Stamcellen bieden medisch perspectief

‘Geef ons nog tien-vijftien jaar en de eerste behandeling is er.’ Dat zegt de wereldberoemde stamcelspecialiste Catherine Verfaillie, naar aanleiding van een doorbraakbericht in Nature van vandaag: ook in levende wezens kun je stamcellen maken.

Stamcellen zijn een heet onderwerp in de geneeskunde en de biologie. Ze zijn nog in staat om uit te groeien tot een hele reeks verschillende cellen, van huidcellen tot hartspiercellen of ooglenscellen. Zodra een cel gespecialiseerd is, is er normaal geen weg terug. Van levercellen komen alleen maar meer levercellen. De jongste jaren zijn de biomedici erin geslaagd om gespecialiseerde cellen toch te ‘deprogrammeren’ en ze om te zetten in stamcellen, die dan opnieuw in een reeks richtingen kunnen uitgroeien.

De uiteindelijke droom is om bij een mens op de juiste plaats stamcellen te introduceren en die dan te laten uitgroeien tot de cellen waar de patiënt nood aan heeft. Zo zou je de falende hersencellen van Parkinson-patiënten kunnen vervangen, of de kapotte insuline-cellen bij een suikerzieke, of de afgestorven hartcellen na een hartaanval – allemaal vervangingen waar ons lichaam van nature niet in slaagt.

‘Die weg ligt nu open’, zegt Verfaillie, ‘al is het nog een lange weg. Maar de principiële horde is genomen, we zijn van de reageerbuis overgestapt naar levende wezens. Zoals het onderzoek nu vooruitgaat, is het een kwestie van jaren, vele jaren, maar niet van vele decennia. Cellen deprogrammeren tot stamcellen is pas in 2006 gelukt in de reageerbuis, en nu zitten we al in muizen. De weg ligt open.’

‘Het moet mogelijk zijn om littekenweefsel weer om te zetten in een kloppende hartspier. Cellen van de alvleesklier omzetten in insulineproducerende cellen is al gelukt in de reageerbuis, dus moet het ooit ook in een mens lukken. De hersencellen aanmaken die bij Parkinson versleten zijn, moet ook kunnen. Aan multiple sclerose zijn we in mijn eigen lab bezig.’

Mensen
Maar mensen zijn geen muizen, er valt toch nog wel wat werk te doen?
Verfaillie: ‘De Food and Drug Administration en andere organismen gaan nooit aanvaarden dat we de huidige techniek bij mensen toepassen. Je moet er cellen genetisch voor wijzigen, maar vooral: eens ze gedeprogrammeerd zijn tot ”totipotente” stamcellen, vormen die nadien gezwellen met een mengsel van allerlei cellen. Geen echte kankers, maar het zit er wel dichtbij, en de muizen werden er akelig ziek van. We zijn nog lang niet in staat om stamcellen te sturen zodat ze enkel uitgroeien tot wat wij willen.’

‘Bij mensen zullen we technieken moeten gebruiken die een cel niet helemaal deprogrammeren zodat ze alle kanten uitkan, maar haar programma slechts gedeeltelijk terugdraaien, tot aan de splitsing waar ze dan de juiste richting kan inslaan, naar de gewenste cel. Die technieken beginnen er te komen. Tot nu toe enkel in de reageerbuis, maar nu blijkt dat de omliggende cellen of het immuunsysteem een cel niet verhinderen om haar programmatie terug te draaien of zich te herscholen, zullen die technieken snel op levende wezens getest worden.’

Reparatiegeneeskunde
Gaan we geen geneeskunde met twee snelheden krijgen, met dure stamceltechnieken alleen voor wie het kan betalen?
Verfaillie: ‘Dat weet niemand. Als je een kind van suikerziekte geneest, moet het vijftig jaar en langer geen insuline meer nemen. Je wint dus ook geld.’
Zullen we nu langer leven? ‘Ook dat is niet geweten. Maar zelfs als je een reeks ziekten oplost, maar het lukt niet voor osteoporose of alzheimer, wat heb je dan aan langer leven?’

