lastupdated]