Een nieuwe kijk op lupusonderzoek
Rubriek: Medisch - Lupus
CIB-tijdschrift nr. 38 (06-2007)
Nele Caeyers en Sophie Gooris
In onze nieuwsbrief kon je al lezen over de hoofdthema’s van het Eular-congres dat in juni in Wenen plaatsvond. Uit de grote hoeveelheid interessante informatie die Nele uit Wenen meebracht, maakten we een selectie van enkele onderwerpen i.v.m. lupusonderzoek in heel de wereld.
Familiale studie van patiënten met systemische lupus erythematosus en anti-fosfolipidesyndroom
(Lupus Research Unit, St Thomas’Hospital, London, United Kingdom)
Systemische lupus erythematosus (SLE) en het anti-fosfolipidesyndroom (APS) worden beide beschouwd als overerfelijke ziekten, hoewel er weinig gegevens over bekend zijn.
In die studie werd aan 100 patiënten van de Lupus Clinic gevraagd een vragenlijst in te vullen. De vragen peilden naar het voorkomen van miskramen, trombosen, hoofdpijn en beroertes bij familieleden in de 1e graad.
61 van de 100 deelnemers hadden APS, 70 lupus en 31 secundaire APS (dus SLE+ APS).
De resultaten waren treffend:
- familieleden van APS-patiënten: 73% vertoonde migraine, 49% beroerte, 43% trombose, 29% miskraam
- familieleden van patiënten met secundaire APS: 73% vertoonde migraine, 60% beroerte, 51% trombose, 43% miskraam
- familieleden van SLE-patiënten: 37% vertoonde migraine, 15% beroerte, 16%, trombose, 13% miskraam.
Besluit van die studie: familieleden van APS-patiënten hebben een groter risico op miskramen, trombosen en beroertes vergeleken met familie van lupuspatiënten. Meest opvallend zijn de migraine-hoofdpijnen die vaak voorkomen bij familieleden van APS-patiënten.
Het gebruik van rituximab (Rituxan®) bij Systeemlupus
(studie van de University of Santo Tomas Hosptital, Manilla, Filippijnen)
Aangezien systeemlupus een chronische inflammatoire ziekte is die alle organen kan aantasten, is het moeilijk patiënten te behandelen die niet reageren op de standaardbehandelingen. Rituximab (RTX), een monoclonaal antilichaam dat gericht is tegen het CD20-antigeen, is een geneesmiddel dat gebruikt wordt bij de behandeling van patiënten met een non-Hodgkin lymfoom. In deze weliswaar kleinschalige studie werd het gebruik ook getest bij lupuspatiënten. Rituximab bleek goede resultaten te halen voor de behandeling van neuropsychiatrische en hematologische symptomen van lupus. Het gebruik bij nierlupus moet echter nog verder onderzocht worden. Het risico op infecties wordt wel groter als rituximab samen met cyclophosfamide (Endoxan®) toegediend wordt. Deze resultaten moedigen toch aan om het gebruik van rituximab bij lupuspatiënten verder en grootschaliger te onderzoeken in de toekomst.
In een andere studie (Rituximab in Extrarenal Lupus, Medical Allergy ARTS, Amarillo, United States) werd dat rituximab getest bij lupuspatiënten die naast nierproblemen ook andere aantastingen vertoonden. De onderzoekers beklemtonen het belang van dat geneesmiddel voor patiënten met longaantastingen, huidletsels en gewrichtskapselontstekingen. Hun patiënten gingen zelfs in een remissie van ten minste drie maanden. Het kan ook belangrijk zijn om de dosis cortison te beperken. Ze merkten wel op dat patiënten met nierfalen in een gevorderd stadium en die bovendien normale complementwaarden hadden, helemaal niet reageerden op de behandeling met rituximab. Daarom wordt het het best gebruikt bij patiënten die verlaagde complementwaarden vertonen in hun bloedbeeld. Verdere studies zullen nog meer duidelijkheid scheppen.
Klinische studie over het gebruik van clofazimine en chloroquine bij huidletsels in systeemlupus
(Universidade Federal de Sao Paulo, Brazilië)
In die studie vergeleek men het effect van clofazimine (CFZ), een middel dat gebruikt wordt om lepra te bestrijden, met chloroquine diphosphate (CDP), een antimalariamiddel, ons bekend als o.a. Plaquenil® om huidletsels bij systeemlupus te behandelen. De resultaten waren zeer positief: clofazimine kan beschouwd worden als een volwaardig alternatief om huiduitslag of -letsels te behandelen bij lupuspatiënten die antimalariamiddelen slecht verdragen.
Doodsoorzaken bij Systeemlupus
(Hospital Universitario Gregorio Marañon, Madrid, Spanje)
De levensverwachting van lupuspatiënten is de laatste 40 jaar enorm verbeterd en is nu statistisch praktisch normaal (93% overleving 10 jaar na de diagnose). Toch heeft dat ziekenhuis in Madrid statistieken bijgehouden van 1988 tot 2003, om de meest voorkomende doodsoorzaken bij systeemlupus op te sporen. Zij kwamen tot het besluit dat de levensverwachting kleiner is bij lupus op latere leeftijd, bij mannen, bij personen met angina pectoris (hartkramp), hartfalen, beroertes.
Laatste update: 16-03-2011
Tweet Vorige pagina: Artikels
Volgende pagina: Sclerodermie