‘Stamcellen zullen nog een hele tijd reparatiegeneeskunde blijven. Je kunt er kapotte of versleten weefsels mee vervangen – of juister, we hopen dat binnen vijftien jaar te kunnen – maar het is nog lang niet geschikt om alle cellen in je lichaam te verjongen. Als we dat al zouden willen. Ik ken geen enkele collega die in die richting denkt.’

Ziektemodellen
‘Voor mij wordt de belangrijkste toepassing trouwens niet weefsels vervangen in een mens, maar ze nabouwen in het lab. Daar kun je dan kijken hoe hun eigenaar zou reageren op een bepaald geneesmiddel. Of je kunt ziek weefsel gebruiken om er nieuwe geneesmiddelen op te testen, in plaats van dat op mensen te doen. Misschien kunnen we zelfs mensenhersenen nabouwen, voor onderzoek dat op levende mensen niet kan.’

Bron: De Standaard, 12 september 2013

APS: Hospira’s Inflectra(TM) (infliximab) the first biosimilar monoclonal a (Engels)

European Commission approval is a significant milestone for availability of lower-cost biologic therapy

Hospira, the world’s leading provider of injectable drugs and infusion technologies, today announced the European Commission (EC) approval of Inflectra (TM) (infliximab), Europe’s first biosimilar monoclonal antibody (mAb) therapy.
Inflectra has been approved for the treatment of inflammatory conditions including rheumatoid arthritis (RA), ankylosing spondylitis, Crohn’s disease (CD), ulcerative colitis (UC), psoriatic arthritis (PsA) and psoriasis. Inflectra is a biosimilar medicine to the reference medicinal product, Remicade® (infliximab), and is the first monoclonal antibody (mAb) to be approved through the European Medicines Agency (EMA) biosimilars regulatory pathway.
A biosimilar developed in-line with EU requirements can be considered a therapeutic alternative to an existing biologic.((1))
Remicade recorded European sales of over USD 2 billion in 2012.((2))
“The rigorous scientific review and approval process by the EMA and EC confirms that Inflectra has demonstrated similar quality, efficacy and safety to Remicade. For over a decade biologic medicines have been pivotal in treating a range of inflammatory conditions, so the granting of marketing authorisation in Europe is a major milestone for Inflectra, and for the future of biologic therapy,” said Dr. Stan Bukofzer, Corporate Vice President and Chief Medical Officer, Hospira. The use of biologic medicines has led to vast improvements in the treatment of conditions such as RA and IBD (inflammatory bowel disease), but these drugs are also responsible for some of the highest medicinal costs for many countries.((3))
The introduction of biosimilar mAbs in Europe is expected to deliver savings of up to EUR 20.4 billion by 2020, with the biggest savings predicted in France, Germany and the UK.((4))
“Inflectra offers physicians, patients and healthcare systems a more affordable treatment option, while maintaining comparable quality, efficacy and safety to its reference product. We are confident that with lower drug costs, Inflectra can provide an opportunity for European Union health systems to manage their budgets more effectively, supporting Hospira’s commitment to provide patients with better access to high-quality, more affordable care,” said Richard Davies, Senior Vice President and Chief Commercial Officer, Hospira.
Inflectra was approved by the EC following review of safety, efficacy and tolerability data from a comprehensive clinical trial programme. In a phase III randomised, double-blind study, Inflectra met its primary endpoint of therapeutic equivalence to Remicade. In the study, 73.4% of patients receiving Inflectra achieved a greater than or equal to 20% improvement in RA symptoms after 30 weeks of treatment (measured using the ACR20 scoring system), compared with 69.7% treated with Remicade.((5)) Safety and tolerability data also demonstrated Inflectra’s equivalence to Remicade.
The most common side effects are viral infections, headache, upper respiratory-tract infection, sinusitis, nausea, abdominal pain, infusion-related reactions and pain. In 2009, Hospira entered into an agreement with South Korean-based biopharmaceutical company, Celltrion, which is developing eight monoclonal antibody biosimilars. Under the terms of the agreement, Hospira obtained the rights to Inflectra in Europe and certain CIS (Commonwealth of Independent States) countries, the United States, Canada, Australia and New Zealand.
Inflectra will be launched throughout Europe at the earliest opportunity taking into account any relevant patent protection. Hospira has many years of experience in the field of biologics and one of the largest biosimilar pipelines in the industry. It is the only US-based company with biosimilars on the European market, including Retacrit(TM) (epoetin zeta) which was launched in Europe in early 2008 and Nivestim(TM) (filgrastim), which entered the European market in 2010 and Australian market in 2011.

