Behandeling rug- en pijnklachten

Nu wordt de behandeling van rug- en pijnklachten bekeken op gebied van medicatie, pleisters, infuus en infiltraties … Eveneens worden we wegwijs gemaakt in de berg van pijnmedicatie die gebruikt wordt bij CIB-patiënten.
Hoe wordt pijnmedicatie onderverdeeld en in welk geval gebruikt men een bepaald type?
Kan een morfinepomp helpen?
Wat zijn Ketaminebaxters?
Dit alles zal ons deskundig worden uiteengezet door dr. Loic Delplanque, anesthesist aan de pijnkliniek.

Gratis toegang en parkeerticket voor iedereen, ook voor niet-leden.

Info en inschrijven tot 19 februari bij oost-vlaanderen@cibliga.be

Leven met chronische pijn

Chronische pijn heeft geen nut, en als je er niet mee leert leven, heb je geen meer. Voor veel pijnpatiënten is de strijd tegen pijn prioritair. Nu blijkt dat het beter is om te leren loslaten en andere doelen te stellen.

Als een loodzwaar deken van miserie, zo omschrijft Senne (29) zijn chronische pijn. ‘Armen, benen, ribben, kaak, bekken: ik had negentien breuken na mijn motorongeval. Na twee jaar revalidatie functioneerde ik weer min of meer, maar sinds de dag dat ik wakker werd in het ziekenhuis, heb ik elke dag pijn. Waar die vandaan komt weten de artsen niet. Alle botten en wonden zijn geheeld. In de klassieke muziek heb je basso continuo, een constante baslijn onder het muziekstuk. Zo is het ook met mijn pijn. Ze is er altijd. Op een schaal van 1 tot 10, zeurt er 24 uur per dag een 2, 3 of 4. Werken, opruimen, vrijen, alles is een beetje moeilijker. Alsof ik leef met de handrem op.’
Pijn is nuttig, het geeft aan dat er iets mis is met je lichaam, en dat je iets moet ondernemen op dat probleem op te lossen. Maar soms wordt pijn chronisch, omdat je pijnsysteem verstoord is en je zelfs zonder aanwijsbare oorzaak pijn hebt, of omdat het gelinkt is aan een chronische aandoening, zoals reumatoïde artritis of ­migraine. Exacte cijfers zijn er niet, maar men vermoedt dat 10 à 11 procent van de bevolking met een vorm van chronische pijn leeft.
Dat cijfers zo moeilijk te vinden zijn, komt ook doordat niet iedereen dezelfde definitie van chronische pijn gebruikt. Sommige artsen kijken naar de duur van de pijn, en stellen de diagnose na drie of zes maanden; andere pijncentra definiëren het als pijn die langer duurt dan de verwachte hersteltijd.

Ermee leren leven

‘Genezen’ is bij chronische pijn geen optie, dus moet je er mee leren leven. Coping, heet dat, en daar deed psychologe Emelien Lauwerier van de Universiteit Gent onderzoek naar voor haar doctoraat, dat ze gisteren verdedigde.
‘Hoe iemand met de pijn omgaat, speelt een grote rol in zijn levenskwaliteit en het is dus belangrijk dat de behandelende artsen daar een goed zicht op krijgen’, zegt Lauwerier. ‘Maar pijn is een ingewikkeld fenomeen, ook op psychologisch vlak.’
Vroeger maakte men een onderscheid tussen patiënten die er actief of passief op reageerden; mensen die medicatie en behandeling zochten, of gingen rusten. Of men gebruikte termen als toenaderend of vermijdend. ‘Aan onze universiteit ontwikkelden we een functionele visie. Simplistisch gezegd: gedrag heeft altijd een reden. Sommige patiënten blijven op zoek gaan naar een manier om hun pijn weg te nemen of te controleren en denken dus probleemoplossend. Anderen leren hun pijn aanvaarden, en kunnen het probleem min of meer loslaten. Het is natuurlijk niet zo zwart-wit, de meeste mensen zitten ergens tussenin.’
‘Onderzoek toont aan dat de patiënten die de pijn leren loslaten en hun aandacht op iets anders kunnen vestigen, het beter doen. Wie blijft zoeken naar een oplossing, loopt meer risico op bijvoorbeeld angsten en depressie. Die patiënten brengen ook meer kosten met zich mee, zowel voor de maatschappij als voor zichzelf, ook omdat ze vaak aan doktershopping gaan doen.’

Onbereikbaar doel

Lauwerier onderzocht hoe de vragenlijsten werken die vandaag gebruikt worden, zoals de ‘Pain ­Solutions Questionaire’. Maar ze ging ook op zoek naar een betere manier om te meten hoe patiënten met hun probleem omgaan. ‘We wilden kijken welke doelen mensen nastreven. Alle patiënten die we bevroegen, gaven aan dat ze hun pijn wilden controleren, maar bij 41 procent bleek dat een prioritair doel te zijn. Dat onbereikbare doel nastreven, zorgt voor stress. Bovendien gaat hun zoeken naar pijncontrole ten koste van andere doelen in hun leven. De andere 59 procent van de ondervraagden wilden hun pijn ook controleren, maar zagen dat niet als hun belangrijkste doel in het leven.’
Pijncentra zijn vandaag sowieso multidisciplinair. Pijn werd lang gezien als een biomedisch probleem, maar vandaag bekijkt men ook de psychologische en sociale kanten. Daarom is het doel van een pijnkliniek niet om de pijn te reduceren, maar om het lijden van de patiënt te verminderen. Een belangrijke nuance.
‘Mijn onderzoek werd goed onthaald in het pijncentrum in Gent’, vertelt Lauwerier. ‘Ze kunnen nu beter inschatten wie een hoger risico loopt op bijvoorbeeld depressie, en dat vertalen naar hun behandelingen. Focussen op doelen en prioriteiten is ook een belangrijke boodschap voor de patiënten. Je leven on hold zetten tot de pijn weg is, is geen goed idee. Het is daarom belangrijk dat patiënten zich bewust worden van wat ze waardevol vinden in het leven.’