About Inflectra
Inflectra (infliximab) is a chimeric human-murine monoclonal antibody that binds with high affinity to both soluble and transmembrane forms of TNFa but not to lymphotoxin a (TNFb). Inflectra is indicated for: Rheumatoid arthritis Inflectra, in combination with methotrexate, is indicated for the reduction of signs and symptoms as well as the improvement in physical function in:

  • adult patients with active disease when the response to disease-modifying antirheumatic drugs (DMARDs), including methotrexate, has been inadequate.
  • adult patients with severe, active and progressive disease not previously treated with methotrexate or other DMARDs.

In these patient populations, a reduction in the rate of the progression of joint damage, as measured by X-ray, has been demonstrated.

Adult Crohn’s disease Inflectra is indicated for:

  • treatment of moderately to severely active Crohn’s disease, in adult patients who have not responded despite a full and adequate course of therapy with a corticosteroid and/or an immunosuppressant; or who are intolerant to or have medical contraindications for such therapies.
  • treatment of fistulising, active Crohn’s disease, in adult patients who have not responded despite a full and adequate course of therapy with conventional treatment (including antibiotics, drainage and immunosuppressive therapy).

Paediatric Crohn’s disease
Inflectra is indicated for treatment of severe, active Crohn’s disease in children and adolescents aged 6 to 17 years, who have not responded to conventional therapy including a corticosteroid, an immunomodulator and primary nutrition therapy; or who are intolerant to or have contraindications for such therapies. Infliximab has been studied only in combination with conventional immunosuppressive therapy.

Ulcerative colitis
Inflectra is indicated for treatment of moderately to severely active ulcerative colitis in adult patients who have had an inadequate response to conventional therapy including corticosteroids and 6-mercaptopurine (6-MP) or azathioprine (AZA), or who are intolerant to or have medical contraindications for such therapies.

Paediatric ulcerative colitis
Inflectra is indicated for treatment of severely active ulcerative colitis in children and adolescents aged 6 to 17 years, who have had an inadequate response to conventional therapy including corticosteroids and 6-MP or AZA, or who are intolerant to or have medical contraindications for such therapies.

Ankylosing spondylitis
Inflectra is indicated for treatment of severe, active ankylosing spondylitis, in adult patients who have responded inadequately to conventional therapy.

Psoriatic arthritis
Inflectra is indicated for treatment of active and progressive psoriatic arthritis in adult patients when the response to previous DMARD therapy has been inadequate. Inflectra should be administered — in combination with methotrexate — or alone in patients who show intolerance to methotrexate or for whom methotrexate is contraindicated. Infliximab has been shown to improve physical function in patients with psoriatic arthritis, and to reduce the rate of progression of peripheral joint damage as measured by X-ray in patients with polyarticular symmetrical subtypes of the disease.  Psoriasis Inflectra is indicated for treatment of moderate to severe plaque psoriasis in adult patients who failed to respond to, or who have a contraindication to, or are intolerant to other systemic therapy including cyclosporine, methotrexate or psoralen ultra-violet A (PUVA).

Web site: http://www.hospira.com/

Bron: ANP, 10 september 2013

Onderzoekers UZ Leuven ontwikkelen nieuw medicijn tegen de ziekte van Crohn

Samen met buitenlandse centra zijn onderzoekers van het UZ Leuven erin geslaagd een nieuw efficiënt medicijn te ontwikkelen ter behandeling van de ziekte van Crohn, een chronische darmziekte. De onderzoekers publiceerden deze week twee studies in het vakblad New England Journal of Medicine waarin de werkzaamheid van het nieuwe medicijn wordt aangetoond. Verwacht wordt dat het in de loop van 2014 op de Europese markt zal komen.