Mindfulness

Om patiënten te leren leven met hun pijn, gebruiken pijncentra onder andere cognitieve gedragstherapie, relaxatietechnieken en… mindfulness. Dat laatste lag de laatste weken onder vuur, maar het heeft Senne geholpen om zijn leven weer op de rails te krijgen. ‘Je moet met de pijn leren leven, was de raad van mijn artsen. Dat was lang onmogelijk. Toen de focus op de revalidatie wegviel, maar de pijn bleef, ging ik op zoek naar alternatieve oplossingen. Ik liep van dokter naar kwakzalver, maar niets hielp, en ik zakte weg in een diepe depressie. Ik kon wel weer stappen, maar kwam wekenlang mijn bed niet uit en bovenop de pijnstillers slikte ik antidepressiva.’
‘Vier jaar geleden raadde een psycholoog in het pijncentrum me een mindfulnesstraining aan. Die vorm van meditatie heeft mij ontzettend geholpen. Ik focus me nu op de dingen die ik wel kan, en niet op wat niet lukt. Ik zag mezelf jarenlang in de eerste plaats als een patiënt. Nu ben ik weer gewoon Senne, die geniet van zijn leuke job en op zoek is naar een lief, en ook pijn heeft.’
En Senne heeft geleerd dat het aanvaarden van zijn pijn niet hetzelfde is als de strijd opgeven. ‘Ik lees nog altijd boeken, probeer op de hoogte te zijn van nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen en zoek manieren om mijn pijn te verzachten. Maar het is niet meer mijn belangrijkste doel, en dat heeft mijn leven dramatisch verbeterd. Er zijn zelfs dagen dat ik niet meer aan het ongeluk denk, en een paar uur vergeet dat de pijn er is. Geloof me, dat voelt aan als een mirakel.’

Bron: De Standaard, 28 mei 2013

Je hoeft je niet groot te houden als je reuma hebt

Jarenlang had Anita Witzier heel veel pijn. Nu niet meer. Ze kan nu omgaan met de beperkingen en het onbegrip waar ze door haar reuma mee te maken krijgt. Dat geldt niet altijd voor de 16-jarige Malou. Witzier steekt de scholiere in het BNN-programma It Gets Better een hart onder de riem.

De blonde presentatrice kreeg ruim 10 jaar geleden de keiharde diagnose: reuma. Ze liep soms rond met ondraaglijke pijn. Haar omgeving begreep vaak niet wat er aan de hand was en omdat de ziekte onvoorspelbaar én onzichtbaar is, stuitte ze op veel onbegrip. Tot ze voor zichzelf besloot niet langer als ‘patiënt’ door het leven te gaan, maar de ziekte te accepteren.

“Ik ben heel lang heel boos geweest. Waarom moest mij dit overkomen? Maar als je je hakken in het zand blijft zetten, kom je niet verder. Uiteindelijk ben ik door schade en schande wijs geworden en heb ik leren accepteren dat de reuma onderdeel is van wie ik ben.”

Met haar deelname aan het tweede seizoen van het BNN-programma It Gets Better probeert ze Malou, die aan jeugdreuma lijdt, ook zover te krijgen. “Ik heb haar op het hart gedrukt hulp te vragen als het echt niet gaat. Daar hoef je je niet voor te schamen. Je hoeft je niet altijd groot te houden. En als mensen het niet willen begrijpen, dan hebben ze pech. Het heeft geen zin energie te steken in dat soort contacten.”

De scholiere worstelt met haar ziekte en stuit dagelijks op veel onbegrip. Vrienden snappen niet waarom ze de ene dag wel mee uit kan en de volgende dag niet en ook leraren hebben niet altijd oog voor de beperkingen waar ze tegenaan loopt. Ervaringsdeskundige Witzier wil een voorbeeld zijn voor de jonge vrouw en haar zelfvertrouwen een boost te geven. “Je kunt niet voorspellen hoe de ziekte verloopt, maar als je er voor jezelf heil in blijft zien, wordt het dragelijker. Durf te kiezen voor jezelf en blijf de lol van het leven zien.”

Als ambassadeur van het Reumafonds hoopt de presentatrice extra aandacht te krijgen voor jeugdreuma. “Veel mensen denken dat reuma een oudemensenziekte is, maar dat is helemaal niet zo. Er zijn heel veel jongeren die er last van hebben en ook zij verdienen begrip.”

Bron: Algemeen Dagblad, 23 mei 2013

Bekijk de uitzending hier: http://programma.bnn.nl/24/it-gets-better/home