Al een tiental jaren bestaat er een medicament dat TNF-alfa blokkeert, een eiwit dat door deze patiënten in te grote hoeveelheden wordt aangemaakt. Nadeel van deze therapie is dat ze bij 10 tot 20 procent van de patiënten niet aanslaat en bij nog eens 30 procent na verloop van tijd haar efficiëntie verliest. Die patiënten zullen nu binnen afzienbare tijd geholpen kunnen worden met vedolizumab, een nieuw medicijn dat lymfocyten blokkeert, witte bloedcellen die bij deze patiënten massaal naar de darm trekken en daar ontstekingen veroorzaken.

Er bestonden weliswaar al medicijnen die inwerkten op lymfocyten, maar die hielden onaanvaardbare risico’s in omdat ze niet alleen de migratie naar de darm, maar ook naar de hersenen blokkeerden wat vaak resulteerde in ernstige hersenaandoeningen, zo staat in een persbericht. “Met het nieuwe medicijn zijn we erin geslaagd om de migratie van lymfocyten selectief te blokkeren en deze schadelijke bijwerkingen te vermijden”, aldus gastro-enterologe Séverine Vermeire van het UZ Leuven.

Bron: De Morgen, 23 augustus 2013 – http://www.demorgen.be/dm/nl/993/Gezondheid/article/detail/1691970/2013/08/23/Onderzoekers-UZ-Leuven-ontwikkelen-nieuw-medicijn-tegen-ziekte-van-Crohn.dhtml

Farmacotherapie mag niet het eindpunt zijn

De voorbije kwarteeuw leerden we de verschillende deelgebieden van reuma beter kennen. We maken nu een onderscheid tussen slijtagereuma of artrose, waarvoor het risico met de leeftijd toeneemt, en ontstekingsreuma of artritis. In de jaren 80-90 zijn we voor ontstekingsreuma immuunmodulerende medicijnen beginnen gebruiken die al bij andere aandoeningen werden ingezet. Ook de klassieke behandelingen werden verbeterd. Toch kon 20 tot 30% van de patiënten onvoldoende worden geholpen. Tot de ontstaansmechanismen van de immunologische processen beter bekend raakten en de cellen die betrokken zijn bij het ontstaan van ontstekingsreuma werden geïdentificeerd. Met de hulp van de biofarmacie werden specifieke monoclonale antilichamen ontwikkeld die voor een ware revolutie zorgden bij patiënten bij wie klassieke medicatie faalde. Die ontwikkeling is nog volop aan de gang.

De toekomst

Voor de toekomst heb ik een todo-lijstje.

  1. We moeten voldoende onderzoek doen naar zeldzamere vormen van reuma zoals lupus en sclerodermie. We zijn op de goede weg: een jaar geleden werd de eerste biological ontwikkeld voor de behandeling van lupus.
  2. Monoclonale antilichamen zijn waardevol, maar hun productie is complex en dus duur (€ 15.000- 20.000/jaar/patiënt). We moeten zoeken naar makkelijk te synthetiseren orale alternatieven. Het onderzoek naar deze small molecules is bemoedigend.
  3. In de behandeling van slijtagereuma staan we nog zwak: bij slijtage trachten we de pijn te verlichten. En gaat het slijtageproces te ver, dan plaatsen we een prothese. We moeten zoeken naar middelen om het kraakbeen te sparen en de evolutie van artrose af te remmen of stil te leggen. Er wordt ook volop onderzoek gedaan naar kraakbeenceltransplantaties.
  4. We moeten de patiënt de rol die hij in de maatschappij had voor zijn aandoening proberen terug te geven. Farmacotherapie mag niet het eindpunt zijn van onze aanpak.

 Prof. dr. Filip De Keyser (dienst reumatologie)

 Bron: Plus Magazine, 23 mei 2013